Rechtbank Rotterdam, 09-10-2019, ECLI:NL:RBROT:2019:8846, C/10/563429 / HA ZA 18-1161
Rechtbank Rotterdam, 09-10-2019, ECLI:NL:RBROT:2019:8846, C/10/563429 / HA ZA 18-1161
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Rotterdam
- Datum uitspraak
- 9 oktober 2019
- Datum publicatie
- 12 november 2019
- ECLI
- ECLI:NL:RBROT:2019:8846
- Zaaknummer
- C/10/563429 / HA ZA 18-1161
Inhoudsindicatie
Afwikkeling samenwerkingsovereenkomst. Overeenkomst ten onrechte ontbonden. Ontbinding kwalificeert als opzegging. In dit geval was opzegging van de overeenkomst tussentijds mogelijk. Vasthouden aan minimum duur is naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar. Artikel 2:9 BW strekt zich niet uit tot de in deze zaak optredende niet-bestuurders. Artikel 7:408 BW. Artikel 6:248 lid 2 BW.
Uitspraak
vonnis
Team handel en haven
zaaknummer / rolnummer: C/10/563429 / HA ZA 18-1161
Vonnis van 9 oktober 2019
in de zaak van
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
RDL PETROCHEMIE SERVICES B.V.,
gevestigd te Hellevoetsluis,
eiseres in conventie,
verweerster in reconventie,
advocaat mr. Ph. Ekering te Rotterdam,
tegen
1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
I.T.A. NEDERLAND B.V.,
gevestigd te Rotterdam,
2. rechtspersoon naar vreemd recht
GROUP ITA INDUSTRIËLE TECHNISCHE ASSISTENTIE BVBA,
gevestigd te Rijkevorsel,
gedaagden in conventie,
eiseressen in reconventie,
advocaat mr. W.J. Liebrand te Oss.
Partijen zullen hierna worden aangeduid als RDL respectievelijk I.T.A. Nederland en Group I.T.A. dan wel I.T.A. Nederland c.s. (in vrouwelijk enkelvoud) voor gedaagden gezamenlijk.
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- -
-
de dagvaarding van 20 november 2019, met producties;
- -
-
de conclusie van antwoord en van eis in reconventie met producties, van de zijde van I.T.A. Nederland c.s. ;
- -
-
de conclusie van antwoord in reconventie met producties van de zijde van RDL ;
- -
-
het proces-verbaal van de op 21 mei 2019 gehouden comparitie van partijen.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2 De feiten
In dit geschil wordt van de navolgende vaststaande feiten uitgegaan.
Tussen RDL en I.T.A. Nederland is op 9 maart 2016 een managementovereenkomst gesloten die, voor zover voor dit geding relevant, als volgt luidt:“(...)Artikel 3. Vergoedingen
(...)
4. De manager zal voor de in rekening te brengen vergoedingen en kosten facturen sturen. De vennootschap zal de factuur binnen 14 dagen voldoen, bij gebreke waarvan de vennootschap, zonder dat daartoe enige aanmaning is vereist, in verzuim is. Voor elke dag dat de vennootschap in verzuim is, is de vennootschap een boeterente verschuldigd. De boeterente is gelijk aan de wettelijke rente plus 2%, ingaande op de dag van de aanvang van het verzuim tot en met de dag van betaling
(...)
7. De manager zal een privé wagen inzetten t.b.v. uitvoering van zijn dagelijkse I.T.A. Industriële Technische Assistentie werkzaamheden. Deze wordt enkel voor personenvervoer ingezet. Ter compensatie voor het niet aangaan van een door I.T.A. Industriële Technische Assistentie BV beschikbaar gestelde geel kenteken bedrijfswagen, zal een maandcompensatie door de manager, maandelijks groot € 1100,- (elfhonderdeuro) worden gefactureerd aan I.T.A. Industriële Technische Assistentie BV . De vennootschap zal deze binnen 14 dagen voldoen.
Overige zaken: Er zal een brandstof tankpas worden verstrekt door de vennootschap waarvan manager kosteloos onbeperkt gebruik kan maken, zowel binnen als buiten de uitvoering van zijn opdrachtwerkzaamheden voor de vennootschap.
(...)”
Tussen RDL enerzijds en Group I.T.A. en I.T.A. Nederland anderzijds is op 16 maart 2018 een managementovereenkomst gesloten die, voor zover relevant, als volgt luidt:
“(...)
VERKLAREN TE ZIJN OVEREENGEKOMEN ALS VOLGT:
Artikel 1. Opdracht
1. De manager neemt op zich het On site machining management over de vennootschap te voeren. In het bijzonder neemt de manager op zich, al dan niet met anderen, leiding te geven aan de onderneming van de vennootschap, welke onderneming zich bezighoudt met het verlenen van diensten op het gebied van alle voorkomende onderhoud en reparatie van industriële installaties.
