Rechtbank Rotterdam, 25-02-2022, ECLI:NL:RBROT:2022:1418, 9059732
Rechtbank Rotterdam, 25-02-2022, ECLI:NL:RBROT:2022:1418, 9059732
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Rotterdam
- Datum uitspraak
- 25 februari 2022
- Datum publicatie
- 3 maart 2022
- ECLI
- ECLI:NL:RBROT:2022:1418
- Zaaknummer
- 9059732
Inhoudsindicatie
Kwalificeren de vordering als boedelvordering of als concurrente vordering? HR 19 april 2013, Koot / Tiedeman (HR:2013:LJN BY6108).
Uitspraak
zaaknummer: 9059732 \ CV EXPL 21-8321
uitspraak: 25 februari 2022
vonnis van de kantonrechter, zitting houdende te Rotterdam,
in de zaak van
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
Adelphi Car Lease B.V.,
gevestigd te Zeist,
eiseres,
gemachtigde: mr. W.H.J. Luijer,
tegen
1. [gedaagde 1] , zowel in hoedanigheid van curator in het faillissement van [bedrijf A] (q.q.) als voor zich (pro se), en
2. [gedaagde 2] , zowel in hoedanigheid van curator in het faillissement van [bedrijf A] (q.q.) als voor zich (pro se),
beiden kantoorhoudende te [plaats] ,
gedaagden,
gemachtigde: mr. J.J. Linker.
Partijen worden hierna aangeduid als “Adelphi” respectievelijk “de curatoren”. Waar relevant zullen in dit vonnis de toevoegingen “q.q.” en “pro se” worden gebruikt.
1. De procedure
Het verloop van de procedure volgt uit de volgende processtukken:
- -
-
de inleidende dagvaarding van 26 januari 2021, met producties;
- -
-
de herstelexploten van 19 februari 2021;
- -
-
de conclusie van antwoord, met producties;
- -
-
het tussenvonnis van 7 juni 2021, waarin een mondelinge behandeling is bepaald.
De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 10 januari 2022. Namens Adelphi hebben via Microsoft Teams mevrouw [persoon B] , mevrouw [persoon C] en de gemachtigde voornoemd deelgenomen aan de zitting. Namens de curatoren zijn [persoon D] , [persoon E] (kantoorgenoot van de curatoren, hierna: [persoon E] ) en de gemachtigde voornoemd verschenen. Van hetgeen ter zitting is besproken, heeft de griffier aantekeningen gemaakt.
De kantonrechter heeft de uitspraak van dit vonnis nader bepaald op heden.
2. De feiten
[bedrijf A] . (hierna: [bedrijf A] ) heeft met betrekking tot 53 voertuigen leaseovereenkomsten gesloten met Adelphi.
Op 3 april 2020 is [bedrijf A] failliet verklaard, met benoeming van de curatoren als zodanig.
Per e-mail van 6 april 2020 heeft [persoon E] het volgende geschreven aan Adelphi:
“De curatoren zijn bereid om de door Adelphi Car verrichte diensten tegen het voor de gefailleerde vennootschap geldende tarief vanaf faillissement (3 april 2020) te vergoeden. U stemt hiermee in. In dat verband zendt Adelphi maandelijks een factuur met een afrekening over de dienstverlening van de afgelopen maand. Over april 2020 is de dienstverlening betaald.
De curatoren maken gebruik van de dienstverlening tot het moment waarop de dienstverlening niet meer gewenst is. Hierbij nemen de curatoren een opzegtermijn van één week in acht. Volledigheidshalve merk ik op dat lopende overeenkomsten niet gestand worden gedaan.”
[persoon E] heeft per e-mail van 24 april 2020, voor zover van belang, het volgende geschreven aan de gemachtigde van Adelphi:
“Zie ik het goed, dan dient enkel nog op het punt van eventuele schades welke ontstaan na 3 april 2020 een oplossing gevonden te worden. Eventuele schades welke ontstaan na 3 april 2020 aan voertuigen van Adelphi als gevolg van het gebruik na 3 april 2020
kunnen als boedelvordering worden aangemeld.
Zoals bekend heb ik de wagenparkbeheerder (de heer [persoon F] ) verzocht een lijst op te stellen van de hem bekende schades van voor datum faillissement. Hij brengt dat momenteel in kaart van de voertuigen die inmiddels zijn verzameld in Almere. Daarnaast is de
berijders van de voertuigen in het veld verzocht om ook opgave te doen van reeds aanwezige schaden. Zodra die lijsten beschikbaar zijn, ontvangt u daarvan een afschrift. De schades welke zijn ontstaan voor datum faillissement kunnen als concurrente vordering
worden aangemeld.”
