Rechtbank Rotterdam, 27-08-2018, ECLI:NL:RBROT:2018:7070, C/10/556569 / KG ZA 18-903
Rechtbank Rotterdam, 27-08-2018, ECLI:NL:RBROT:2018:7070, C/10/556569 / KG ZA 18-903
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Rotterdam
- Datum uitspraak
- 27 augustus 2018
- Datum publicatie
- 10 januari 2019
- ECLI
- ECLI:NL:RBROT:2018:7070
- Zaaknummer
- C/10/556569 / KG ZA 18-903
Inhoudsindicatie
Kort geding. Vordering strekkende tot verwijdering van in het Centraal Krediet Informatiesysteem opgenomen bijzonderheidscoderingen afgewezen. Belangenafweging.
Uitspraak
vonnis
Team handel en haven
zaaknummer / rolnummer: C/10/556569 / KG ZA 18-903
Vonnis in kort geding van 27 augustus 2018
in de zaak van
[eiser] ,
wonende te Merkelbeek,
eiser,
advocaat mr. H.F.A. Notenboom te Rotterdam,
tegen
de naamloze vennootschap
ING BANK N.V.,
statutair gevestigd te Amsterdam,
mede kantoorhoudende te Capelle aan den IJssel,
gedaagde,
advocaat mr. T.J.P. Jager te Amsterdam.
Partijen zullen hierna [eiser] en ING genoemd worden.
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- -
-
de dagvaarding van 15 augustus 2018, met producties 1 tot en met 34;
- -
-
de aanvullende producties 35 tot en met 37;
- -
-
de akte vermeerdering van eis;
- -
-
de producties 1 tot en met 42 van ING;
- -
-
de mondelinge behandeling op 23 augustus 2018;
- -
-
de pleitnota en persoonlijke schriftelijke toelichting van [eiser] ;
- -
-
de pleitnota van ING.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2 De feiten
[eiser] heeft een betaalrekening bij ING gehad. Het nummer daarvan was [rekeningnummer 1] . Aan deze betaalrekening was een creditcard gekoppeld met een limiet van € 2.500,-. Vanaf 2013 was sprake van een ongeoorloofd debetsaldo op die betaalrekening. Het debetsaldo was ontstaan door uitgaven en geldopnames die waren gedaan met de creditcard. ING heeft in 2013 het tekort overgeplaatst naar een andere betaalrekening van [eiser] (met nummer [rekeningnummer 2] ), zodat zijn inkomen, dat op de betaalrekening met nummer [rekeningnummer 1] werd gestort, niet volledig op zou gaan aan aanvulling van het tekort. Het tekort op de andere betaalrekening (met nummer [rekeningnummer 2] ) bedroeg op 31 december 2013 € 5.295,49.
Op 13 februari 2014 heeft ING een aan [eiser] gerichte e-mail verzonden naar [emailadres] . ING bevestigt daarin dat op die datum met hem is afgesproken dat hij met ingang van 1 maart 2014 maandelijks een bedrag van € 300,- zal overmaken op laatstgenoemde betaalrekening als aflossing van het saldotekort. In die e-mail staat dat wanneer [eiser] niet betaalt ING de verplichting heeft om de betalingsachterstand te melden bij het Bureau Krediet Registratie (BKR).
Omdat de (herhaaldelijk gemaakte) betaalafspraken niet volledig werden nagekomen is, naar aanleiding van een melding van ING met betrekking tot contractnummer [rekeningnummer 1] , op 8 oktober 2015 een negatieve codering geplaatst in het Centraal Krediet Informatiesysteem (hierna ook: CKI) van het BKR. Het betreft een A-code, wat staat voor Achterstandsmelding.
Op 3 november 2015 zijn nieuwe betaalafspraken gemaakt. ING heeft deze afspraken per e-mail bevestigd. Ook in deze e-mail staat dat ING verplicht is betalingsachterstanden te melden bij het BKR.
Verder is op 3 november 2015 code 1 opgenomen in het CKI. Deze code geeft aan dat een aflossings- of betalingsregeling is getroffen.
In augustus 2018 is met terugwerkende kracht code 2 opgenomen in het CKI. Deze code geeft aan dat de kredietverstrekker het bedrag dat nog moet worden terugbetaald in één keer opeist. De code is per 24 februari 2016 geregistreerd.
ING heeft het innen van de vordering in april 2016 overgedragen aan een incassobureau.
Op 11 april 2016 is code 3 opgenomen in het CKI. Deze code geeft aan dat een bedrag van minimaal € 250,- is afgeboekt. Als afboeking plaatsvindt en de consument hoeft niets meer te betalen (finale kwijting), wordt tegelijkertijd met deze code de beëindiging van de overeenkomst met een werkelijke einddatum gemeld. In andere gevallen wordt geen einddatum gemeld. Als een vordering alsnog volledig wordt voldaan, wordt een zogeheten praktische laatste aflossingsdatum aan de registratie toegevoegd.
In 2016 en 2017 is gecorrespondeerd tussen het door ING ingeschakelde incassobureau en [emailadres] . Er is diverse malen een betalingsregeling getroffen. De regelingen zijn diverse malen niet nagekomen alsook, op verzoek van de gebruiker van het e-mailadres [emailadres] , meermalen gewijzigd.
Als einddatum (praktische laatste aflossingsdatum) is in het CKI opgenomen 31 augustus 2017. Dit betekent dat de vordering op die datum volledig is voldaan.
Begin juli 2018 heeft [eiser] samen met zijn huidige vriendin een woning gekocht. Als ontbindende voorwaarde is in de koopovereenkomst opgenomen dat deze door de koper kan worden ontbonden als deze uiterlijk op 1 september 2018 voor de financiering van de onroerende zaak geen bindend aanbod tot een hypothecaire geldlening van een erkende geldverstrekkende bankinstelling heeft verkregen. [eiser] en zijn vriendin zijn er tot op heden niet in geslaagd om een bindend aanbod tot een hypothecaire geldlening te verkrijgen. Hij heeft verschillende afwijzingen van hypotheekverstrekkers en e-mailberichten van bemiddelaars overgelegd waaruit volgt dat hij vanwege de BKR-registratie geen hypotheek kan krijgen. Op alleen het inkomen van de vriendin van [eiser] kan geen financiering worden verkregen.
[eiser] heeft ING verzocht de BKR-coderingen, die in de regel gedurende een periode van vijf jaar na de aflossing van het krediet in het CKI blijven staan, te verwijderen. ING heeft daaraan geen gehoor gegeven.
3 Het geschil
[eiser] vordert – na vermeerdering van eis, samengevat – bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, ING te veroordelen om na de datum van dit vonnis de (in verband met contractnummer [rekeningnummer 1] ) door haar in het Centraal Krediet Informatiesysteem opgenomen (bijzonderheids)coderingen A, 1, 2 en 3 te verwijderen, op straffe van verbeurte van een dwangsom en met veroordeling van ING in de proceskosten en de nakosten.
ING voert verweer en concludeert tot niet-ontvankelijkverklaring van [eiser] in zijn vordering, dan wel afwijzing van de vordering, met veroordeling van [eiser] in de proceskosten.
Op de voor de beoordeling van de vordering van belang zijnde stellingen van partijen wordt hierna ingegaan.