Rechtbank Rotterdam, 09-01-2019, ECLI:NL:RBROT:2019:441, C/10/549205 / HA ZA 18-429
Rechtbank Rotterdam, 09-01-2019, ECLI:NL:RBROT:2019:441, C/10/549205 / HA ZA 18-429
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Rotterdam
- Datum uitspraak
- 9 januari 2019
- Datum publicatie
- 22 januari 2019
- ECLI
- ECLI:NL:RBROT:2019:441
- Zaaknummer
- C/10/549205 / HA ZA 18-429
Inhoudsindicatie
Uitstoting vennoot uit commanditaire vennootschap wegens gewichtige redenen ex artikel 7A:1684 BW. Tegenstrijdig belang en onrechtmatig handelen. Vaststelling door de rechter van de financiële gevolgen van de ontbinding. Uit de redelijkheid en billijkheid voortvloeiende aanvullende verplichtingen uit een overeenkomst.
Uitspraak
vonnis
Team handel en haven
zaaknummer / rolnummer: C/10/549205 / HA ZA 18-429
Vonnis van 9 januari 2019
in de zaak van
de stichting
STICHTING BEHEER MAYFLOWER PROJECT,
gevestigd te Maartensdijk, gemeente De Bilt,
eiseres,
advocaat mr. P. Habermehl te Amsterdam,
tegen
[gedaagde] ,
wonende te Hei- en Boeicop, gemeente Zederik,
gedaagde,
advocaat mr. G. Hagens te Utrecht.
Partijen zullen hierna de Stichting en [gedaagde] genoemd worden.
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- -
-
de dagvaarding d.d. 6 april 2018, met producties;
- -
-
de conclusie van antwoord;
- -
-
de brief van de rechtbank d.d. 18 juli 2018, waarbij een comparitie van partijen is bepaald;
- -
-
de incidentele conclusie van de Stichting d.d. 5 september 2018, met een productie;
- -
-
de brief van de Stichting d.d. 18 september 2018, met producties;
- -
-
de producties A tot en met E van de zijde van [gedaagde] , ingekomen op 18 september 2018;
- -
-
de akte wijziging van eis van de Stichting d.d. 2 oktober 2018, met een productie;
- -
-
de brief van de Stichting d.d. 22 oktober 2018, met producties;
- -
-
het proces-verbaal van de comparitie van partijen, gehouden op 6 november 2018;
- -
-
de pleitaantekeningen van mr. Habermehl.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2 De feiten
De commanditaire vennootschap Mayfinance C.V. (hierna: de Vennootschap) is aangegaan bij notariële akte van 19 juni 1981 (hierna: de CV-akte). In de CV-akte staat, voor zover van belang, het volgende:
“(...)
DOEL
Artikel 2.
De vennootschap heeft ten doel het aantrekken van gelden ten behoeve van het verwerven, beheren en zonodig exploiteren en ontwikkelen van onroerende goederen, in het bijzonder van het Mayflowergebied dat ontwikkeld wordt nabij Salt Lake City, Utah, Verenigde Staten van Amerika. (...)
INBRENG Artikel 6
1. De beherend vennoot brengt in de vennootschap in kennis, arbeid en vlijt.
2. De commanditaire vennoten brengen in de vennootschap in die bedragen in geld (in U.S. dollars), die tussen de vennoten zijn overeengekomen.
3. Met goedkeuring van de beherend vennoot kunnen de vennoten ieder later meer geld in de vennootschap inbrengen.
4. Ieder der vennoten wordt voor zijn inbreng in geld op zijn rekening in de boeken der vennootschap gecrediteerd ten belope van het bedrag daarvan. (...)
WINST EN VERLIES
Artikel 11
(...)
3. Tot de exploitatiewinst, na aftrek van de exploitatiekosten, zijn de vennoten gerechtigd naar evenredigheid van het saldo per ultimo het desbetreffende boekjaar op hun kapitaalrekening. (...)
EINDE DER VENNOOTSCHAP Artikel 12
(...)
2. De vennootschap eindigt ten opzichte van de desbetreffende vennoot:(...)
f. indien artikel 1684 van het Burgerlijk Wetboek ten aanzien van een vennoot toepassing vindt; (...)
