Home

Rechtbank Rotterdam, 01-04-2021, ECLI:NL:RBROT:2021:7889, C/10/613952 / KG ZA 21-144

Rechtbank Rotterdam, 01-04-2021, ECLI:NL:RBROT:2021:7889, C/10/613952 / KG ZA 21-144

Gegevens

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
1 april 2021
Datum publicatie
7 september 2021
ECLI
ECLI:NL:RBROT:2021:7889
Zaaknummer
C/10/613952 / KG ZA 21-144

Inhoudsindicatie

Kort geding - meewerken verkoop woning, erven en verdeling nalatenschap.

Uitspraak

vonnis

Team handel en haven

zaaknummer / rolnummer: C/10/613952 / KG ZA 21-144

Vonnis in kort geding van 1 april 2021

in de zaak van

[eiseres] ,

wonende te [woonplaats eiseres] ,

eiseres,

advocaat mr. L.A. Jansen te Oud-Beijerland,

tegen

[gedaagde] ,

wonende te [woonplaats gedaagde] ,

gedaagde,

verschenen in persoon.

Partijen worden hierna [eiseres] en [gedaagde] genoemd.

1. De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

-

de dagvaarding van 2 maart 2021, met producties;

-

de mondelinge behandeling via Skype gehouden op 18 maart 2021.

1.2.

Vonnis is bepaald op heden.

2. De feiten

2.1.

Partijen zijn broer en zus en erfgenaam van de nalatenschap van hun ouders. De moeder van partijen is overleden op 14 mei 2012. Op 25 mei 2020 is de vader van partijen overleden.

2.2.

De ouders van partijen hebben geen testament op laten stellen, waardoor partijen ieder voor de helft erfgenaam zijn van de nalatenschap. Partijen hebben de nalatenschap op 1 en op 2 juli 2020 zuiver aanvaard.

2.3.

Tot de nalatenschap behoort de woning aan de [adres] te ( [postcode] ) Rotterdam (hierna: de woning).

2.4.

Een deel van de nalatenschap, waaronder de banktegoeden, is reeds tussen partijen verdeeld. De woning en de inboedel zijn nog niet verdeeld.

2.5.

Bij leven van de ouders van partijen was [gedaagde] reeds woonachtig in de woning. [gedaagde] betaalde geen huurpenningen. Na het overlijden van vader is [gedaagde] in de woning blijven wonen.

2.6.

Ter verdere afwikkeling van de nalatenschap heeft [eiseres] meerdere keren getracht om in overleg te treden met [gedaagde] . Partijen hebben geen nadere afspraken kunnen maken.

2.7.

Bij brief van 8 februari 2021 heeft mr. Jansen [gedaagde] namens [eiseres] gesommeerd om binnen één week aan te geven aan welke makelaar hij bereid is om met betrekking tot de verkoop van de woning een verkoopopdracht te geven. [gedaagde] is tevens gesommeerd om de trouwringen van de ouders van partijen, een glazen waxinelichthouder, een glazenblokje met 3D-afbeelding van de kinderen van [eiseres] , alle foto’s waar [eiseres] , haar kinderen of haar echtgenoot op staan en de poststukken gericht aan de “erven van wijlen uw vader”, aan [eiseres] af te geven. [gedaagde] heeft niet aan deze sommatie voldaan.

3. Het geschil

3.1.

[eiseres] vordert – samengevat – om bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:

  1. [gedaagde] te veroordelen om binnen één week na betekening van dit vonnis zijn volledige medewerking te verlenen aan het te koop zetten, althans het verstrekken van de verkoopopdracht, van de woning bij Kettner Makelaardij en aan de verkoop van de woning voor een door die makelaar in redelijkheid te bepalen prijs, bij gebreke waarvan dit vonnis in de plaats treedt van de door [gedaagde] te geven verkoopopdracht;

  2. [gedaagde] te veroordelen om binnen één week na betekening van dit vonnis zijn volledige medewerking te verlenen aan het toelaten van bezichtigingen van potentiële kopers, het tot stand brengen van een behoorlijke presentatie van de woning aan het publiek, het verrichten van dagelijks onderhoud aan de woning en het presentabel houden van de woning en hem te veroordelen om alle maatregelen die de makelaar of diens plaatsvervanger in het kader van de verkoop van de woning nuttig acht te gehengen en te gedogen, zulks op straffe van een dwangsom van € 500,00 per keer dat [gedaagde] hiermee in strijd handelt;

  3. [gedaagde] te veroordelen om binnen één week na betekening van dit vonnis de volgende goederen af te geven aan [eiseres] op straffe van een dwangsom van € 500,00 per dag of gedeelte van een dag dat [gedaagde] hiermee in gebreke blijft:

  1. de trouwringen van beide ouders;

  2. een door [eiseres] en haar echtgenoot gegeven huwelijksbedankje aan haar ouders (een glazen waxinelichthouder met namen en trouwdatum erop);

  3. glazen blokje met 3D-afbeelding van de kinderen van [eiseres] ;

  4. alle foto’s waar [eiseres] , haar kinderen en haar echtgenoot, alleen of samen of met haar ouders op staan;

  5. alle poststukken gericht aan de “erven van wijlen uw vader” die [gedaagde] heeft ontvangen en mocht ontvangen in de toekomst.

4. Alles met veroordeling van [gedaagde] in de kosten van deze procedure, vermeerderd met de wettelijke rente over de volledige proceskosten, indien de kosten van deze procedure niet binnen 14 dagen na dit vonnis zijn voldaan.

3.2.

[gedaagde] voert verweer dat strekt tot afwijzing van het gevorderde.

3.3.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

5. De beslissing