(...)
Artikel 2. Duur
1. De eerdere management overeenkomst van dd.09 maart 2016 loopt zonder onderbreking over in deze herziende Managementovereenkomst. Deze overeenkomst, ingangsdatum 16 maart 2018, is aangegaan voor onbepaalde tijd, doch echter met een minimale verbintenis voor de duur van 05 (vijf) kalenderjaren (40 urige werkweek) na ingaande van deze managementovereenkomst. (...)2. Na de hierboven genoemde duur van de verbintenis van minimaal vijf jaar, kan elk van beide partijen de overeenkomst opzeggen met inachtneming van een opzegtermijn van 3(drie) maanden. Opzegging dient schriftelijk te geschieden.
Artikel 3. Vergoedingen
1. De vennootschap betaalt de manager voor het verrichten van de in artikel 1 omschreven diensten een vaste vergoeding, voor uitgevoerde arbeid, per kalendermaand van € 11.000 (elfduizend euro) te vermeerderen met omzetbelasting, uitbetaling 12 gelijke maandelijkse termijnen.(...)
4. De manager zal de vennootschap voor de in rekening te brengen vergoedingen en kosten facturen sturen. De vennootschap zal de factuur binnen 14 dagen voldoen, bij gebreke waarvan de vennootschap, zonder dat daartoe enige aanmaning is vereist, in verzuim is. Voor elke dag dat de vennootschap in verzuim is, is de vennootschap een boeterente verschuldigd. De boeterente is gelijk aan de wettelijke rente plus 2%, ingaande op de dag van de aanvang van het verzuim tot en met de dag van betaling.
5. Voor het nakomen van de financiële verplichting, met betrekking tot deze management vergoeding per kalendermaand, van deze verbintenis met de duur van tenminste minimaal 05 (vijf) jaar, staat Group I.T.A. Industriële Technische Assistentie bvba gevestigd te België borg, ongeacht bij een eventuele faillissement verklaring van de Nederlandse ITA Industriële Technische Assistentie BV . Bij een tussentijdse afkoop van de duur van deze vijfjarige managementovereenkomst, vanuit ITA Industriële Assistentie BV aan de manager, zal een vergoeding verschuldigd zijn ter grootte van de managementvergoeding over de duur van 24 maanden, welke netto zal worden uitgekeerd in de vorm van een schadevergoeding. Ook hier staat Group I.T.A. Group ITA bvba gevestigd te België borg voor. (...)
6. De manager zal een privé wagen inzetten t.b.v. uitvoering van zijn dagelijkse ITA Industriële Technische Assistentie BV werkzaamheden. Deze wordt enkel voor personenvervoer ingezet. Ter compensatie voor het niet aangaan van een door ITA Industriële Technische Assistentie BV beschikbaar gestelde geel kenteken bedrijfswagen, zal een maandcompensatie door de manager, maandelijks groot €1.100,- (elfhonderd euro), worden gefactureerd aan ITA Technische Assistentie BV. De vennootschap zal deze binnen 14 dagen voldoen.
(...)
Artikel 14. Overige afspraken 1. Deze managementovereenkomst is van kracht ingaande 16 maart 2018, de 40% in bezit zijnde I.T.A. Nederland B.V. aandelen, ondergebracht bij RDL Petrochemie Services BV , worden na ondertekening van deze overeenkomst, notarieel overgedragen (...).
(...)5. Indien de vennootschap deze managementovereenkomst tussentijds opzegt, dan zal buiten de verplichte financiële verplichtingen zoals in deze management overeenkomst vermeld in artikel 3, alsnog een vergoeding worden betaald voor de overdracht van de aandelen zoals vermeld in lid 1 van groot € 20.000 netto (twintigduizendeuro) onder vermelding aandelen opkoop, dit binnen 14 dagen na het ontbinden van deze managementovereenkomst.
(...)”
RDL heeft maandelijks facturen verzonden ter zake van de management- auto- en onkostenvergoeding, steeds voor de daaraan voorafgaande maand. I.T.A. Nederland heeft de facturen d.d. 4 juni 2018 (over de maand mei) ten bedrage van € 15.074,13, d.d. 2 juli 2018 (over de maand juni) ten bedrage van € 15.364,64 en d.d. 1 augustus 2018 (over juli 2018) ten bedrage van € 14.738,62 deels onbetaald gelaten.
RDL heeft I.T.A. Nederland meerdere malen om betaling verzocht. Zo heeft [naam directeur] , directeur van RDL op 2 juli 2018 het volgende aan ( [naam 1] van ) I.T.A. Nederland gemaild:
“(...)