5. De waarde van de aandelen bij defungeren of overlijden wordt vastgesteld op de voet van het in de artikelen 11 lid 3 en 13 bepaalde.
OVERNEMING
Artikel 13.
1. Het aandeel van een defungerend vennoot in alle tot het vennootschappelijk vermogen behorende aktiva wordt door de overige vennoten overgenomen, waartegenover zij verplicht zijn alle te zijnen laste in de vennootschap bestaande passiva voor hun rekening te nemen en voorts aan de defungerend vennoot uit te keren het saldo per ultimo het desbetreffende boekjaar op zijn kapitaalrekening, waarin is verwerkt zijn aandeel in de winst of verlies van het lopende jaar en zijn vast te stellen aandeel in het verschil, in positieve of negatieve zin tussen de waarden, die aan de aktiva van de vennootschap in het economisch verkeer moet worden toegekend en de boekwaarde.
Van het aldus vastgestelde saldo van het aandeel van de defungerend vennoot wordt afgetrokken al wat hij uit welke hoofde ook aan de vennootschap schuldig mocht zijn.
2. Onverminderd het in de laatste volzin van artikel 5 lid 2 bepaalde zal, al wat de defungerend vennoot overeenkomstig het bepaalde in het voorafgaande lid van dit artikel toekomt, hem binnen veertien dagen na vaststelling van de jaarrekening na zijn defungeren worden uitgekeerd ”.
Enig beherend vennoot van de Vennootschap is de Stichting. Verder heeft de Vennootschap circa 100 commanditaire vennoten, waaronder [gedaagde] , die gelden in de Vennootschap hebben ingebracht bij toetreding en bij latere emissies.
De Vennootschap heeft - overeenkomstig het in de CV-akte vermelde doel - met de ingelegde gelden een belang verkregen in een groot aantal percelen grond in het Mayflower gebied, nabij Salt Lake City in Utah, Verenigde Staten teneinde daarmee een rendement te behalen voor de vennoten (het Mayflower project).
De juridische eigendom van de percelen grond die deel uitmaken van het Mayflower project wordt - met uitzondering van de onder 2.7 genoemde vervuilde percelen - gehouden door twee aan de Vennootschap gelieerde stichtingen: Stichting Mayflower Recreational Fonds en Stichting Mayflower Mountain Fonds (hierna gezamenlijk: de Fondsen). De economische eigendom komt toe aan de Vennootschap, die het beheer voert over het Mayflower project.
Bij beschikking van 24 juli 2013 heeft de rechtbank Rotterdam - op verzoek van een aantal commanditaire vennoten - drie bestuurders van de Stichting ontslagen en in hun plaats de heer [naam 1] benoemd tot voorzitter/bestuurder van de Stichting en de heer [naam 2] benoemd tot bestuurder van de Stichting.
[gedaagde] was vanaf 1982 tot 2013 de directeur van de Stichting. Op 21 augustus 2013 is [gedaagde] door het nieuwe bestuur van de Stichting geschorst en per 1 november 2013 ontslagen uit zijn functie van directeur van de Stichting. De reden die het bestuur hiervoor gaf was dat [gedaagde] weigerde om (financiële) informatie over het project aan het nieuwe bestuur te verstrekken, waardoor het bestuur gehinderd werd bij het uitvoeren van zijn bestuurstaken. Nadat [gedaagde] bij vonnis van de voorzieningenrechter van de rechtbank Rotterdam van 19 december 2013 en van 22 april 2014 is veroordeeld tot afgifte van de administratie, kreeg het bestuur de beschikking over de administratie van het project.
[gedaagde] is bestuurder en aandeelhouder van de vennootschap Jordan Investments Inc., gevestigd te Utah, Verenigde Staten (hierna: Jordan Investments). Enkele percelen grond die deel uitmaakten van het Mayflower project waren vervuild (hierna: de vervuilde percelen) en zijn op enig moment door de Fondsen overgedragen aan Jordan Investments ter voorkoming van financiële risico’s.
