Home

Rechtbank Rotterdam, 22-01-2020, ECLI:NL:RBROT:2020:786, FT EA 19/1487

Rechtbank Rotterdam, 22-01-2020, ECLI:NL:RBROT:2020:786, FT EA 19/1487

Gegevens

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
22 januari 2020
Datum publicatie
3 februari 2020
ECLI
ECLI:NL:RBROT:2020:786
Zaaknummer
FT EA 19/1487
Relevante informatie
Faillissementswet [Tekst geldig vanaf 01-01-2025 tot 15-11-2025]

Inhoudsindicatie

Afwijzing dwangakkoord (art. 287a Fw.) Niet maximaal haalbare. Vermogensbestanddelen buiten beschouwing gelaten. Aannemelijk dat over bedragen die door ouders van verzoekster in notariële akte schuldig zijn erkend rente werd betaald. Verschuldigde rente buiten beschouwing gelaten. Ten onrechte verklaard dat lening aan derde was ingelost.

Uitspraak

Team insolventie

rekestnummer: [nummer]

uitspraakdatum: 22 januari 2020

in de zaak van:

[verzoekster] ,

wonende te [adres verzoekster]

[woonplaats verzoekster] ,

verzoekster.

1 De procedure

Verzoekster heeft op 18 oktober 2019, tezamen met een verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling, een verzoek ingevolge artikel 287a, eerste lid, Faillissementswet (Fw) ingediend om één schuldeiser, te weten:

- de heer [naam 1] , vertegenwoordigd door LAVG Gerechtsdeurwaarders (hierna: [naam 1] );

die weigert mee te werken aan een door verzoekster aangeboden schuldregeling, te bevelen in te stemmen met deze schuldregeling.

[naam 1] heeft voorafgaand aan de zitting een verweerschrift met bijlagen toegezonden.

Ter zitting van 7 januari 2020 zijn verschenen en gehoord:

-

verzoekster;

-

mevrouw [naam 2] , werkzaam bij Avres (hierna: schuldhulpverlening);

De weigerende schuldeiser is, hoewel daartoe behoorlijk opgeroepen, niet verschenen.

De uitspraak is bepaald op heden.

2 Het verzoek

Verzoekster heeft volgens het ingediende verzoekschrift twee concurrente schuldeisers - [naam 1] en BSR die in totaal € 83.031,76 van verzoekster te vorderen hebben. Uit het verweerschrift en verhandelde ter zitting is gebleken dat de vordering van BSR (€ 241,77) inmiddels volledig is betaald, zodat alleen de vordering van [naam 1] resteert. Volgens het verzoekschrift bedraagt deze € 82.789,99. Volgens [naam 1] bedraagt zijn vordering thans € 66.390,97.

Verzoekster heeft bij brief van 20 november 2018 een schuldregeling aangeboden aan haar schuldeisers, inhoudende een betaling van 2,24 % aan de concurrente schuldeisers tegen finale kwijting.

Het aangeboden akkoord heeft de volgende inhoud en achtergrond. De aangeboden regeling is gebaseerd op de NVVK-norm. De afloscapaciteit van verzoekster is gebaseerd op ongewijzigde voortzetting van haar AOW-uitkering, aangevuld met een klein pensioen.

Volgens de aangeboden schuldregeling wordt het aangeboden percentage – door middel van een door schuldhulpverlening ter beschikking gesteld saneringskrediet – in één keer aan de schuldeisers uitgekeerd. Verzoekster heeft zich op het standpunt gesteld dat zij al het mogelijke heeft gedaan om het aangeboden percentage aan haar schuldeisers aan te bieden. Verzoekster heeft sinds de aanmelding bij schuldhulpverlening geen nieuwe schulden of achterstanden meer laten ontstaan.

Schuldhulpverlening heeft ter zitting bevestigd dat de vordering aan BSR volledig is betaald. [naam 1] , de enige overgebleven schuldeiser, stemt niet met de aangeboden schuldregeling in.

3 Het verweer

Uit het door [naam 1] ingediende verweerschrift en de daarbij gevoegde bijlagen blijkt dat verzoekster bij vonnis van 11 juli 2018 is veroordeeld tot het betalen van € 45.000,-, te vermeerderen met de reeds verschenen rente tot datum dagvaarding (€ 31.504,93) en de wettelijke rente en buitengerechtelijke kosten. De totale vordering bedroeg aanvankelijk

€ 82.789,99, maar is nu lager omdat [naam 1] derdenbeslag heeft gelegd onder de heer [naam 3] van wie verzoekster - in afwijking van het door haar getekende ‘bewijs van betaling” van 3 mei 2018 - nog € 17.500,- te vorderen bleek te hebben. Daarnaast heeft [naam 1] - onder meer - de volgende feiten en omstandigheden naar voren gebracht: [naam 1] is de enige schuldeiser en hij is ernstig ziek. Het geld dat hij van verzoekster te vorderen heeft, is onder meer nodig om medische ingrepen te kunnen bekostigen. Verzoekster heeft niet gemotiveerd gesteld waarom [naam 1] niet in redelijkheid heeft kunnen weigeren om in te stemmen met de aangeboden schuldregeling. [naam 1] heeft er alles aan gedaan om met verzoekster in contact te komen. Hij was bereid om een acceptabel betalingsplan op te stellen, mits dat zou leiden tot een hoger aflossingspercentage. Daarnaast heeft [naam 1] twee in een notariële akte vastgelegde schuldigerkenningen overgelegd - van 26 oktober 2006 en 4 januari 2007 - waarin de ouders van verzoekster in totaal € 50.000,- erkennen schuldig te zijn, tegen een jaarlijkse rentevergoeding van 6%, derhalve € 3.000,- per jaar.

Hoewel behoorlijk opgeroepen heeft [naam 1] geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid zijn standpunten ter zitting toe te lichten. Hij heeft de rechtbank laten weten dat hij in Spanje verblijft en vanwege zijn slechte gezondheid niet in staat is ter zitting te verschijnen.

4 De beoordeling

5 De beslissing