Hierbij nogmaals 3e, doch laatste verzoek van directe betaling, na diverse eerdere verzoeken aan jouw gericht, van factuur RDL Petrochemie Services BV – periode Mei 2018 jl. (vervaldatum factuur 18 juni jl)
Mijn onbegrip dat deze na meermaals verzoeken, heden inmiddels dd 02 juli 2018, nog niet is voldaan.
Mijn prive verplichtingen hebben inmiddels grote achterstand, dit gezien er geen betalingen in prive (hypotheek / kinderalimentatie / belastingdienst ect ect) gedaan kunnen worden.
(...).”
Bij mailbericht van 2 juli 2018 heeft ( [naam 1] van ) I.T.A. Nederland daarop als volgt gereageerd:
“(...)
Ik had gezegd dat er in juni geen geld binnenkwam. Dus ook niet om jou fee te betalen..
Vanaf morgen komt er terug geld op de rekening en wordt aldus morgen betaald,
Je bent idd een medewerker maar tegelijk ook zelfstandig! Je zou dus moeten weten dat er alleen geld binnenkomt als er gefactureerd wordt en ook tijdig betaald wordt door de klant.Zowel facturatie als betalingen door klanten lopen vertraging op. We doen ons uiterste best om alles lopende te houden. Echter ben ik niet van plan NL constant kunstmatig in leven te houden als dit je instelling is!
(...)”
Op 16 juli 2018 heeft I.T.A. Nederland een bedrag van € 6.000, - voldaan aan RDL .
Bij brief van 14 augustus 2018 heeft (de advocaat van) RDL , voor zover hier relevant, het volgende aan I.T.A. Nederland en Group I.T.A. meegedeeld:“(...)
Conform overeenkomst heeft cliënte haar werkzaamheden aan I.T.A. Nederland B.V. (verder: “ ITAN ”) maandelijks in rekening gebracht maar de facturen van cliënte zijn vanaf mei niet meer (volledig) betaald. Cliënte heeft u hierop inmiddels bij herhaling aangesproken maar ondanks eerdere betalingstoezeggingen hebben geen daadwerkelijke betalingen plaatsgevonden.
Inmiddels heeft u cliënte ook laten weten dat ITAN niet in staat is of zal zijn om de facturen van cliënte te voldoen, waarmee vaststaat dat ITAN in verzuim verkeert. (...) Op grond van het bepaalde in artikel 3 lid 5 staat Group I.T.A. Industriële Technische Assistentie bvba (verder: “ GITA ”) garant voor de betalingsverplichtingen van ITAN , reden waarom deze brief ook aan GITA gericht wordt.
Verder schort cliënte haar verplichtingen op totdat door u aan al uw verplichtingen is voldaan.
(...)”
Op 17 augustus 2018 heeft I.T.A. Nederland een betaling van € 9.000, - aan RDL verricht.
Op 21 augustus 2018 heeft RDL na daartoe verlof te hebben verkregen van de voorzieningenrechter van deze rechtbank conservatoir derdenbeslag ten laste van I.T.A. Nederland onder Engie Services Zuid B.V. (hierna: Engie ) gelegd. Het beslag strekt tot zekerheid van verhaal van een inclusief rente en kosten op € 58.263,91 begrote vordering in verband met openstaande facturen voor de managementvergoeding en autokosten over de maanden mei tot en met juli 2018.
Bij dagvaarding in kort geding van 27 augustus 2018 heeft RDL betaling gevorderd van (onder meer) achterstallige managementvergoedingen over de maande juni tot en met augustus 2018.
Bij brief van 20 september 2018 heeft (de advocaat van) I.T.A. Nederland c.s. het volgende aan RDL bericht:
“(...)
Ter zitting van 17 september jongstleden heeft RDL Petrochemie Services B.V. , bij monde van [naam directeur] verklaard, dat hij van 14 augustus 2018 geen werkzaamheden meer heeft verricht, terwijl hij op dat moment als enige de belangen van I.T.A. Nederland behartigde.
Uw cliënte heeft voorts verzuimd om met de firma Ortgiess deugdelijke afspraken te maken over betaling van haar facturen, en ook overigens geen terugkoppeling hiervan gegeven aan de Belgische firmant, hetgeen heeft geresulteerd in beslaglegging zijdens Ortgiess onder de firma ENGIE op 22 augustus 2018. De dagvaarding in een bodemprocedure is inmiddels uitgebracht. Zoals al aangegeven bij de voorzieningenrechter, heeft [naam 1] vanaf april 2018 geen inzicht meer kunnen krijgen in de uitgaande facturen aangezien die kennelijk niet meer vanaf april 2018 door uw cliënte in de Dropbox zijn ingevoerd, hetgeen uw cliënte wel heeft beweerd.
