Rechtbank Rotterdam, 02-06-2022, ECLI:NL:RBROT:2022:4258, ROT 20/4736
Rechtbank Rotterdam, 02-06-2022, ECLI:NL:RBROT:2022:4258, ROT 20/4736
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Rotterdam
- Datum uitspraak
- 2 juni 2022
- Datum publicatie
- 8 juni 2022
- ECLI
- ECLI:NL:RBROT:2022:4258
- Zaaknummer
- ROT 20/4736
Inhoudsindicatie
Zuiveringsheffing; de schatting van het aantal vervuilingseenheden is niet onredelijk; eiseres niet aannemelijk gemaakt dat opbrengstlimiet is overschreden; redelijke termijn overschreden.
Uitspraak
Bestuursrecht
zaaknummer: ROT 20/4736
gemachtigde: mr. M.M. Vrolijk,
en
gemachtigde: mr. Y. Kievit.
Procesverloop
Met het besluit van 31 maart 2020 heeft verweerder een aanslag Zuiveringsheffing bedrijfsruimte (de aanslag) opgelegd voor de periode 1 januari 2019 tot en met 31 december 2019 met betrekking tot de onroerende zaak [adres] voor een bedrag van
€ 280,50 (3 vervuilingseenheden). Er is eerder reeds een voorlopige aanslag opgelegd van
€ 564,74. Deze is verrekend met de definitieve aanslag, zodat eiseres een bedrag van
€ 284,24 ontvangt.
Met het besluit van 27 juli 2020 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiseres hiertegen ongegrond verklaard.
Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
De rechtbank heeft het beroep op 28 april 2022 op zitting behandeld. Partijen hebben zich laten vertegenwoordigen door hun gemachtigden.
Overwegingen
1. Eiseres is (mede)gebruiker van de onroerende zaak [adres].
2. In geschil is of de aanslag terecht is opgelegd. Meer specifiek is in geschil of de aanslag terecht is gebaseerd op drie vervuilingseenheden en of de opbrengstlimiet is overschreden. Daarnaast is in geschil of eiseres recht heeft op vergoeding van de immateriële schade.
Aantal vervuilingseenheden
Eiseres stelt dat de Verordening van de verenigde vergadering van het Hoogheemraadschap van Delfland houdende regels omtrent de zuiveringsheffing (Verordening zuiveringsheffing Delfland 2020; hierna: de Verordening) niet voorziet in een bepaling die zegt dat het aantal vervuilingseenheden berekend kan worden door middel van een herleid jaarverbruik. De aanslag moet daarom worden vernietigd, aldus eiseres.
In de Verordening is – voor zover van belang – het volgende vermeld:
“Artikel 8 Grondslag en heffingsmaatstaf
1. Voor de heffing bedoeld in artikel 3 geldt als grondslag de hoeveelheid en de hoedanigheid van de stoffen die in een kalenderjaar worden afgevoerd.
2. Voor de heffing geldt als heffingsmaatstaf de vervuilingswaarde van de stoffen die ineen kalenderjaar worden afgevoerd. De vervuilingswaarde wordt uitgedrukt in vervuilingseenheden.
(...)