Rechtbank Rotterdam, 09-12-2022, ECLI:NL:RBROT:2022:11015, FT RK 21-1254
Rechtbank Rotterdam, 09-12-2022, ECLI:NL:RBROT:2022:11015, FT RK 21-1254
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Rotterdam
- Datum uitspraak
- 9 december 2022
- Datum publicatie
- 16 december 2022
- ECLI
- ECLI:NL:RBROT:2022:11015
- Zaaknummer
- FT RK 21-1254
- Relevante informatie
- Faillissementswet [Tekst geldig vanaf 01-01-2025 tot 15-11-2025] art. 69
Inhoudsindicatie
Schuldeiser verzoekt schadevergoeding uit de boedel. Zij stelt schade te hebben geleden vanwege gebrek aan voortvarendheid afwikkeling faillissemetn, het niet adequaat informeren van verzoekster door curator en het laten verlopen van bezwaartermijnen m.b.t. UWV vordering.
Tevens verzoekt schuldeiser ontslag van curator op zelfde gronden, althans het verzoek ontslag door te geleiden naar de rechtbank.
Uitspraak
Team insolventie
beschikking van de rechter-commissaris op grond van artikel 69 Faillissementswet
Insolventienummer : [nummer]
BESCHIKKING in het faillissement van :
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
VAN BEERS TRUCKING B.V.
Faradayweg 2
3208 KS Spijkenisse
gefailleerde
rechter-commissaris: mr. C.G.E. Prenger
curator: mr. B.C. Doolaard
1 De procedure
De behandeling van het op 6 oktober 2022 door verzoekster, Van Beers Services B.V., ingediende verzoekschrift ex artikel 69 Faillissementswet (Fw) is bepaald op 10 november 2022.
Van verzoekster zijn op 11 oktober 2022, 12 oktober 2022, 13 oktober 2022, 14 oktober 2022, 17 oktober 2022, 2 november 2022, 9 november 2022, 10 november 2022, 14 november 2022, 2 december 2022 en 7 december 2022 emailberichten met bijlagen ontvangen.
Op 8 november 2022 zijn van mr. Doolaard producties 1 tot en met 7 ontvangen.
Verzoekster, bij monde van mevrouw [naam] , (middellijk) bestuurder van verzoekster, bijgestaan door mr. M.C.V. Dornstedt, en de curator mr. B.C. Doolaard zijn op 10 november 2022 in raadkamer gehoord.
2 Het verzoek
Het verzoekschrift strekt er, kort samengevat, toe om de curator te bevelen een schadevergoeding aan verzoekster te betalen en indien de boedel onvoldoende actief heeft, te oordelen dat de curator deze schadevergoeding pro se dient te betalen.
Verzoekster stelt schade te hebben geleden vanwege:
-
het gebrek aan voortvarendheid bij de afwikkeling van het faillissement;
-
het niet adequaat informeren van verzoekster;
-
het laten verlopen van bezwaartermijnen met betrekking tot de UWV vordering.
Subsidiair heeft verzoekster verzocht de curator te ontslaan op grond van artikel 73 Faillissementswet (Fw).
Bij nagekomen brief van 7 december 2022 heeft verzoekster verzocht de curator de bevelen in te stemmen met haar aanbod tot het treffen van een regeling.
3 Het verweer
De curator heeft op 10 oktober 2022 inhoudelijk gereageerd op het verzoek van 6 oktober 2022 en onder meer betwist dat de informatievoorziening niet voldoende zou zijn geweest en dat er sprake zou zijn van een gebrek aan voortvarendheid. De curator heeft gesteld dat hij alle vragen en verzoeken van verzoekster heeft beantwoord. Dat er door zijn toedoen bezwaartermijnen zijn verlopen, wordt eveneens door de curator betwist. De curator heeft benadrukt dat hij vrijwel direct na zijn aanstelling op 18 april 2022 (ter vervanging van mr. Nauta) contact heeft gezocht met mr. Dornstedt om te spreken over een praktische oplossing van de door hem gesignaleerde paulianakwestie.