Home

Rechtbank Rotterdam, 28-01-2019, ECLI:NL:RBROT:2019:569, C/10/564674 / KG ZA 18-1352

Rechtbank Rotterdam, 28-01-2019, ECLI:NL:RBROT:2019:569, C/10/564674 / KG ZA 18-1352

Gegevens

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
28 januari 2019
Datum publicatie
28 januari 2019
ECLI
ECLI:NL:RBROT:2019:569
Zaaknummer
C/10/564674 / KG ZA 18-1352

Inhoudsindicatie

Kort geding. Vorderingen van rapper tot verwijdering van YouTube aflevering en tot rectificatie afgewezen.

Uitspraak

vonnis

Team handel en haven

zaaknummer / rolnummer: C/10/564674 / KG ZA 18 -1352

Vonnis in kort geding van 28 januari 2019

in de zaak van

[eiser] ,

wonende te [woonplaats 1] ,

eiser,

advocaten mrs. R.P. de Vries en K. Kasem te Amsterdam,

tegen

[gedaagde] tevens h.o.d.n. [gedaagde],

wonende en zaakdoende te [woonplaats 2] ,

gedaagde,

advocaat mr. M.I. L'Ghdas te Amsterdam.

Partijen zullen hierna [eiser] en [gedaagde] genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

-

de dagvaarding van 4 januari 2019;

-

producties 1 tot en met 15 van [eiser] , waarvan producties 1 en 3 digitale bestanden zijn die staan op een overgelegde USB-stick;

-

producties 1 tot en met 16 van [gedaagde] , waarvan producties 1, 10 en 12 digitale

bestanden zijn die staan op een overgelegde USB-stick;

-

de mondelinge behandeling op 14 januari 2019;

-

de wijziging van eis van [eiser] ;

-

de pleitnota van [eiser] ;

-

de pleitnota van [gedaagde] .

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

[eiser] is een rapper en vlogger die bekend is onder de naam [eiser] .

2.2.

[gedaagde] is een journalist/schrijver, presentator, acteur, producent en regisseur van films en documentaires die bekend is onder de naam [gedaagde] . Hij is eigenaar van de eenmanszaak [gedaagde] . [gedaagde] maakt onder meer de serie “ [YouTube serie] ”. Deze serie wordt via zijn YouTube kanaal uitgezonden. [YouTube serie] is gericht op de Marokkaanse gemeenschap in Nederland. [gedaagde] bepaalt de inhoud van zijn YouTube kanaal en de door hem daarop geplaatste uitingen. Hij exploiteert tevens de

website www. [gedaagde] .nl.

2.3.

[eiser] heeft op of omstreeks 2 december 2018 een filmpje geplaatst op

Snapchat (hierna: het Filmpje). Op het Filmpje, dat als digitaal bestand als productie 3 van [eiser] is overgelegd, staat aan de linkerzijde de tekst “[Commentaartekst]”. Rechts daarvan zijn bewegende beelden van, onder meer, dansende en hun achterwerk schuddende meisjes/vrouwen te zien. Deze meisjes/vrouwen – van wie niet betwist wordt dat ze meerderjarig zijn – zijn voornamelijk op de rug te zien. Een aantal van hen is gekleed in korte rokjes of jurkjes, welke rokjes of jurkjes in een aantal gevallen, kort, omhoog worden geschoven waarna er billen en een string te zien zijn. Op het Filmpje is de stem van [eiser] te horen. Hij zegt onder meer: “dames, gezicht weg alsjeblieft voordat jullie broers jullie betrappen, dat willen we niet hebben, broers mogen niks zien”.

2.4.

Op 3 december 2018 heeft [gedaagde] [aflevering] van [YouTube serie] op zijn YouTube kanaal geplaatst (hierna: de Uitzending). In de Uitzending, die als digitaal bestand als productie 1 van [eiser] is overgelegd, stelt [gedaagde] kort gezegd aan de hand van het Filmpje het thema ‘exposing’ aan de orde.

2.5.

De Uitzending is veel bekeken. Op de Uitzending is, op het YouTube kanaal, veel gereageerd. Er zijn veel instemmende reacties geplaatst. Er zijn ook veel reacties geplaatst die het Filmpje en/of de persoon [eiser] afkeuren. In enkele van die reacties wordt gezegd dat [eiser] iets moet worden aangedaan. Daarbij zijn woorden als benen breken, kapot slaan, hardhandig een lesje leren en zweepslagen of de dood verdienen. Een paar reacties noemen de Uitzending fake of in scène gezet of vragen of het echt is. Een andere categorie reacties gaat in op het “foute gedrag” van de meisjes/vrouwen.

2.6.

