Home

Rechtbank Rotterdam, 27-01-2022, ECLI:NL:RBROT:2022:1222, C/10/629515 / KG ZA 21-1040

Rechtbank Rotterdam, 27-01-2022, ECLI:NL:RBROT:2022:1222, C/10/629515 / KG ZA 21-1040

Gegevens

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
27 januari 2022
Datum publicatie
23 februari 2022
ECLI
ECLI:NL:RBROT:2022:1222
Zaaknummer
C/10/629515 / KG ZA 21-1040

Inhoudsindicatie

Kort geding – Afwikkeling nalatenschap. Vordering tot meewerken verkoop woning toegewezen.

Uitspraak

vonnis

Team handel en haven

zaaknummer / rolnummer: C/10/629515 / KG ZA 21-1040

Vonnis in kort geding van 27 januari 2022

in de zaak van

[eiseres] ,

wonende te [woonplaats eiseres] ,

eiseres,

advocaat mr. C.L. Verhoeven te Haarlem,

tegen

[gedaagde] ,

wonende te [woonplaats gedaagde] ,

gedaagde,

verschenen in persoon.

Partijen worden hierna eiseres en gedaagde genoemd.

1. De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

-

de dagvaarding van 21 december 2021, met 13 producties;

-

de mondelinge behandeling gehouden op 13 januari 2022.

1.2.

Vonnis is bepaald op heden.

2. De feiten

2.1.

Partijen zijn broer en zus van elkaar.

2.2.

Op 29 april 2019 is de moeder van partijen overleden. Ten tijde van haar overlijden was zij weduwe. De vader van partijen is in 2006 overleden. Partijen zijn ieder voor de helft gerechtigd tot de nalatenschap van hun moeder en hebben de nalatenschap zuiver aanvaard.

2.3.

In de verklaring van erfrecht is een volmacht opgenomen. Eiseres is gevolmachtigd en bevoegd om naast het beheer ook beschikkingshandelingen en handelingen betreffende de verdeling van de nalatenschap te verrichten. In de door gedaagde op 21 juni 2019 ondertekende volmacht is voor zover van belang het volgende opgenomen:

“(...) De ondergetekende (hierna ook te noemen: “volmachtgever”) verklaart hierbij tevens volmacht met het recht van substitutie te verlenen aan:

[eiseres] , (...) hierna te noemen: “gevolmachtigde”.

speciaal om de volmachtgever te vertegenwoordigen ter zake van het beheer als bedoeld in artikel 3:170 lid 2 Burgerlijk Wetboek over de nalatenschap, alsmede ter zake van de vereffening van de nalatenschap waaronder (indien van toepassing) hierna ook wordt begrepen de door het overlijden ontbonden huwelijksgemeenschap, voor zover erfgenaam daartoe gerechtigd is, van overledene.

De bevoegdheid tot vertegenwoordiging betreft onder meer het aannemen van aan de nalatenschap verschuldigde prestaties, waaronder het innen van banktegoeden, het betalen van de schulden en van de begrafenis, of crematiekosten, het doen van de vereiste belastingaangiften en het betalen van de verschuldigde belastingen. Ook is volmacht verleend om verzekeringsuitkeringen te incasseren en alle daarmee samenhangende handelingen te verrichten, ook voor zover de uitkering als zelfstandig recht buiten de nalatenschap om wordt verkregen door de (of een van de) erfgenamen als begunstigde(n).

Beschikkingshandelingen

De gevolmachtigde heeft wel o / niet o de bevoegdheid om mij te vertegenwoordigen bij beschikkingshandelingen (bijv. verkoop van een woning of auto) over goederen van de nalatenschap.

Verdeling nalatenschap

De gevolmachtigde heeft wel o / niet o de bevoegdheid om mij te vertegenwoordigen bij de verdeling van de nalatenschap. De ondergetekende verleent overigens volmacht om alles verder te doen wat in verband hiermee nodig of wenselijk mocht zijn. (...)”

2.4.

Tot de nalatenschap van de moeder van partijen behoort de woning aan het [adres] te ( [postcode] ) [woonplaats] (hierna: de woning). Op de woning rust een aflossingsvrije hypothecaire geldlening met een restschuld van € 38.571,32 per 1 augustus 2021.

2.5.

Naast de woning, met de zich daarin bevindende inboedel, behoort tot de nalatenschap een spaartegoed ten bedrage van € 36.924,12. Uit het spaartegoed is de aangifte erfbelasting voldaan en zijn voorschotten uitgekeerd aan partijen.

2.6.

Sinds de problematische woonsituatie in 2005/2006 van gedaagde, woonde gedaagde bij de moeder van partijen in de woning. Gedaagde is na het overlijden van de moeder in de woning blijven wonen.

2.7.

De nalatenschapsregisseur heeft partijen bij e-mailbericht van 5 november 2019 voor zover van belang het volgende bericht:

“(...)

