Rechtbank Rotterdam, 28-08-2019, ECLI:NL:RBROT:2019:6894, C/10/554421 / HA ZA 18-666
Rechtbank Rotterdam, 28-08-2019, ECLI:NL:RBROT:2019:6894, C/10/554421 / HA ZA 18-666
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Rotterdam
- Datum uitspraak
- 28 augustus 2019
- Datum publicatie
- 30 augustus 2019
- ECLI
- ECLI:NL:RBROT:2019:6894
- Formele relaties
- Hoger beroep: ECLI:NL:GHDHA:2021:1789, Meerdere afhandelingswijzen
- Zaaknummer
- C/10/554421 / HA ZA 18-666
Inhoudsindicatie
Eigendom casco schip. IPR Bewijsvermoedens ex art. 3:109 BW en art. 3:119 lid 1 BW. Geldigheid van gepretendeerd pandrecht naar Pools recht en daarmee verkrijging van eigendom uit hoofde van dat pandrecht niet aangetoond. Niet voldaan aan stelplicht.
Uitspraak
vonnis
Team handel en haven
Vonnis van 28 augustus 2019
in de zaak met zaaknummer / rolnummer: C/10/554421 / HA ZA 18-666 van
1. de vennootschap naar Pools recht
[eiser 1] ,
gevestigd te [vestigingsplaats eiser 1] , Polen,
2. de vennootschap naar Pools recht
[eiser 2] ,
gevestigd te [vestigingsplaats eiser 2] , Polen,
3. [eiser 3],
in zijn hoedanigheid van gerechtelijk bewaarder,
wonende te [woonplaats eiser] , Polen,
eisers in conventie en in het incident,
verweerders in reconventie,
advocaat mr. J.B. Houtappel te Rotterdam,
tegen
1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
SHIPYARD TRICO B.V.,
gevestigd te Zwijndrecht,
gedaagde in conventie en in het incident,
eiseres in reconventie,
advocaat mr. J.W. Bouman te Utrecht,
2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
MACHINEFABRIEK A.A. VINK B.V.,
gevestigd te Dordrecht,
gedaagde in conventie en in het incident,
advocaat mr. E. Hoogendam te Gorinchem,
en in de zaak met zaaknummer / rolnummer C/10/564587 / HA ZA 18-1218 van
de vennootschap naar Pools recht
[eiser 1] ,
gevestigd te [vestigingsplaats eiser 1] , Polen,
eiseres, in de hoofdzaak en in de incidenten,
advocaat mr. J.B. Houtappel te Rotterdam,
tegen
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
GEORGIA SHIPPING B.V.,
gevestigd te Zwijndrecht,
gedaagde in de hoofdzaak en de incidenten,
advocaat mr. J.W. Bouman te Utrecht.
Partijen zullen hierna [eiser 1] , [eiser 2] , [eiser 3] , Shipyard Trico, Machinefabriek Vink en Georgia Shipping genoemd worden. [eiser 1] , [eiser 2] en [eiser 3] tezamen zullen hierna [eisers] genoemd worden.
1 De procedure in de zaak 18-666
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- -
-
de dagvaardingen d.d. 22 juni 2018 met producties,
- -
-
de conclusie van antwoord in conventie en incident, tevens eis in reconventie van Shipyard Trico met producties,
- -
-
de conclusie van antwoord van Machinefabriek Vink,
- -
-
de akte vermeerdering van eis van [eisers] ,
- -
-
de antwoordakte van Shipyard Trico,
- -
-
de akte van Machinefabriek Vink,
- -
-
het proces-verbaal van comparitie van partijen van 18 juni 2019 en de daarin vermelde processtukken.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2 De procedure in de zaak 18-1218
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- -
-
de dagvaarding d.d. 30 november 2018,
- -
-
de akte producties en wijzing eis,
- -
-
de conclusie van antwoord in het incident,
- -
-
de conclusie van antwoord,
- -
-
het proces-verbaal van comparitie van partijen van 18 juni 2019 en de daarin vermelde processtukken.
