Rechtbank Rotterdam, 04-09-2020, ECLI:NL:RBROT:2020:7823, 20/4348 (8:29 beslissing)
Rechtbank Rotterdam, 04-09-2020, ECLI:NL:RBROT:2020:7823, 20/4348 (8:29 beslissing)
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Rotterdam
- Datum uitspraak
- 4 september 2020
- Datum publicatie
- 1 oktober 2020
- ECLI
- ECLI:NL:RBROT:2020:7823
- Zaaknummer
- 20/4348 (8:29 beslissing)
Inhoudsindicatie
8:29-beslissing. Verzoekster is het niet eens met openbaarmaking van bepaalde Wob-stukken. Zij heeft daarom een verzoek om voorlopige voorziening ingediend en heeft daarbij gevraagd om anoniem te procederen. De identiteit van verzoekster vormt onderdeel van het geschil in het Wob-verzoek. Bekendmaking van de identiteit zou tot gevolg hebben dat het Wob-verzoek voor een deel wordt ingewilligd, zonder dat de voorgenomen openbaarmaking aan een rechterlijke toets is onderworpen. De rechter-commissaris vindt daarom dat verzoekster anoniem mag procederen.
Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
Bestuursrecht
zaaknummer: ROT 20/4348
beslissing van de rechter-commissaris als bedoeld in artikel 8:29, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht van 4 september 2020 in de zaak tussen
[naam verzoekster] (een producent van geneesmiddelen), verzoekster,
gemachtigde: mr. A. Collignon,
en
de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, verweerder,
gemachtigde: mr. S.J.D. Eillyas.
Aanleiding
Verzoekster heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van verweerder van 24 juli 2020. Ook heeft zij de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen. Verzoekster heeft daarbij onder meer gevraagd om (1) anoniem te blijven ten opzichte van de Wob-verzoeker en eventuele andere belanghebbenden in deze procedure anders dan verweerder, en (2) de inhoud van het verzoekschrift, indien en voor zover nodig, slechts gedeeltelijk bekend te maken jegens de Wob-verzoeker en eventuele andere partijen in de procedure anders dan verweerder.
Verweerder heeft de op de zaak betrekking hebbende stukken aan de rechtbank gezonden. Verweerder heeft ten aanzien van bepaalde stukken - op de inventarislijst aangeduid met de nummers 1 tot en met 12 - de rechtbank meegedeeld dat deze stukken alleen voor de rechtbank zijn bestemd en dat aan verzoekster een kopie van de stukken is gestuurd, waarbij de persoonsgegevens van de Wob-verzoeker zijn geanonimiseerd.
De rechtbank begrijpt de verzoeken van verzoekster en verweerder als een mededeling aan de rechtbank op grond van artikel 8:29, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) dat uitsluitend zij daarvan kennis zal mogen nemen en als een verzoek om met toepassing van artikel 8:29, derde lid, van de Awb te beslissen dat de beperkte kennisneming gerechtvaardigd is.
In verband hiermee heeft de rechtbank het gewenst geacht om aan een rechter-commissaris op te dragen een beslissing te nemen als bedoeld in artikel 8:29, derde lid, van de Awb.