De gemachtigde van Adelphi heeft daarop, voor zover van belang, als volgt gereageerd:
“Cliënte is akkoord met de door u voorgestelde regeling. Het blijft daarbij echter wel van belang dat nieuwe schades zo snel mogelijk worden gemeld. Op die manier kunnen deze bij de verzekeraar worden gemeld en kan mogelijk ook vermeden worden dat deze als
boedelvordering moeten worden aangemeld. Na vergoeding door de verzekeraar zal er normaliter immers geen schadevordering resteren.
Cliënte stelt het op prijs indien nieuwe schades worden gemeld bij de heer [persoon G] : [e-mailadres 1] met een cc aan mevrouw [persoon B] : [e-mailadres 2].”
Per e-mail van 29 april 2020 heeft [persoon E] de overeenkomsten met betrekking tot 21 voertuigen opgezegd. Vervolgens zijn per e-mail van 30 april 2020 en 25 mei 2020 de resterende overeenkomsten opgezegd.
3. De vordering
Adelphi heeft – na vermindering van eis – gevorderd bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, de curatoren voor zover mogelijk hoofdelijk te veroordelen:
-
tot vergoeding van de door Adelphi gefactureerde schade ten bedrage van € 171.589,98, te vermeerderen met voor zover van toepassing de wettelijke handelsrente en voor het overige te vermeerderen met de wettelijke rente, te berekenen vanaf de onderscheidenlijke data waarop de schades werden geregistreerd en gefactureerd, althans de data waarop Adelphi moest constateren dat de hydraulische liften zonder recht of titel gedemonteerd en van de voertuigen verwijderd waren;
-
tot betaling van de door Adelphi gemaakte buitengerechtelijke kosten ter hoogte van € 2.524,15;
-
in de proceskosten.
Aan haar vordering heeft Adelphi – zakelijk weergegeven en voor zover thans van belang – het volgende ten grondslag gelegd.
In totaal zijn de curatoren een schadevergoeding van € 171.589,98 aan Adelphi verschuldigd. Dit bedrag is als volgt samengesteld.
Adelphi vordert een bedrag van € 68.250,00 aan 39 niet geretourneerde liftinstallaties. De liftinstallaties zijn door natrekking eigendom van Adelphi geworden en hebben een geschatte vervangingswaarde van € 1.750,00 per stuk. De curatoren hadden geen enkel recht om zich de liftinstallaties toe te eigenen.
De demontage van de liftinstallaties onder de verantwoordelijkheid van de curatoren had voorts tot gevolg dat er gaten in de laadvloeren en het chassis achterbleven. De gaten zijn aan te merken als schade, die door de curatoren vergoed dient te worden. De schade bedraagt € 1.000,00 per voertuig, aldus € 39.000,00 in totaal.
Bij retournering van de voertuigen bleek tevens dat op de dashboards houders voor navigatieapparatuur waren gemonteerd. Bij die montage zijn gaten in het dashboard gemaakt die na demontage van de houders moesten worden hersteld. Adelphi heeft 49 dashboardreparaties in rekening gebracht ad € 295,00 per reparatie. Het totaal gefactureerde bedrag is € 14.455,00.
Adelphi maakt daarnaast aanspraak op een bedrag ad € 49.884,98 aan schade. Partijen zijn overeengekomen dat schades aan voertuigen die niet in de inventarisatie waren opgenomen maar die aan het licht zouden komen bij inname van de voertuigen, als boedelschuld worden aangemerkt. Het bedrag ad € 49.884,98 ziet op schades die niet door de wagenparkbeheerder van [bedrijf A] waren geïnventariseerd.
De schade is onder verantwoordelijkheid van de curatoren opzettelijk toegebracht. Daarmee hebben zij in de wettelijke uitvoering van hun taak zodanig onzorgvuldig gehandeld dat zij op grond van artikel 6:162 BW ook persoonlijk aansprakelijk (pro se) zijn voor de met opzet toegebrachte schades. Een gering deel van de door Adelphi geconstateerde schade is het gevolg van onopzettelijke handelingen, waarvoor de curatoren niet persoonlijk aansprakelijk zijn.