Ten slotte is vonnis bepaald.
3 De feiten
Op 6 augustus 2013 heeft Shipyard Trico met de vennootschap naar Pools recht [naam bedrijf 1] , gevestigd te [vestigingsplaats bedrijf] , (verder: [naam bedrijf 1] ) een overeenkomst gesloten voor de bouw van de romp van een chemicaliën tanker Type C Yard Number 609/921-08/13 (verder: het casco).
Op verzoek van Shipyard Trico heeft de Regionale Rechtbank in Gdansk bij beslissing van 28 augustus 2015 (No. IX GCo 224/15) aan Shipyard Trico, voor onder meer haar vordering op [naam bedrijf 1] tot nakoming van de overeenkomst met nummer 609/921-08/13, zekerheid toegekend door middel van beslag op het casco. Het verzoek van [naam bedrijf 1] tot herroeping van die beslissing is uiteindelijk in hoger beroep bij beslissing van het Hof van Beroep in Gdansk van 20 juli 2016 (No. I ACz 493/16) afgewezen.
Bij tussen Shipyard Trico als claimant en [naam bedrijf 1] als respondent gewezen arbitraal vonnis van het ICC Hof voor Arbitrage (ICC Case no. 21532/FS) van 20 december 2016 (hierna aangeduid als Final Award of het arbitraal vonnis) is – voor zover hier van belang – beslist als volgt:
“1. Respondent is ordered
(i) to perform the finalization of building the new hull for a Chemical Tanker Type C Yard Number 609/921-08/13 in accordance with the Contract No. 609-921, the Technical Specification and General Arrangement Plan and
(ii) to delivery of the hull, and
(iii) to transfer of ownership of the hull including transfer of possession and hand-over of the hull, including all documents listed in Article 6.6. of the Contract no. 609-921, at the berth in Rotterdam clear from any liens and mortgages by the Respondent,
all within six (6) weeks after the Final Award of the Sole Arbitrator has been rendered.
2. If the Respondent fails to
(i) to perform the finalization of building the new hull for a Chemical Tanker Type C Yard Number 609/921-08/13 in accordance with the Contract No. 609-921, the Technical Specification and General Arrangement Plan and
(ii) to delivery of the hull, and
(iii) to transfer of ownership of the hull including transfer of possession and hand-over of the hull, including all documents listed in Article 6.6. of the Contract no. 609-921, at the berth in Rotterdam clear from any liens and mortgages by the Respondent,
within the time stated in the Final Award the Respondent is ordered to
a. a) transfer of ownership of the hull for a Chemical Tanker Type C Yard Number 609/921-08/13, including transfer of possession and hand-over of the hull, including all documents listed in Article 6.6 of the Contract No. 609-921, at the Respondent's shipyard in the condition as it is at the time of the Award clear from any liens and mortgages;
[...]”
Op 21 april 2017 is in het daartoe bestemde pandregister te Polen onder nummer 2529150 ingeschreven het pandrecht van [eiser 1] op een roerende zaak die (in de Engelse vertaling van) het pandregister als volgt is omschreven:
|
“[...] |
||
|
1. Name of pledged item |
[...] |
Inland waterway vessel |
|
[...] |
||
|
2. Feature A – Type of vessel |
[...] |
Hull of a vessel of Building number NB 1296 |
|
3. Feature B – name or ID designation |
[...] |
CHEMICAL TANKER 11OML TYPE C –NB 1296 |
|
[...] |
[...] |
[...] |
|
7. Feature E- DWT of measurements |
Total length 109.85 [...] maximum width = 11.45 [...]”. |
Als pandgevers zijn achtereenvolgens [naam bedrijf 2] te Warschau (verder: [naam bedrijf 2] en [eiser 2] ingeschreven.
