Rechtbank Rotterdam, 18-11-2021, ECLI:NL:RBROT:2021:10815, 9416186
Rechtbank Rotterdam, 18-11-2021, ECLI:NL:RBROT:2021:10815, 9416186
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Rotterdam
- Datum uitspraak
- 18 november 2021
- Datum publicatie
- 23 november 2021
- ECLI
- ECLI:NL:RBROT:2021:10815
- Zaaknummer
- 9416186
Inhoudsindicatie
Veroordeling van kosten op grond van tekortkoming in de nakoming van de overeenkomst (artikel 6:74 BW).
Uitspraak
zaaknummer: 9416186 \ CV EXPL 21-3717
uitspraak: 18 november 2021 (bij vervroeging)
vonnis van de kantonrechter, zitting houdende te Dordrecht,
in de zaak van
[eiseres] handelend onder de naam [handelsnaam] ,
gevestigd te [vestigingsplaats eiseres] ,
eiseres,
gemachtigde: [naam gemachtigde] te [plaats] ,
tegen
[gedaagde] ,
gevestigd te [vestigingsplaats gedaagde] ,
gedaagde,
in persoon, [persoon A] , bestuurder.
Partijen worden hierna aangeduid als [eiseres] respectievelijk [gedaagde] .
1. Het verloop van de procedure
Het verloop van de procedure volgt uit de volgende processtukken, waarvan de kantonrechter kennis heeft genomen:
- -
-
het exploot van dagvaarding van 5 augustus 2021;
- -
-
de conclusie van antwoord;
- -
-
de griffiersaantekeningen van de op 2 november 2021 gehouden mondelinge behandeling, waarbij [eiseres] in persoon is verschenen en [gedaagde] zonder bericht van verhindering verstek heeft laten gaan;
- -
-
de ter zitting van 2 november 2021 overlegde stukken aan de kant van [eiseres] .
De kantonrechter heeft de uitspraak van dit vonnis bij vervroeging bepaald op heden.
2. De vaststaande feiten
Als enerzijds gesteld en anderzijds erkend, dan wel niet of onvoldoende gemotiveerd weersproken, staat tussen partijen, voor zover van belang, het volgende vast.
[eiseres] heeft tussen 4 en 22 december voor [gedaagde] werkzaamheden verricht, bestaande uit het afmonteren en in bedrijf stellen van een kraan en het controleren en herstellen van een bovenloopkraan. Op 16 en 23 december 2020 heeft [eiseres] twee facturen naar [gedaagde] verstuurd. De facturen belopen samen een bedrag ad € 5.375,74.
[eiseres] heeft op 17 februari 2022 een creditfactuur naar [gedaagde] verstuurd ten bedrage van € 728,90. [gedaagde] heeft vervolgens op 12 maart 2021 € 2.906,13 aan [eiseres] betaald.
3. De vordering
[eiseres] heeft bij dagvaarding gevorderd bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, [gedaagde] te veroordelen aan haar te betalen € 1.740,71 aan hoofdsom en € 261,11 aan buitengerechtelijke kosten.
Aan haar vordering heeft [eiseres] - zakelijk weergegeven en voor zover thans van belang - ten grondslag gelegd dat [gedaagde] haar betalingsverplichting niet volledig is nagekomen. [gedaagde] is in gebreke gebleven met betaling van de resterende hoofdsom ad € 1.740,71. [gedaagde] schiet daarmee toerekenbaar tekort in de nakoming van de overeenkomst op grond van artikel 6:74 BW.