Home

Rechtbank Rotterdam, 12-12-2022, ECLI:NL:RBROT:2022:10860, ROT 22/4227

Rechtbank Rotterdam, 12-12-2022, ECLI:NL:RBROT:2022:10860, ROT 22/4227

Gegevens

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
12 december 2022
Datum publicatie
13 december 2022
ECLI
ECLI:NL:RBROT:2022:10860
Zaaknummer
ROT 22/4227

Inhoudsindicatie

In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek van verzoeker om een voorlopige voorziening te treffen strekkende tot schorsing van de publicatie van de bestuurlijke boete die de AFM hem met het besluit van 1 september 2022 heeft opgelegd. De AFM heeft op basis van het Besluit uitvoering EU-verordeningen financiële markten (BEUFIM) onderzocht of verzoeker zich schuldig heeft gemaakt aan marktmanipulatie. Zij heeft hiertoe besloten, nadat zij in februari 2021 meerdere signalen had ontvangen over opvallend handelsgedrag in het aandeel B&S dat aan Euronext Amsterdam staat genoteerd. Deze signalen bestonden eruit dat er via de Binckbank-rekening, die op naam van verzoeker en zijn partner staat, met regelmaat en in een korte tijd relatief veel aandelen B&S zijn gekocht of verkocht en ook weer zijn verkocht of teruggekocht met een (oplopend) handelsverlies op die rekening tot gevolg. Tijdens het onderzoek is het de AFM gebleken dat verzoeker via zijn Capital.com-rekening ook in CFD’s (contracts for difference) B&S handelde rond de momenten waarop er via de Binckbank-rekening opvallend handelsgedrag in het aandeel B&S plaatsvond. De voorzieningenrechter volgt het standpunt van de AFM. Het verzoek om schorsing van de publicatie van het boetebesluit wordt afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Bestuursrecht

zaaknummer: ROT 22/4227

uitspraak van de voorzieningenrechter van 12 december 2022 in de zaak tussen

[Naam], uit [Plaats], verzoeker

(gemachtigden: mr. S.T. Blom en mr. E.L.M. van Kranenburg),

en

Stichting Autoriteit Financiële Markten (de AFM)

(gemachtigden: mr. A.J. de Heer en mr. A. Muhammad).

Inleiding

Totstandkoming van het besluit

Het verzoek

Beoordeling door de voorzieningenrechter

Conclusie en gevolgen