Op 25 oktober 2017 is in opdracht van de deurwaarder van Shipyard Trico op het casco een aanduiding aangebracht dat Shipyard Trico eigenaar is van het casco. Op 26 oktober 2017 heeft [eiser 2] bij de Regionale Rechtbank te Gdansk een klacht over die handelingen ingediend met verzoek tot opheffing van beslag.
Bij beslissing van het Hof van Beroep te Gdansk van 28 november 2017 (No. I ACo 24/17) is het arbitraal vonnis uitvoerbaar verklaard.
Shipyard Trico heeft aan de Deense sleepboot Ronja (verder: de sleepboot) opdracht gegeven om het casco vanuit de have te Gdansk naar Nederland te verslepen. Bij e‐mail van 18 mei 2017 heeft de kapitein van de sleepboot gemeld dat de sleepboot met sleep op 17 mei 2017 om 22.20 uur de haven heeft verlaten.
Bij beslissing van de Regionale Rechtbank te Gdansk van 18 mei 2018 (No. XIII 1 Co 572/18) is aan [eiser 1] verlof verleend tot tenuitvoerlegging van een notariële akte d.d. 17 april 2018 (No. 1368/2018) houdende de erkenning van [eiser 2] van het in het pandregister ingeschreven pandrecht en haar verklaring dat zij zich voor een schuld van PLN 1.000.000 jegens [eiser 1] verplicht tot onderwerping aan tenuitvoerlegging.
Door slecht weer bevond de sleepboot met het casco zich op 19 mei 2018 in de ochtend nog in de Poolse territoriale wateren. Die ochtend heeft deurwaarder [naam deurwaarder 1] in opdracht van [eiser 1] handelingen verricht die tot doel hadden executoriaal beslag op het casco te leggen.
De sleepboot heeft de versleping van het casco naar Nederland voortgezet. Op 24 mei 2018 is het casco in Dordrecht aangekomen en aan de kade van Machinefabriek Vink afgemeerd.
Met verlof van de voorzieningenrechter van deze rechtbank heeft [eisers] op 25 mei 2018 ten laste van Shipyard Trico conservatoir beslag tot afgifte op het casco doen leggen.
Shipyard Trico heeft de aan haar gelieerde vennootschap Georgia Shipping opdracht gegeven tot het (laten) uitvoeren van werkzaamheden aan het casco. Georgia Shipping heeft bij overeenkomst van 24 april 2018 aan Machinefabriek Vink opdracht gegeven om diverse afbouwwerkzaamheden aan het casco te verrichten.
De ligplaats van het casco bij Machinefabriek Vink kost € 3,50 per meter per dag.
[eiser 3] heeft [naam bedrijf 1] vertegenwoordigd bij het sluiten van de overeenkomst tussen haar en Shipyard Trico en was tot 2017 enig aandeelhouder van [naam bedrijf 1] . Tevens is hij bestuurder van [eiser 1] . In het door deurwaarder [naam deurwaarder 1] opgemaakte rapport van 19 mei 2018 (No. 706/18) is [eiser 3] onder meer aangeduid als bewaarder van het casco.
Bij beslissing van 3 oktober 2018 (No. VI GCo 401/18 heeft de Regionale Rechtbank te Gdansk op verzoek van [eiser 1] een Europese Executoriale Titel met betrekking tot de notariële akte van 17 april 2018 afgegeven.
Op 4 oktober 2018 heeft deurwaarder [naam deurwaarder 1] in opdracht van [eiser 1] een openbare veiling van het casco gehouden, maar deze veiling was onsuccesvol. Hierop heeft deurwaarder [naam deurwaarder 1] op 5 oktober 2018 een bevel tot overdracht van het casco aan [eiser 1] afgegeven.
Op 29 januari 2019 heeft Shipyard Trico bij de Regionale Rechtbank te [vestigingsplaats eiser 1] een klacht ingediend tegen de handelingen van deurwaarder [naam deurwaarder 1] op 19 mei 2018.