Home

Rechtbank Rotterdam, 23-03-2022, ECLI:NL:RBROT:2022:2114, C/10/589586 / HA ZA 20-53

Rechtbank Rotterdam, 23-03-2022, ECLI:NL:RBROT:2022:2114, C/10/589586 / HA ZA 20-53

Gegevens

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
23 maart 2022
Datum publicatie
23 maart 2022
ECLI
ECLI:NL:RBROT:2022:2114
Zaaknummer
C/10/589586 / HA ZA 20-53

Inhoudsindicatie

Summary in English below.

Concerto North Kabel op de Noordzeebodem door vistuig van vissersschip kapotgetrokken. Schip niet aansprakelijk.

Het is niet gebleken dat vissen over kabels op die locatie, in de EEZ van het Verenigd Koninkrijk, is verboden of aan voorwaarden is gebonden. Uitgangspunt is dat daar mocht worden gevist. Geen wettelijk schuldvermoeden, want de kabel is niet een ‘te bekwamer plaatse vastgemaakte zaak’. Gelet op de ratio van artikel 8:546 BW en de risico’s die kabels op of vlak onder de zeebodem opleveren voor de scheepvaart en visserij, is de bewuste kabel ter plaatse van de breuklocatie alleen dan een ‘te bekwamer plaatse vastgemaakte zaak’ zolang deze zodanig is ingegraven in de zeebodem dat het risico op raking door (visserij)schepen wordt weggenomen. Dat de kabel aldus was ingegraven, is niet gebleken.

Niettemin kan het in strijd met goed zeemanschap zijn om over een kabel heen te vissen waarvan kenbaar is dat deze geheel of ten dele uit de bodem steekt of er los op ligt. Goed zeemanschap vereist dat een vissersschip zich vergewist van de aanwezigheid van - onder andere - onderzeese kabels die zich op zijn route bevinden, maar vereist niet zonder bijzondere bijkomende omstandigheden – zoals waarschuwingen over specifieke gevaren, boeien of wachtschepen - dat het schip in de nabijheid daarvan het vistuig ophaalt om schade aan die kabels te voorkomen. Hoe concreter en actueler het gevaar is waarvoor wordt gewaarschuwd, des te meer volgt uit het goed zeemanschap dat daarmee rekening wordt gehouden.

Nu in dit geval zulke omstandigheden ontbreken, heeft het schip geen schuld aan de aanraking en is het niet aansprakelijk.

Concert North cable broken on North Sea seabed by fishing vessel’s fishing gear. Ship not liable. It has not been shown that fishing over cables in the EEZ of the United Kingdom is prohibited or restricted. Starting point therefore is that fishing was allowed at that location. The statutory presumption of culpability on the part of the vessel does not apply, because the cable is not ‘an object fixed at the appropriate place’ as meant in article 546 of Book 8 of the Dutch Civil Code. In view of the ratio of that provision and of the risks that are created for (fishing) vessels by cables on or just below the seabed, this cable at the break location can only be considered ‘an object fixed at the appropriate place’ as long as it stays buried in the seabed in such a manner that the risk of snagging by (fishing) vessels is eliminated. That the cable was thus buried has not become apparent.

It may nevertheless be against the demands of good seamanship to fish over a cable that wholly or partially sticks out of the seabed or rests on top of it, if this circumstance is known or should be known by the vessel. Good seamanship demands that a fishing vessel verifies whether – amongst other things – subsea cables are on its intended route, but does not require - in the absence of further particular circumstances such as notices through the appropriate channels about specific dangers or buoys or guard vessels – that the vessel lifts its fishing gear when approaching a subsea cable in order to prevent damage to that cable. The more specific and current the danger that is described in warnings issued, the more good seamanship demands that it is taken into account. Given the absence of such circumstances in this case, the ship is not to blame for snagging the cable and therefore not liable.

Uitspraak

vonnis

Team handel en haven

zaaknummer / rolnummer: C/10/589586 / HA ZA 20-53

Vonnis van 23 maart 2022

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

GTT NETHERLANDS B.V.,

gevestigd te Schiphol-Rijk, gemeente Haarlemmermeer,

eiseres,

advocaat mr. W.J.L. de Clerck te Leiden,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

VISSERIJMAATSCHAPPIJ MEINDERT JAN U.K. 95 B.V.,

gevestigd te Urk ,

gedaagde,

advocaat mr. P.J. Hoepel.