Wat nu nog overblijft is de verkoop van de woning.

Op dit moment is de situatie zo dat jullie beiden eigenaar zijn van de woning, maar dat [gedaagde] door hier in te blijven wonen, zich vruchtgebruik heeft toegeëigend waar geen sprake van is.

Tevens is het hierdoor voor [eiseres] onmogelijk haar erfdeel uit te winnen. En mocht [eiseres] overlijden, dan ontstaat er een situatie waarin haar nabestaanden een uitzettingsprocedure moeten gaan opstarten.

Mijns inziens zijn er twee opties:

-

[gedaagde] koopt [eiseres] uit; de woning wordt getaxeerd en [gedaagde] vraagt een hypothecaire lening aan voor 50% van dit bedrag. De woning is daarna volledig van [gedaagde] .

-

[gedaagde] verlaat de woning en de woning gaat in de verkoop. Gedurende de tijd dat [gedaagde] nog in de woning blijft wonen, betaalt hij een vergoeding aan [eiseres] . Hij draagt volledig alle gebruikskosten zelf, zoals Gas, Water en Elektra.

Ter overweging geef ik mee dat [naam persoon] , naast uitvaartondernemer ook in te huren is als zaakwaarnemer. Hij staat meerdere mensen bij die daarin wat hulp kunnen gebruiken (...). Wellicht kan hij jullie helpen met het zoeken naar andere woonruimte?”

2.8.

Partijen hebben vervolgens ingestemd met begeleiding van zaakwaarnemer [naam persoon] (hierna: [naam persoon] ). [naam persoon] heeft gedaagde sinds 2020 ondersteund bij het zoeken naar andere woonruimte en hem praktische bijstand verleend bij enig onderhoud aan de woning.

2.9.

Bij e-mailbericht van 12 augustus 2021 heeft mr. Verhoeven namens eiseres voor zover van belang het volgende aan gedaagde bericht:

“(...)

Ondanks de talrijke mails, persoonlijke bezoekjes en andere aansporingen van [naam persoon] aan uw adres om vervangende woonruimte te gaan zoeken en de woning aan het [adres] in de verkoop te doen, is er geen enkele beweging in de situatie gekomen. Integendeel zelfs. [naam persoon] heeft moeten vaststellen dat de staat en hygiëne van de woning zienderogen achteruit gaan. Voor [eiseres] is nu het moment gekomen dat zij niet langer wil afwachten tot het moment dat u bereid bent om daadwerkelijk stappen te zetten om tot een afwikkeling van de nalatenschap (verkoop van de woning) te komen. Ook [eiseres] is immers gerechtigd tot deze nalatenschap. Om die reden heeft zij mij gevraagd alle concrete stappen in gang te zetten om tot verkoop en levering van de woning aan een derde partij te komen, desnoods door dit via de rechter af te dwingen. (...)”

2.10.

In het in 2.9. genoemde e-mailbericht heeft mr. Verhoeven ter voorkoming van een gerechtelijke procedure aan gedaagde een voorstel gedaan om zijn medewerking te verlenen aan de verkoop van de woning. Gedaagde heeft als volgt op het e-mailbericht van

12 augustus 2021 gereageerd:

“Ik vind deze brief NIET gepast ; ik zoek me werkelijk te barsten, ben op van de zenuwen, en slaap niet.... en dan dit !!”

2.11.

In reactie hierop heeft mr. Verhoeven namens eiseres bij e-mailbericht van 13 augustus 2021 voor zover van belang het volgende aan gedaagde bericht:

“(...)

Naar aanleiding van uw reactie op mijn e-mail van 12 augustus jl. heb ik overleg gehad met uw zus en ook met [naam persoon] . Ik begrijp van hen dat u op verzoeken van hen om uit de onverdeelde nalatenschap te komen en de woning te gaan verkopen steeds op deze manier reageert. Inmiddels heeft dit tot gevolg dat u 2 jaar in de woning woont, zonder uw zus -die ook gerechtigd is tot haar aandeel in de nalatenschap- ook maar enigszins te compenseren of tegemoet te komen. Het punt waarop uw belang bij een ongestoorde voortzetting van de situatie niet langer leidend is, maar ook de belangen van uw zus meegewogen dienen te worden, is inmiddels echt bereikt.

Dit is ook de reden dat ze mij heeft verzocht de ontstane impasse te doorbreken. Tegelijkertijd is het niet haar wens om lijnrecht tegenover u te komen staan. Indien u concreet aangeeft wat u nodig hebt om in goed onderling overleg wél tot verkoop van de woning aan een derde partij te komen, staat zij er voor open het starten van een traject bij de makelaar tot en met 1 november a.s. af te wachten. [naam persoon] is nog steeds bereid een huurwoning voor u te zoeken en u anderszins behulpzaam te zijn, mits dit tot iets leidt.