In verband met voornoemde overdracht zijn een aantal overkomsten tussen Jordan Investments en de Stichting gedateerd 28 juni 2000 (hierna: de overeenkomsten van 2000) gesloten. In één van die overeenkomsten is - voor zover relevant - het volgende bepaald:
“de directie van SBMP [de Stichting], dhr. [gedaagde] en zijn medewerker dhr. [naam 3] hebben zich bereid verklaard een vennootschap naar het recht van de State of Utah op te richten, welke vennootschap de drie mijnafvalhopen met de haar omliggende vervuilde gronden zal overnemen
de aandeelhouders c.q. officers van de opgerichte rechtspersoon (Jordan Investments, Inc.) zijn daartoe allen bereid, indien Mayfinance vertegenwoordigd door het bestuur van de SBMP en het College van Toezicht van Mayfinance C.V., bereid zijn om alle gevolgen (financieel, fiscaal en juridisch) van hun directievoering over en van Jordan Investments, Inc. volledig voor rekening van Mayfinance en haar beherend vennoot SBMP te nemen
dat de voornoemde gronden voor rekening en risico blijven van Mayfinance C.V., behoudens, indien door de UDEQDWQ zodanige verplichtingen worden opgelegd, welke de draagkracht c.q. het financiële vermogen van Mayfinance en haar beherend vennoot SBMP te boven gaan
Partij A [Jordan Investments] nimmer zal overgaan tot vervreemding anders dan na verkregen toestemming van het bestuur van SBMP en dat de gronden bij vervreemding allereerst dienen te worden aangeboden aan SMRF/SMMF [de Fondsen] en/of Mayfinance, welke binnen 90 dagen na schriftelijke aanzegging door partij A de gelegenheid heeft zijn recht van eerste koop uit te oefenen.
dat in geval van overlijden, of langdurig niet meer in staat zijn om de dagelijkse kantoorwerkzaamheden uit te oefenen, verlenen aandeelhouders van Jordan Investments, Inc., te weten:
[gedaagde] President
[naam 3] Secretary
bij dezen onherroepelijke volmacht aan het bestuur van de SBMP om opdracht te verlenen aan elk notaris- of advocaatkantoor in Nederland en/of advocatenkantoor in de USA om de overdracht van de aandelen van Jordan Investments, Inc. aan een door SMRF/SMMF gecontroleerd persoon, personen en/of rechtspersoon over te dragen, waarbij alle hieraan verbonden kosten onvoorwaardelijk voor rekening komen en betaald worden door partij B.”.
Bij vonnis van de voorzieningenrechter van de Rechtbank Rotterdam van 18 februari 2015 is [gedaagde] veroordeeld tot medewerking aan de overdracht van de vervuilde percelen aan de Fondsen, waarna [gedaagde] de voor de overdracht benodigde papieren heeft ondertekend. Tegen het voornoemde vonnis heeft [gedaagde] hoger beroep aangetekend. Daarnaast heeft [gedaagde] namens Jordan Investments de geldigheid van de overdracht van de percelen aangevochten bij de lokale rechtbank in Utah, Verenigde Staten. In beide zaken is nog geen uitspaak gedaan.
Een groot deel van de gronden die deel uitmaakten van het Mayflower project, waaronder één van de vervuilde percelen, is inmiddels verkocht. Als gevolg van de procedure in Utah heeft de Vennootschap ten behoeve van de koper van de gronden zekerheid moeten stellen door het in depot houden van een deel van de verkoopopbrengst ad USD 500.000,-.
Bij brief van 20 november 2017 heeft de Stichting [gedaagde] geïnformeerd over haar voornemen om de Vennootschap met hem te ontbinden en, onder andere, verzocht om ontbrekende stukken uit de administratie af te geven en zijn aanspraak via Jordan Investments op de vervuilde percelen prijs te geven en de procedures daarover te beëindigen. [gedaagde] heeft hierop niet gereageerd noch gehoor gegeven aan de daarin opgenomen verzoeken.
Het College van Toezicht van de Vennootschap en de andere commanditaire vennoten hebben ingestemd met de vordering tot ontbinding van de Vennootschap ten opzichte van [gedaagde] .
