Rechtbank Rotterdam, 03-08-2021, ECLI:NL:RBROT:2021:8742, RK 21.160
Rechtbank Rotterdam, 03-08-2021, ECLI:NL:RBROT:2021:8742, RK 21.160
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Rotterdam
- Datum uitspraak
- 3 augustus 2021
- Datum publicatie
- 7 september 2021
- ECLI
- ECLI:NL:RBROT:2021:8742
- Zaaknummer
- RK 21.160
Inhoudsindicatie
1) Voorlopige surseance van betaling: bezwaren van schuldeisers ex artikel 252 Fw dat géén akkoord is aangenomen, treffen geen doel;
2) rechtbank oordeelt dat geen sprake is van één of meerdere weigeringsgronden ex artikel 272, lid 2 en 3 Fw en homologeert het aangenomen akkoord.
Uitspraak
Team insolventie
homologatie akkoord
insolventienummer: [nummer]
uitspraakdatum: 3 augustus 2021
in de voorlopige surseance van betaling ten aanzien van:
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[bedrijf] ,
[adres]
[plaats 1] ,
advocaat: mr. S.J.B. Drijber,
hierna: schuldenares.
1 De procedure
Op 20 april 2021 is ter griffie van deze rechtbank van schuldenares een
verzoekschrift ex artikel 214 Faillissementswet (verder: Fw) ontvangen waarbij een ontwerp van akkoord is gevoegd.
Bij beschikking van 21 april 2021 van deze rechtbank is aan schuldenares voorlopig surseance van betaling verleend en is bepaald dat op 21 juli 2021 te 15:00 uur schuldenares en haar schuldeisers in raadkamer op het verzoekschrift zullen worden gehoord.
Bij verzoek van 29 april 2021 heeft schuldenares aan de rechtbank verzocht tot bepaling van een datum voor een crediteurenvergadering waarop gestemd zal worden over het bij het verzoekschrift tot verlening van surseance van betaling, ex art. 214 Fw, gevoegde ontwerp van akkoord waarbij tevens is gevraagd een uiterlijke datum te bepalen waarop de crediteuren hun schuldvorderingen bij de bewindvoerder moeten hebben ingediend,
Bij beschikking van 7 mei 2021 heeft de rechtbank bepaald dat schuldvorderingen ten aanzien waarvan de surseance van betaling werkt, uiterlijk 17 juni 2021 moeten worden ingediend en dat op 2 juli 2021 te 09:30 uur ten overstaan van de rechter-commissaris over het aangeboden akkoord zal worden geraadpleegd en beslist.
De rechtbank heeft kennisgenomen van het proces-verbaal van de raadpleging en beslissing over het aangeboden akkoord, gehouden op 2 juli 2021, waarbij het akkoord aangenomen en is bepaald dat de homologatie van het akkoord zal plaatsvinden op 16 juli 2021 te 14:00 uur.
Bij beschikking van 13 juli 2021 heeft de rechtbank bepaald dat de behandeling van de homologatie van het akkoord zal worden aangehouden tot 22 juli 2021 te 11:00 uur.
De rechter-commissaris heeft op 16 juli 2021 een schriftelijk rapport uitgebracht, waarin zij de rechtbank adviseert het aangenomen akkoord te homologeren.
Op 21 juli 2021 is ter griffie van deze rechtbank van [schuldeiser 1] . gevestigd te [plaats 2] (Italië), schuldeiser (hierna [schuldeiser 1] ), een verzoekschrift tot weigering van homologatie van het akkoord ontvangen.
Eveneens is op 21 juli 2021 ter griffie van deze rechtbank van [schuldeiser 2] gevestigd te [plaats 3] (België), schuldeiser (hierna: [schuldeiser 2] ) een verzoekschrift tot weigering van homologatie van het akkoord ontvangen.
Ter zitting van 22 juli 2021 zijn verschenen en gehoord:
- -
-
mr. S.J.B. Drijber, advocaat van schuldenares;
- -
-
de heer [naam 1] , interim controller in dienst van schuldenares;
- -
-
mr. M. van der Laarse, bewindvoerder;
- -
-
mr. P. van der Valk, kantoorgenoot van de bewindvoerder;
- -
-
mr. P.E. Hendriksen en mr. R.M.T.M. Tielens, namens [schuldeiser 1] ;
- -
-
dhr. [naam 2] , krachtens volmacht, namens [schuldeiser 3]
- -
-
mr. J. van Hecke, namens [schuldeiser 2]
- -
-
mr. F. Hengst, namens [schuldeiser 4] en [schuldeiser 5] (hierna ook : [schuldeisers 4 en 5] )
De uitspraak is bepaald op heden.
