Rechtbank Rotterdam, 12-04-2021, ECLI:NL:RBROT:2021:3131, 10/960104-16
Rechtbank Rotterdam, 12-04-2021, ECLI:NL:RBROT:2021:3131, 10/960104-16
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Rotterdam
- Datum uitspraak
- 12 april 2021
- Datum publicatie
- 12 april 2021
- ECLI
- ECLI:NL:RBROT:2021:3131
- Zaaknummer
- 10/960104-16
Inhoudsindicatie
Deelneming aan een terroristische organisatie en voorbereiden van terroristische misdrijven.
De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan deelneming aan een terroristische organisatie in Syrië, te weten IS. Zij heeft zich bovendien schuldig gemaakt aan het daartoe eigen maken van het radicale en extremistische gedachtegoed van de gewapende jihadstrijd van die organisatie. De verdachte heeft haar echtgenoot, die lid was van IS, gefaciliteerd, propaganda voor IS gevoerd via social media, getracht anderen te bewegen af te reizen naar Syrië en vuurwapens voorhanden gehad.
Veroordeling tot een deels voorwaardelijke gevangenisstraf met daaraan gekoppeld bijzondere voorwaarden.
Uitspraak
Team straf 2
Parketnummer: 10/960104-16
Uitspraakdatum: 12 april 2021
Tegenspraak
Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:
[naam verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats verdachte] op [geboortedatum verdachte] ,
thans gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting Zwolle,
bijgestaan door mr. T.M.D. Buruma, raadsvrouw te Amsterdam.
1. Onderzoek op de terechtzitting
Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 11 februari en 31 maart 2021. Het onderzoek is gesloten op de terechtzitting van 31 maart 2021.
2. Tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding, zoals deze op de terechtzitting van 11 februari 2021 overeenkomstig de vordering nadere omschrijving tenlastelegging van de officier van justitie is gewijzigd. De tekst van de nader omschreven tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.
3. Eis officier van justitie
De officier van justitie mr. G. Sannes heeft gevorderd:
- -
-
bewezenverklaring van de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten;
- -
-
veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 jaar met aftrek van voorarrest en met oplegging van de gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregel, als bedoeld in artikel 38z van het Wetboek van Strafrecht (hierna Sr).