Rechtbank Rotterdam, 23-02-2022, ECLI:NL:RBROT:2022:1359, C/10/623345 / HA ZA 21-708
Rechtbank Rotterdam, 23-02-2022, ECLI:NL:RBROT:2022:1359, C/10/623345 / HA ZA 21-708
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Rotterdam
- Datum uitspraak
- 23 februari 2022
- Datum publicatie
- 2 maart 2022
- ECLI
- ECLI:NL:RBROT:2022:1359
- Zaaknummer
- C/10/623345 / HA ZA 21-708
Inhoudsindicatie
Verplichting bank tot afdracht aan de curator van tijdens faillissement ontstaan creditsaldo. Redelijkheid en billijkheid leidt voor de Duitse bankinstelling niet tot een uitzonderingspositie binnen het strikte systeem van de Faillissementswet
Uitspraak
vonnis
Team handel en haven
zaaknummer / rolnummer: C/10/623345 / HA ZA 21-708
Vonnis van 23 februari 2022
in de zaak van
[naam curator] ,
in hoedanigheid van curator in het faillissement van [naam gefailleerde] ,
kantoorhoudende te [plaats] ,
eiser,
advocaat mr. E-J.W. Griffioen te Rotterdam,
tegen
de vennootschap naar buitenlands recht
N26 BANK GMBH,
gevestigd te Berlijn,
gedaagde,
advocaat mr. A.L. Bremmer te Amsterdam.
Partijen zullen hierna de curator en N26 genoemd worden.
1. De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- -
-
de dagvaarding van 16 juni 2021, met producties 1 tot en met 13;
- -
-
de conclusie van antwoord, zonder producties;
- -
-
aanvullende productie 14 van de curator;
- -
-
spreekaantekeningen van de curator;
- -
-
spreekaantekeningen van N26;
- -
-
de mondelinge behandeling van 12 januari 2022, waarvan de griffier aantekeningen heeft gemaakt.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2 De feiten
Bij vonnis van de Rechtbank Rotterdam van 21 juni 2016 is, met inachtneming van artikel 3 lid 1 van de Verordening (EU) 1346/2000 van het Europees Parlement en de Raad van 29 mei 2000 betreffende insolventieprocedures (hierna: IVO), [naam gefailleerde] (hierna: de gefailleerde) in staat van faillissement verklaard. Daarbij is de curator als zodanig aangesteld.
Op 6 maart 2019 heeft de gefailleerde bij N26 een bankrekening geopend met bankrekeningnummer [rekeningnummer] (hierna: de bankrekening).
Daags nadat de curator door de Fiscale Inlichtingen en Opsporingsdienst was geattendeerd op het bestaan van de bankrekening, is namens de curator per brief van 26 maart 2020 daarover het volgende aan N26 bericht:
“(...) Today, the bankruptcy trustee has become aware that the bankrupt keeps a bank account at your bank; it concerns an account with IBAN (...) and is opened after 21 June 2016.
I urge you to block that bank account and any other bank accounts kept by the bankrupt immediately. I urge you to confirm me by return that the account(s) is/(are) blocked.
I urge you to send me by return a receipt/copy all bank transactions of that bank account and any other bank accounts kept by the bankrupt of the period between 21 June 2013 and today. As an alternative, you can provide with the login details of the online bank account(s).”
Per brief van 7 april 2020 heeft N26 het volgende over de bankrekening aan de curator bericht:
“We declare the following:
-
The debtor holds an N26 bank account with the account number (...)
-
The current balance is 979,65 EUR.
-
The debtor holds no other accounts (...).
-
(...)
-
Please find the balance statements attached.
-
The cancellation has been sent to the customer as of today, 07.04.2020. It will be effective as of 07.06.2020.”
Uit de door N26 verstrekte bankafschriften blijkt dat op en van de bankrekening in de periode van 6 maart 2019 tot en met 7 april 2020 diverse bij- en afschrijvingen hebben plaatsgevonden van en naar verschillende bankrekeningen. In die periode is voor zover hier relevant in totaal € 65.327,86 op de bankrekening ontvangen.
Per brief van 28 april 2020 heeft de curator N26 verzocht een totaalbedrag van € 65.327,86 binnen tien dagen over te maken naar de faillissementsrekening. Dit bedrag bestaat uit het saldo van de ontvangsten op de bankrekening, hetgeen overeenkomt met een nog op de bankrekening aanwezig (bevroren) saldo van € 979,65 en de optelsom van € 64.348,21 aan bedragen die de bankrekening hebben verlaten.
Per brief van 5 mei 2020 heeft N26 aan de curator bericht niet aan zijn betalingsverzoek te zullen voldoen omdat zij meent dat een rechtsplicht daartoe ontbreekt.
3. Het geschil
De curator vordert dat de rechtbank, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad:
-
N26 veroordeelt tot betaling van € 65.327,86, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 13 mei 2020 tot en met de dag der voldoening;
-
N26 veroordeelt tot betaling van de kosten van het geding, waaronder specifiek begrepen de vertalingskosten, de kosten van de internationale betekening en de nakosten als bedoeld in artikel 237, vierde lid, Rv voor een bedrag van € 157,- zonder betekening, verhoogd met een bedrag van € 239,- in geval van betekening, met bepaling dat, als deze kosten niet binnen veertien dagen na de dagtekening van het vonnis worden voldaan, daarover vanaf de vijftiende dag na dagtekening van het vonnis wettelijke rente is verschuldigd; en
-
gelijktijdig met het wijzen van het vonnis aan de curator het ‘certificaat betreffende een beslissing in burgerlijke en handelszaken’ zijnde het daarvoor te gebruiken formulier zoals bedoeld in artikel 53 en bijlage I Verordening 1215/2012 (Brussel I bis-Vo) afgeeft.
De curator legt aan zijn vorderingen ten grondslag dat het totaal van de ontvangsten op de bankrekening op grond van artikel 20 van de Faillissementswet (Fw) behoort tot het faillissementsvermogen van de gefailleerde en dat dit saldo daarom aan de boedel dient te worden afgedragen. Op grond van het bepaalde in artikel 23 Fw was de gefailleerde niet bevoegd te beschikken over het saldo op de bankrekening zodat de boedel ook aanspraak heeft behouden op de bedragen die de gefailleerde van de rekening heeft overgeboekt. N26 behoorde dit totaalsaldo aan de curator af te dragen. Nu dit niet is gebeurd, dient zij die afdracht alsnog te doen, aldus de curator.
N26 concludeert tot afwijzing van de vorderingen, met veroordeling van de curator, uitvoerbaar bij voorraad, in de proceskosten en de nakosten, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de vijftiende dag na het vonnis.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.