Het voorgaande geldt wel onder de voorwaarde dat er door u actief naar een huurwoning gezocht gaat worden, de makelaar toegang tot de woning krijgt, de woning wordt opgeschoond en per 1 november a.s. in de actieve verkoop zal moeten, enzovoorts. Van uitstel moet geen afstel komen. U hebt -na verkoop van de woning- immers beschikking over een behoorlijk bedrag waarmee u -zeker in de particuliere sector- eenvoudig een huurcontract kunt afsluiten. Ook is het bespreekbaar aan u ieder een voorschot uit te keren op uw aandeel in de erfenis om de eerste kosten van een huurwoning te dekken. Of dit daadwerkelijk aan de orde kan zijn, hangt wel af van de precieze omstandigheden van het geval.

Graag verneem ik voor 1 september a.s. van u concreet en stapsgewijs hoe u verder wilt gaan, waartoe u wel bereid bent. (...) Blijft dit uit of biedt uw voorstel geen enkel zekerheid aan uw zus, dan zal ik voortgaan met een procedure bij de rechtbank, zoals in mijn eerste mail omschreven. (...)”

2.12.

Gedaagde heeft op het in 2.11. genoemde bericht niet gereageerd.

2.13.

Eiseres heeft NVM-makelaar Dolphijn te Maassluis bereid gevonden de verkoop van de woning ter hand te nemen. De makelaar heeft de woning op 1 oktober 2021 in het bijzijn van [naam persoon] bezichtigd en naar aanleiding hiervan het volgende per e-mailbericht van 3 november 2021 aan [naam persoon] te kennen gegeven:

“(...) Tijdens mijn bezoek ten behoeve van de waardebepaling op 1 oktober 2021 is het opgevallen dat de woning zwaar vervuild is, achterstallig is in onderhoud en er erg veel spullen liggen door de gehele woning heen. In deze staat zal het erg moeilijk worden om succesvol te verkopen.

Wat de verkoop zeer ten goede zou komen is als de woning geheel ontruimd, schoon en onbewoond te koop wordt aangeboden. (...)”

3. Het geschil

3.1.

Eiseres vordert dat de voorzieningenrechter bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:

  1. gedaagde veroordeelt om binnen vier weken na betekening van dit vonnis de woning te ontruimen met al de zijnen en al het zijne en de woning ontruimd te houden, dit met afgifte van alle sleutels aan eiseres;

  2. bepaalt dat bij gebreke van een vrijwillige ontruiming eiseres gerechtigd zal zijn de woning te laten ontruimen en gedaagde veroordeelt in de kosten van de ontruiming, te voldoen op vertoning van en conform de specificatie van die kosten in het proces-verbaal van de ontruiming opgemaakt door de deurwaarder;

  3. bepaalt dat eiseres eventuele persoonlijke eigendommen van gedaagde die door hem worden achtergelaten in of rondom de woning na een vrijwillige ontruiming kan afvoeren en sloten van de woning kan vervangen nadat de woning is ontruimd;

  4. gedaagde veroordeelt om alle medewerking te verlenen aan het (laten) verrichten van noodzakelijke werkzaamheden in en rondom de woning door eiseres of door haar in te schakelen derden, dit op kosten van partijen, ieder voor de helft;

  5. gedaagde veroordeelt om binnen twee dagen na betekening van dit vonnis de overeenkomst van opdracht met makelaar Dolphijn te ondertekenen en bepaalt dat indien gedaagde zijn medewerking weigert te verlenen dit vonnis in de plaats treedt van zijn instemmende verklaring;

  6. gedaagde veroordeelt om na betekening van dit vonnis de helft van de makelaarskosten voor zijn rekening te nemen, alsmede alle overige verkoopkosten zoals door makelaar Dolphijn te zijner tijd vast te stellen na verkoop en levering van de woning;

  7. gedaagde veroordeelt om na betekening van dit vonnis en zodra er een kandidaat-koper is die bereid is een prijs te betalen tussen de laat- en vraagprijs van € 310.000,00 en € 325.000,00 mee te werken aan de totstandkoming van de koopovereenkomst en bepaalt dat indien gedaagde weigert zijn medewerking te verlenen aan de ondertekening van de koopovereenkomst (op de gebruikelijke, door de ingeschakelde makelaar gehanteerde voorwaarden) dit vonnis in de plaats treedt van de instemmende verklaring van gedaagde;

  8. gedaagde veroordeelt om na betekening van dit vonnis mee te werken aan het notarieel transport en bepaalt dat voor het geval gedaagde weigert zijn medewerking te verlenen aan de levering van de woning aan de koper dit vonnis voor wat betreft de verklaring van gedaagde in de notariële transportakte in de plaats treedt;

  9. gedaagde veroordeelt in de kosten van dit geding.

3.2.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

5. De beslissing