2 De feiten
De rechtbank gaat van de volgende feiten uit:
Het ontwerp akkoord
Schuldenares heeft in het bij het verzoekschrift tot verlening van surseance van betaling gevoegde ontwerp akkoord ex artikel 252 e.v. Fw, aangeboden om “alle crediteuren, waarvan hun vorderingen tijdens de crediteurenvergadering vastgesteld is, naar rato van hun vordering een percentage te betalen van het gerealiseerde actief, minus de kosten van de surseance en de volledige voldoening van de preferente crediteuren”.
Schuldenares heeft in haar brief van 22 juni 2021 aan haar schuldeisers onder meer bericht dat de omvang van de schuldenlast zoals deze bij de bewindvoerder is ingediend en (gedeeltelijk) is erkend, bedraagt € 12.849.899,76. Verder heeft schuldenares aangegeven dat de omvang van de ingediende, maar betwiste, vorderingen op dat moment nog niet definitief was vastgesteld. Op basis van een vijftal in de brief genoemde veronderstellingen heeft schuldenares aan de concurrente crediteuren een betaling van een percentage van ca. 20% van hun vordering aangeboden, waarbij de mogelijkheid bestaat dat het daadwerkelijke percentage nog iets hoger zal liggen.
Voorts maakt schuldenares melding van een eerste betaling aan crediteuren van naar verwachting een derde van hun vordering na homologatie van het akkoord, uitgaande van de lijst van de bewindvoerder. Tenslotte wordt melding gemaakt van de vordering op de voormalig bestuurder als mogelijke bate, de ontbinding van schuldenares, het benoemen van vereffenaars en de rekening en verantwoording van de vereffening.
-
Bij aan schuldeisers gerichte brief van 28 juni 2021 heeft schuldenares het ontwerp van akkoord nader toegelicht en aangegeven dat “Het akkoord behelst derhalve voor de concurrente crediteuren een uitkering van minimaal 20 % van de vordering met inachtneming van de in de brief van 22 juni jl. aangegeven voorbehouden.” Verder heeft schuldenares in genoemde brief aangegeven dat de belastingdienst niet meer op volledige betaling van haar vordering staat waardoor na betaling van de preferente schulden het beschikbare actief minder zal afnemen.
Op 30 juni 2021 is een aandeelhoudersbesluit ten aanzien van schuldenares getekend waarin besloten is om schuldenares te ontbinden ingaande 7 dagen na de datum van de beschikking ex artikel 272 Fw waarbij het akkoord is gehomologeerd, onder de voorwaarde dat het akkoord is gehomologeerd. Als vereffenaars zijn mr. S.J.B. Drijber en de heer [naam 1] aangewezen.
3 De standpunten
Voor zover van belang is door partijen het navolgende aangevoerd.
Schuldenares
Schuldenares sluit zich aan bij hetgeen de rechter-commissaris in haar rapport heeft geschreven. Er is op de crediteurenvergadering eerst een inventarisatieronde gehouden en de uiteindelijke stemming heeft tot aanname van het akkoord geleid. Het akkoord behelst een minimale betaling van 20 % aan de concurrente schuldeisers tegen finale kwijting. Daarbij is rekening gehouden met een reservering voor de betwiste schuldeisers. In het geval deze betwistingen terecht zijn, komt de reservering naar rato toe aan de concurrente schuldeisers, het is immers een liquidatieakkoord. Met de Belastingdienst is een regeling overeengekomen dat zij een dubbel percentage van het uitkeringspercentage aan de concurrente crediteuren zal ontvangen. Ter zitting heeft [naam 1] een berekening van het voordeel voor de concurrente crediteuren overgelegd, hetgeen neerkomt op een bedrag van € 107.648,93. Ter zitting is door [naam 1] aangegeven dat het uitkeringspercentage aan concurrente crediteuren uitgaande van het “ worst case scenario “ 21,5 % is. Dit percentage is tevens vermeld op de hiervoor genoemde overgelegde berekening. Gemotiveerd is aangevoerd dat alle gelegde beslagen komen te vervallen, zodra het vonnis van homologatie in kracht van gewijsde is gegaan. Vervolgens kan tot inning van de debiteuren worden overgegaan, zal [X] haar schuld van € 462.554,00 voldoen en zal in het kader van de vaststellingsovereenkomst met de ex bestuurder van 21 juli 2021 (verder:VSO) € 80.000,00 worden betaald. Ten slotte is melding gemaakt van het aandeelhoudersbesluit.