[eiser] heeft [gedaagde] op 10 december 2018 verzocht en gesommeerd om uiterlijk op 14 december 2018 de Uitzending te verwijderen en over te gaan tot rectificatie. [gedaagde] heeft aan die sommatie geen gevolg gegeven. Hij heeft na de sommatie op zijn YouTube kanaal wel de volgende disclaimer toegevoegd:“[YouTube serie] is een fictief islamitisch Nederlandse jongerenserie waarin maatschappelijke thema’s worden behandeld”. Deze disclaimer wordt zichtbaar nadat de kijker klikt op het tabje ‘meer weergeven’. Tijdens de Uitzending ziet de kijker in beeld het logo van [YouTube serie] .

2.7.

[eiser] heeft, kort na de Uitzending, op Instagram een bericht geplaatst waarin hij het volgende schrijft: “ik vind het goed dat [gedaagde] zijn social media gebruikt om het geloof te bespreken, maar om over mijn rug een imam en een huilende vader te laten acteren, gaat te ver, hoe geobsedeerd kan je wel niet zijn, denk ik dan. Kijk en oordeel zelf maar”. Kort na plaatsing van dit bericht is het weer verwijderd.

3 Het geschil

3.1.

[eiser] vordert zakelijk weergegeven, na wijziging van eis ter zitting, om bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

1. [gedaagde] te gebieden om binnen 48 uur na betekening van het te wijzen vonnis de Uitzending te verwijderen en verwijderd te houden van de websites van [gedaagde] , althans de websites die onder zijn beheer vallen, waaronder in ieder geval begrepen www. [gedaagde] .nl en zijn sociale media accounts, waaronder het YouTube kanaal “ [gedaagde] ”;

2. [gedaagde] te gebieden om binnen zeven dagen na betekening van het te wijzen vonnis in een vlog die op zijn YouTube kanaal wordt geplaatst, althans een andere vlog of video die binnen een week na dagtekening van het te wijzen vonnis wordt geplaatst op het YouTube kanaal van [gedaagde] , door één van de presentatoren, of voice-over, binnen de eerste vijf minuten van deze vlog of video onderstaande rectificatietekst op neutrale toon en in normaal tempo uit te laten spreken zonder daarbij nader commentaar te geven, waarbij de betreffende vlog of video waarin deze tekst wordt voorgelezen voor de duur van minimaal één week op het YouTube kanaal van [gedaagde] dient te staan:

RECTIFICATIE :

Op 3 december 2018 heb ik via mijn YouTube-kanaal een vlog van geplaatst met de titel: ‘ [YouTube serie] : [aflevering] ’. In deze vlog werd de indruk gewekt dat rapper [eiser] met een post op Snapchat het leven van een jongedame en zijn familie zou hebben geruïneerd. Dit door voor te doen alsof de vader van deze jongedame in tranen een imam heeft gebeld. Deze weergave berust niet op de feiten en mist iedere feitelijke grondslag. Ik had daarom deze vlog niet op deze wijze mogen plaatsen. De Voorzieningenrechter te Rotterdam heeft ons op straffe van verbeurte van een dwangsom verplicht om deze rectificatie voor te lezen.

[gedaagde]

althans een zodanige rectificatie als de voorzieningenrechter juist zal achten;

3. [gedaagde] te gebieden om binnen drie werkdagen na betekening van het te wijzen vonnis de volgende tekst zonder weglatingen, aanvullingen of commentaar op de hoofdpagina van de website www. [gedaagde] .nl te plaatsen en gedurende één week, althans een door de voorzieningenrechter redelijk geachte termijn, geplaatst te houden, waarbij de tekst voor de duur van een week bovenaan de hoofdpagina van de website www. [gedaagde] .nl zichtbaar blijft:

RECTIFICATIE :

Op 3 december 2018 heb ik via mijn YouTube-kanaal een vlog van geplaatst met de titel: “ [YouTube serie] : [aflevering] ” In deze vlog werd de indruk gewekt dat rapper [eiser] met een post op Snapchat het leven van een jongedame en zijn familie zou hebben geruïneerd. Dit door voor te doen alsof de vader van deze jongedame in tranen een imam heeft gebeld. Deze weergave berust niet op de feiten en mist iedere feitelijke grondslag. Ik had daarom deze vlog niet op deze wijze mogen plaatsen. De Voorzieningenrechter te Rotterdam heeft ons op straffe van verbeurte van een dwangsom verplicht om deze rectificatie te plaatsen.

[gedaagde]

althans een zodanige rectificatie als de voorzieningenrechter juist zal achten;

4. te bepalen dat indien [gedaagde] één of meer van de hiervoor genoemde geboden overtreedt, hij aan [eiser] een dwangsom verbeurt van € 2.500,00 per dag (of dagdeel) of per overtreding met een maximum van € 100.000,00;

5. [gedaagde] te veroordelen om aan [eiser] te voldoen een voorschot op de schadevergoeding, groot € 25.000,00, althans een in goede justitie vast te stellen bedrag, te vermeerderen met rente;

6. [gedaagde] te veroordelen in de kosten van deze procedure, vermeerderd met nakosten en met rente.

3.2.

[gedaagde] voert verweer.

3.3.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

5 De beslissing