Partijen zullen hierna GTT en Meindert Jan genoemd worden.

1. De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

-

de dagvaarding van 18 december 2019 met producties 1 tot en met 37

-

de conclusie van antwoord, met producties MJ 1 tot en met MJ 5

-

de brief van 3 juni 2020 waarin de rechtbank partijen oproept voor een mondelinge

behandeling via Skype

-

de brief van 29 juni 2020 van GTT met producties 38 tot en met 42

-

de brief van de rechtbank van 3 juli 2020 met een zittingsagenda

-

de spreekaantekeningen zijdens GTT

-

de spreekaantekeningen zijdens Meindert Jan

-

het proces-verbaal van mondelinge behandeling van 14 juli 2020

-

de brief van 6 augustus 2020 van GTT met een reactie op het proces-verbaal

-

de brief van 10 augustus 2020 van Meindert Jan met een reactie op het proces-verbaal

-

de akte nadere producties tevens akte uitlating van GTT met producties 43 tot en met 55

-

de akte overlegging producties van Meindert Jan met producties MJ 6 tot en met MJ 10

-

de antwoordakte van GTT

-

de akte uitlating en overlegging nadere producties van Meindert Jan met producties MJ 11

tot en met MJ 14

- de brief van 16 februari 2021 waarin de rechtbank de nadere comparitie bepaalt op 21 juni

2021

-

de brief van 3 juni 2021 van GTT met productie 55(a)

-

de brief van 7 juni 2021 van GTT met producties 56 tot en met 60

-

de brief van 7 juni 2021 van Meindert Jan met productie MJ 15

-

de zittingsagenda van 9 juni 2021

-

de spreekaantekeningen zijdens GTT

-

de pleitnota zijdens Meindert Jan

-

het proces-verbaal van mondelinge behandeling van 21 juni 2021.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1.

GTT is een telecommunicatiebedrijf. Tot 8 augustus 2009 was de handelsnaam van GTT “E-21 Netherlands B.V.” Daarna, tot 28 februari 2019, was de handelsnaam van GTT “Interoute Managed Services Netherlands B.V.” Het gaat steeds om dezelfde entiteit die onder andere namen actief is geweest.

2.2.

Meindert Jan is een vissersonderneming en eigenaar van de viskotter [naam vaartuig] (hierna: [naam vaartuig] ). De [naam vaartuig] is een zeeschip met een lengte van 42 meter, een motorvermogen van 2000 pk en wordt ingezet in de platvisserij. In oktober 2018 was de [naam vaartuig] daartoe uitgerust met een pulswing (puls)vistuig.

2.3.

De “Concerto” is een kabelnetwerk in de Noordzee, bestaande uit drie onderzeese kabels tussen het Verenigd Koninkrijk, Nederland en België. De “Concerto North” kabel vormt het noordelijke segment en is ongeveer 36 millimeter in diameter (hierna: de kabel). De kabel loopt tussen Zandvoort in Nederland en Leiston in het Verenigd Koninkrijk en faciliteert het internetverkeer tussen deze landen.

2.4.

Op 29 oktober 2018 heeft de [naam vaartuig] over de kabel gevist.

2.5.

Op 29 oktober 2018 omstreeks 17:26 uur UTC is de kabel door een tension break uiteengereten, op de locatie N 52.35051 E 002.82288 (in decimaalnotatie), N 52º21.0306 E 002º49.3731 (in gradennotatie). Deze locatie ligt in de exclusieve economische zone (EEZ) van het Verenigd Koninkrijk, 85 kilometer uit de Engelse kust.

3. Het geschil

3.1.

GTT vordert samengevat - dat de rechtbank, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad,

  1. voor recht verklaart dat Meindert Jan aansprakelijk is voor de schade die GTT heeft geleden of zal lijden als gevolg van de beschadiging van de kabel op 29 oktober 2018,

  2. Meindert Jan veroordeelt tot betaling van € 467.723,29 aan schadevergoeding te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 1 november 2018,

  3. Meindert Jan veroordeelt tot betaling van de proceskosten inclusief de nakosten, te vermeerderen met de wettelijke rente indien Meindert Jan deze kosten niet binnen zeven dagen na betekening van het vonnis heeft betaald.

3.2.

Meindert Jan concludeert tot afwijzing van de vordering, met veroordeling van GTT, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad, in de proceskosten inclusief de nakosten.

3.3.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

5. De beslissing