Rechtbank Rotterdam, 21-12-2022, ECLI:NL:RBROT:2022:12285, ROT 22/2451 en ROT 22/2452
Rechtbank Rotterdam, 21-12-2022, ECLI:NL:RBROT:2022:12285, ROT 22/2451 en ROT 22/2452
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Rotterdam
- Datum uitspraak
- 21 december 2022
- Datum publicatie
- 15 januari 2024
- ECLI
- ECLI:NL:RBROT:2022:12285
- Zaaknummer
- ROT 22/2451 en ROT 22/2452
Inhoudsindicatie
DNB heeft aan eiseres (betaaldienstverlener/betaalinstelling) twee bestuurlijke boetes opgelegd voor overtreding van artikel 3, tweede lid, en artikel 8, vierde lid, van de Wet ter voorkoming van witwassen en financiering van terrorisme (Wwft) en artikel 10b, eerste lid, van de Sanctiewet 1977 (Sw) en artikel 3:10, eerste lid, van de Wet op het financieel toezicht (Wft) en artikel 10, eerste lid, van het Besluit prudentiële regels Wft (Bpr).
De rechtbank is van oordeel dat DNB zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat eiseres van in ieder geval 1 juli 2015 tot 20 maart 2018 als betaaldienstverlener stelselmatig te kort is geschoten in de naleving van meerdere kernverplichtingen van de Wwft en Sw door nauwelijks cliëntenonderzoek te verrichten, geen PEP-screening uit te voeren en niet te screenen tegen alle sanctielijsten. Alle 20 door DNB onderzochte dossiers waren vrijwel voor 100% niet op orde. DNB heeft zich daarom op het standpunt kunnen stellen dat sprake is van verwijtbare en ernstige overtredingen die het opleggen van een bestuurlijke boete rechtvaardigen.
Anders dan DNB, is de rechtbank echter van oordeel dat er geen aanleiding is om een verhoogde ernst van de overtredingen aan te nemen. Hoewel de wet in dit kader weinig ruimte geeft om onderscheid te maken in soorten betaaldienstverlener, acht de rechtbank gelet op de door eiseres geschetste omstandigheden de poortwachtersrol voor haar door DNB te zwaar aangezet. De verhoging van de boetes met 12,5% blijft daarom niet in stand. De boetes worden verder gematigd vanwege overschrijding van de termijn van artikel 5:51, eerste lid, van de Awb. De rechtbank heeft de beroepen gegrond verklaard en zelf in de zaken voorzien door de hoogte van de boetes opnieuw vast te stellen.
Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
Bestuursrecht
zaaknummers: ROT 22/2451 en ROT 22/2452
[Eiseres], gevestigd in [plaats], eiseres
(gemachtigde: mr. F.M.A. 't Hart),
en
De Nederlandsche Bank N.V., verweerster (DNB)
(gemachtigden: mr. C. de Rond, mr. W.J. Poot en mr. A.J. Boorsma).
Inleiding
1. DNB heeft met twee besluiten van 9 juli 2020 aan eiseres twee bestuurlijke boetes opgelegd. Boete 1 bedraagt (in totaal) € 1.100.000,-. Deze boete heeft DNB opgelegd wegens overtreding van artikel 3, tweede lid, en artikel 8, vierde lid, van de Wet ter voorkoming van witwassen en financiering van terrorisme (Wwft) en artikel 10b, eerste lid, van de Sanctiewet 1977 (Sw) gelezen in samenhang met artikel 2 van de Regeling toezicht Sanctiewet 1977 (RtSw) (boetebesluit 1). Boete 2 bedraagt € 625.000,-. Deze boete heeft DNB opgelegd wegens overtreding van artikel 3:10, eerste lid, van de Wet op het financieel toezicht (Wft) en artikel 10, eerste lid, van het Besluit prudentiële regels Wft (Bpr) (boetebesluit 2).
2. Tegen de boetebesluiten heeft eiseres bezwaar gemaakt.
3. In een besluit van 13 april 2022 (bestreden besluit 1) heeft DNB het bezwaar van eiseres tegen boetebesluit 1 deels gegrond verklaard en boetebesluit 1 herroepen voor zover het de hoogte van de opgelegde boete betreft. DNB heeft boete 1 gematigd tot (in totaal)
€ 850.190,-.
4. In een besluit van 13 april 2022 (bestreden besluit 2) heeft DNB het bezwaar van eiseres tegen boetebesluit 2 deels gegrond verklaard, boetebesluit 2 herroepen voor zover het de hoogte van de opgelegde boete betreft en de hoogte van boete 2 op € 480.940,- vastgesteld.
5. Tegen deze besluiten op bezwaar heeft eiseres beroepen ingesteld (ROT 22/2451 en ROT 22/2452).
6. DNB heeft op de beroepen gereageerd met verweerschriften.
7. Eiseres heeft nadere stukken ingediend.
8. De rechtbank heeft de beroepen op 12 september 2023, met gesloten deuren, gevoegd op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van eiseres, vergezeld door [naam 1], [naam 2] en [naam 3], allen werkzaam bij eiseres, en namens DNB mr. De Rond en mr. Poot, vergezeld door [naam 4], [naam 5], [naam 6], [naam 7], [naam 8] en [naam 9], allen werkzaam bij DNB.