3 Het geschil
De Stichting vordert - na wijziging van eis - om bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad:
“1. de Commanditaire Vennootschap Mayfinance C.V. [de Vennootschap] op grond van artikel 7A:1684 BW wegens gewichtige redenen, onder door de rechtbank te stellen voorwaarden, - partieel - te ontbinden, of op grond van artikel 6:258 BW op grond van onvoorziene omstandigheden (partieel) te ontbinden of te wijzigen, en wel aldus dat de Vennootschap ten opzichte van [gedaagde] eindigt maar tussen de Stichting als beherend vennoot en de overige commanditaire vennoten blijft voortbestaan, met dien verstande dat deze vordering wordt ingesteld onder de voorwaarde dat de rechtbank de financiële gevolgen van de ontbinding vaststelt overeenkomstig het onder 2 van het petitum gevorderde;
2. Op grond van artikel 7A:1684 lid 2 BW of 6:258 BW te bepalen dat:
a. het aandeel van [gedaagde] in het kapitaal van de Vennootschap zal vervallen aan de Vennootschap;
b. de Vennootschap bij ontbinding, aan [gedaagde] de bedragen zal terugbetalen waarvan [gedaagde] bewijst dat hij deze als kapitaalstorting bij de Vennootschap heeft ingebracht en dat voor het overige de Vennootschap jegens [gedaagde] zal zijn gekweten;
c. met dien verstande dat bij het gevorderde sub b. niet in aanmerking zullen worden genomen de kapitaalstortingen waarvan redelijkerwijs mag worden aangenomen dat deze zijn gefinancierd met enigerlei betaling door de Vennootschap aan [gedaagde] , Transatlantic Financial Consultants of Jordan Investments, c.q. dat onder kapitaalstortingen als bedoeld onder b en c alleen die bedragen worden begrepen die door [gedaagde] aantoonbaar zijn betaald met geld dat niet verkregen is met schijntransacties als bedoeld in de dagvaarding onder “Schijntransacties met [gedaagde] c.s.”(alinea 35 e.v.).
d. de schadevergoeding die [gedaagde] aan de Vennootschap dient te betalen in mindering strekt op hetgeen de Vennootschap mogelijk aan [gedaagde] dient te betalen, dan wel daarmee wordt verrekend, en het bedrag te bepalen van de schadevergoeding door de schade te begroten in het vonnis, indien nodig met toepassing van artikel 6:105 BW.
e. indien de Vennootschap per saldo een bedrag aan [gedaagde] dient te betalen, de betaling daarvan mag worden opgeschort totdat de omvang van de schade waarvoor [gedaagde] aansprakelijk is door de rechtbank is bepaald.
3. Indien het bedrag dat [gedaagde] aan de Vennootschap dient te betalen hoger is dan het bedrag dat de Vennootschap aan [gedaagde] dient te betalen, [gedaagde] te veroordelen tot het betalen van het meerdere aan de Vennootschap, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het intreden van de schade;
4. ( a) [gedaagde] te veroordelen tot overdracht aan de Fondsen of de Stichting van de door hem gehouden aandelen in Jordan Investments, Inc., binnen 14 dagen na betekening van het te wijzen vonnis, op straffe van een dwangsom van € 50.000,- indien hij niet aan de veroordeling voldoet, te vermeerderen met € 5.000,- voor iedere dag dat hij daarmee in gebreke blijft tot een maximum van tenminste
€ 500.000,-; alsmede
(b) (overeenkomstig het bepaalde in artikel 3:300 BW) te bepalen dat een door de rechter aan te wijzen vertegenwoordiger de voor de overdracht van de aandelen benodigde rechtshandelingen zal verrichten, indien [gedaagde] niet binnen 14 dagen na betekening van het vonnis aan de veroordeling tot overdracht van de aandelen aan de Fondsen of de Stichting voldoet;
5. [gedaagde] te veroordelen tot betaling van de kosten van dit geding, alsmede de nakosten, een en ander te voldoen binnen veertien dagen na dagtekening van het vonnis, en - voor het geval voldoening van de (na)kosten niet binnen de gestelde termijn plaatsvindt - te vermeerderen met de wettelijke rente over de (na)kosten te rekenen vanaf bedoelde termijn voor voldoening”.
[gedaagde] voert verweer en concludeert tot afwijzing van de vorderingen, met veroordeling van de Stichting in de kosten van de procedure.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.