Uw cliënt wordt in deze grove nalatigheid verweten en handelen in strijd met het bepaalde in artikel 2:9 BW zodat uw cliënt hierbij aansprakelijk gesteld wordt voor alle vermogensschade en afgeleide schade, welke mijn cliënte lijdt en nog zal lijden.
Uw cliënt heeft als feitelijk bestuurder van I.T.A. Nederland haar taak als zelfstandig bevoegd leidinggevende verwaarloosd en daarbij het belang van de vennootschap geschaad. Gelet op de overeenkomst die partijen hebben gesloten kan dan ook geconcludeerd worden dat uw cliënte zich niet als een zorgvuldig handelend opdrachtnemer heeft gedragen.
Van cliënte kan dan ook niet langer verwacht worden om uw cliënte nog langer als leidinggevende te handhaven, nu dit tot ernstige reputatieschade in de markt leidt en vermogensschade.
Namens I.T.A. Nederland ontbind ik hierdoor met onmiddellijke ingang de managementovereenkomst die tussen partijen is gesloten op 16 maart 2018 wegens toerekenbare tekortkoming in de nakoming van die overeenkomst. Nu nakoming niet mogelijk nog wenselijk is wegens ernstig verwijtbare handelwijze zijdens uw cliënt is het bepaalde in artikel 6:265 lid 2 BW niet van toepassing.
Uiterst subsidiair zegt cliënte de managementovereenkomst met uw cliënte op met ingang van heden op de voet van artikel 7:408 lid 1 BW, wegens handelen in strijd met het bepaalde in artikel 7:401 en 402 BW. Uw cliënte heeft bij haar werkzaamheden niet de zorg van goed opdrachtnemer in acht genomen en zich niet gehouden aan de afspraak dat leveranciers, zoals bijvoorbeeld Ortgiess , als eerste worden betaald.
Het misachten van de belangen van de onderneming en het frustreren van de goede zakelijke relaties met de leveranciers en opdrachtnemers vormt voor mijn cliënte een gewichtige reden in de zin der wet en acht mijn cliënte uw cliënte aansprakelijk voor alle schade dientengevolge als bedoeld in artikel 6:74 BW.
(...).”
In september 2018 heeft RDL aan I.T.A. Nederland nog twee facturen gestuurd, één over de maand augustus ten bedrage van € 15.283,91 en één over de maand september ten bedrage van € 10.980,75.
Op 1 oktober 2018 heeft de voorzieningenrechter van de Rechtbank Rotterdam vonnis gewezen. Het vonnis luidt - voor zover hier relevant - als volgt:
“(...)
Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting acht de voorzieningenrechter het voldoende aannemelijk dat ITA de achterstallige managementvergoeding over de maanden mei tot en met juli 2018 (inclusief BTW) aan RDL verschuldigd is. (...) Op grond hiervan is een bedrag van
€ 30.222,39 toewijsbaar, zoals gevorderd vermeerderd met rente.
Hetzelfde geldt voor de managementvergoeding over de periode tot 14 augustus 2018, de dag waarop RTL haar werkzaamheden heeft beëindigd. Voor de vergoeding over de periode na opschorting van de werkzaamheden ligt dit anders. RDL heeft haar werkzaamheden gestaakt en gelet daarop en de tussen partijen gevoerde onderhandelingen over de beëindiging van de werkzaamheden van RDL is onzeker of in een eventuele bodemprocedure toewijzing van een geldvordering over die periode te verwachten is. Dat deel van de vordering zal daarom worden afgewezen. De gedeeltelijke toe- en afwijzing van de managementvergoeding over augustus 2018 maakt dat naast het in 4.4 vermelde bedrag een bedrag van € 6.902,40 (...) (inclusief BTW) zal worden toegewezen.
(...)”
5 De beslissing
De voorzieningenrechter:
In conventie
veroordeelt ITA en GITA tot betaling aan RDL van € 30.222,39, te vermeerderen met de contractuele rente (de wettelijke handelsrente +2%) vanaf 20 augustus 2018 tot de dag van algehele voldoening;
veroordeelt ITA tot betaling aan RDL van € 6.902,40, te vermeerderen met de contractuele rente (de wettelijke handelsrente + 2%) vanaf 14 dagen na heden tot de dag van algehele voldoening;
(...)”
I.T.A. Nederland heeft voldaan aan de veroordeling in kort geding van 1 oktober 2018 door betaling op 19 oktober 2018 van een bedrag van € 22.581,48 en een betaling via de derde beslagene Engie van € 16.820,57 op 8 november 2017.