Verzoekers tot weigering van de homologatie van het akkoord
De verweerschriften en de pleitaantekeningen (voor zover overgelegd) worden als hier herhaald en ingelast beschouwd.
3.2a [schuldeiser 1] heeft zich mede ter zitting, op het standpunt gesteld, dat zij de grootste schuldeiser is, dat het gehele door schuldenares in gang gezette proces ongestructureerd verloopt, dat schuldenares niet transparant is geweest, dat hierdoor de belangen van de schuldeisers in het geding zijn geraakt en het vertrouwen in schuldenares ontbreekt. Voorts heeft [schuldeiser 1] zich op het standpunt gesteld dat het akkoord tijdens de schuldeisersvergadering is verworpen. Voor zover de rechtbank oordeelt dat het akkoord wel is aangenomen, verzoekt [schuldeiser 1] de homologatie te weigeren omdat, nakoming van het akkoord onvoldoende is gewaarborgd, schuldenares onvoldoende inzicht geeft in de financiële toestand, een groot deel van de baten onzeker is en dat het niet aannemelijk is dat de vereffenaars de belangen van de gezamenlijke schuldeisers zullen behartigen.
3.2b Namens [schuldeiser 2] is mede ter zitting aangevoerd, dat de homologatie van het op 2 juli 2021 aangenomen akkoord dient te worden geweigerd. Daartoe is naar voren gebracht dat, zowel schuldenares als de bewindvoerder de crediteuren foutief hebben voorgelicht, er weinig vertrouwen mag worden gegeven aan de verklaringen van mr. Drijber en mr. Van der Laarse, dat een grondig onderzoek door een curator op zijn plaats is, dat er vragen zijn over rechtsgeldigheid van het akkoord en dat zij geen vertrouwen heeft in een correcte vereffening.
3.2c Ter zitting is namens [schuldeiser 3] aangevoerd dat, het bevreemdend is dat verrekeningen op de crediteurenvergadering niet aan de orde zijn geweest, zij moesten toen al bekend geweest zijn, de verkoopprijs van de activa onder de maat is, de voormalig bestuurder willens en wetens schulden heeft gemaakt en dat het verkrijgen van finale kwijting het hoofddoel is, dat het proces niet transparant is verlopen, dat het vertrouwen ontbreekt en dat een onderzoek naar de gang van zaken door een deskundige noodzakelijk is.
Instemmende schuldeisers
Mr. Hengst heeft namens zijn cliënten, [schuldeiser 4] en [schuldeiser 5] aangevoerd, dat zij ook grote schuldeisers zijn en dat er met dit akkoord meer over blijft dan in geval van een faillissement. Na verduidelijking op een enkel onderdeel van het aangeboden akkoord hebben zijn cliënten voor het akkoord gestemd. [schuldeisers 4 en 5] ondersteunt dan ook de homologatie van het akkoord.
De bewindvoerder
De bewindvoerder voelt zich door de kritiek op het onvoldoende informeren ook aangesproken. Hij geeft aan dat hij naar eer en geweten de schuldeisers heeft geïnformeerd. De bewindvoerder geeft aan dat hij meent met de regeling met de voormalig bestuurder het hoogst haalbare voor de crediteuren te hebben bereikt. De bewindvoerder geeft aan dat hij geen aanwijzingen heeft gevonden die er op zouden kunnen wijzen dat een onderzoek van de curator tot andere uitkomsten zou leiden. De bewindvoerder meent dat nu alleen de weigeringsgronden aan de orde zijn. Er is geen sprake van een wijziging van het akkoord maar van wijziging van de uitwerking. De baten van de boedel gaan de som van het akkoord niet te boven. De bewindvoerder ziet ook verder geen gronden voor weigering van de homologatie van het akkoord.