Home

Rechtbank Rotterdam, 04-02-2020, ECLI:NL:RBROT:2020:891, FT RK 19-685

Rechtbank Rotterdam, 04-02-2020, ECLI:NL:RBROT:2020:891, FT RK 19-685

Inhoudsindicatie

Faillietverklaring van een Nederlandse bestuurder van een buitenlandse beheerder van een beleggingsinstelling – verbod aanbieden deelnemingsrechten zonder vergunning – verweer complexe materie: niet verboden (uitzondering van toepassing), causaliteit / niet persoonlijk ernstig verwijtbaar (fraude andere bestuurder), bestaan schade (compensatie in onderzoek CFTC) en toepasselijk recht (recht van de staat Wyoming) – uitleg uitzonderingsbepaling ‘kleine beheerder’ – piramideconstructie (Ponzi scheme) – bestuurdersaansprakelijkheid, persoonlijk ernstig verwijt – toepasselijk recht.

Uitspraak

Team insolventie

Insolventienummer: [nummer]

Uitspraak: 4 februari 2020

VONNIS op het op 21 november 2019 ingekomen verzoekschrift, met producties, van:

1 [verzoeker 1]

wonende te Bergschenhoek,

wonende te Cuijk,

3. [verzoeker 3],

wonende te Pijnacker,

4. [verzoeker 4],

wonende te Oosterbeek,

5. [verzoeker 5],

wonende te Curaçao,

6. [verzoeker 6],

wonende te Boxmeer,

7. [verzoeker 7] ,

wonende te Rotterdam,

verzoekers,

advocaat mr. dr. G.T.J. Hoff,

strekkende tot faillietverklaring van:

[verweerder] ,

[adres verweerder] ,

[postcode] Rotterdam,

verweerder,

advocaat mr. R. van den Berg Jeths.

1 De procedure

Op 6 januari 2020 heeft mr. R. van den Berg Jeths stukken aan de rechtbank overgelegd.

Verzoekers, vertegenwoordigd door hun advocaat, en verweerder, bijgestaan door zijn advocaat mr. R. van den Berg Jeths en zijn kantoorgenoot mr. A. Tan, zijn op 7 januari 2020 in raadkamer gehoord.

Mr. dr. G.T.J. Hoff heeft ter zitting pleitaantekeningen overgelegd.

Ook mr. R. van den Berg Jeths heeft ter zitting pleitaantekeningen overgelegd.

De rechtbank heeft de uitspraak van 21 januari 2020 aangehouden tot 4 februari 2020. Partijen zijn telefonisch op de hoogte gesteld van deze aanhouding.

2 De standpunten

Verzoekers hebben onder meer het volgende gesteld.

Verweerder verkeert in de toestand dat hij is opgehouden te betalen. Hij heeft ondanks meerdere sommaties nagelaten schadevergoeding aan verzoekers te betalen. Verweerder is aansprakelijk tegenover verzoekers op grond van onrechtmatige daad.

Verweerder heeft in Nederland rechten van deelneming in beleggingsinstellingen aangeboden aan verzoekers. Dat is in dit geval verboden. De beleggingsinstellingen zijn gevestigd in de Verenigde Staten van Amerika en hebben geen vergunning van de Stichting Autoriteit Financiële Markten (AFM). Verzoekers hebben de deelnemingsrechten verworven en daarop aanmerkelijke bedragen ingelegd die verloren zijn gegaan.

Verweerder concludeert tot afwijzing van het verzoek.

Hij verkeert niet in de toestand van te hebben opgehouden te betalen.

Verweerder heeft daartoe in de kern genomen het volgende aangevoerd.

Hij is niet aansprakelijk. Hij heeft de aanbiedingen niet gedaan maar [naam bedrijf] . Verweerder handelde daarbij slechts als bestuurder van [naam bedrijf] . Hem kan daarvan persoonlijk geen ernstig verwijt worden gemaakt.

Voorts geldt een wettelijke uitzondering op het verbod. [naam bedrijf] heeft geen instellingen beheerd waarvan de beheerde activa groter waren dan € 100 miljoen en [naam bedrijf] heeft aan minder dan 150 personen deelnemingsrechten aangeboden.

Verder is de schade niet veroorzaakt door de aanbiedingen en de schade staat niet vast.

De schade is veroorzaakt door fraude door de andere bestuurder van [naam bedrijf] . Verweerder is daar slachtoffer van geworden. Verweerder heeft de fraude gemeld bij de Commodity Futures Trading Commission (CFTC). De CFTC doet onderzoek naar de gang van zaken en onderzoekt nog of en zo ja hoe er een compensatie voor de schade kan worden verkregen.

Verweerder voert voorts aan dat een faillissementsprocedure zich niet leent voor behandeling van een dergelijk complexe materie. Verzoekers vragen het faillissement aan om een lange bodemprocedure tegen verweerder te vermijden. Dit is niet de bedoeling van de faillissementsprocedure.

Ten slotte is Amerikaans recht van toepassing op de vraag of verweerder als bestuurder van een Amerikaanse entiteit aansprakelijk is.

3 De beoordeling

4 De beslissing