Rechtbank Rotterdam, 19-01-2022, ECLI:NL:RBROT:2022:511, C/10/621548 / HA ZA 21-596
Rechtbank Rotterdam, 19-01-2022, ECLI:NL:RBROT:2022:511, C/10/621548 / HA ZA 21-596
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Rotterdam
- Datum uitspraak
- 19 januari 2022
- Datum publicatie
- 27 januari 2022
- ECLI
- ECLI:NL:RBROT:2022:511
- Zaaknummer
- C/10/621548 / HA ZA 21-596
Inhoudsindicatie
Tussenvonnis. De tussen partijen overeengekomen concerngarantie kwalificeert als een borgtochtovereenkomst in de zin van art. 7:850 BW. Gedaagde wordt niet gevolgd in haar (buitengerechtelijke) vernietiging van diverse bepalingen uit de concerngarantie en de algemene voorwaarden. Geen strijd met art. 6 EVRM en art. 47 EU Grondrechtenhandvest. Geen reflexwerking van art. 6:236 BW omdat gedaagde niet gelijk te stellen is met een consument. Tevens is het niet onredelijk dat eiseres haar eigen schade probeert zo veel mogelijk te beperken. Artikel 4 van de concerngarantie is niet in strijd met het recht en niet naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar. Evenmin is sprake van schending van de zorgplicht door eiseres en heeft zij geen misbruik van omstandigheden gemaakt. Artikel 4 van de concerngarantie heeft het karakter van een bewijsovereenkomst in de zin van art. 153 Rv. Er is geen afbouwovereenkomst tussen partijen tot stand gekomen, wel een herstelovereenkomst. Alvorens een oordeel te geven over de vraag of eiseres de herstelovereenkomst terecht heeft opgezegd, mogen partijen zich uitlaten over de vraag of de herstelovereenkomst als een aannemingsovereenkomst in de zin van art. 7:750 BW kwalificeert. Daarnaast kunnen partijen zich met het oog op het bepalen van de voor het gehele werk geldende prijs als bedoeld in art. 7:764 lid 2 BW uitlaten over de vraag welke kosten onder de herstelovereenkomst vallen. Bij eindvonnis toe te wijzen proceskosten worden ambtshalve gematigd tot het liquidatietarief. Voorts zijn diverse reconventionele vorderingen beoordeeld.
Uitspraak
vonnis
Team handel en haven
zaaknummer / rolnummer: C/10/621548 / HA ZA 21-596
Vonnis van 19 januari 2022
in de zaak van
de naamloze vennootschap
WONINGBORG N.V.,
gevestigd te Gouda,
eiseres in conventie,
verweerster in reconventie,
advocaat mr. M. Kooiman te Rotterdam,
tegen
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
BBG VASTGOED B.V.,
gevestigd te Oldebroek,
gedaagde in conventie,
eiseres in reconventie,
advocaat mr. G.A. Krol te Ridderkerk.
Partijen zullen hierna Woningborg en BBG Vastgoed genoemd worden.
1. De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 10 mei 2021, met producties 1-14;
- het overzicht beslagstukken van 7 juli 2021 van Woningborg, met bijlage 1-5;
- de akte vermeerdering eis en overleggen aanvullende producties van 18 augustus 2021 van Woningborg, met producties 15-22;
- de conclusie van antwoord in conventie, eis in reconventie tevens akte houdende producties, met producties 1-48;
- de brief van de rechtbank van 13 september 2021, waarbij partijen zijn opgeroepen voor een mondelinge behandeling;
- de conclusie van antwoord in reconventie tevens akte vermeerdering en wijziging van eis, met producties 23-32;
- de brief van 16 november 2021 van Woningborg met productie 33;
- de akte verweer vermeerdering van eis in conventie tevens akte aanvulling gronden en vermindering en vermeerdering van eis in reconventie van 22 november 2021 van BBG Vastgoed, met producties 49-63.
Op 22 november 2021 heeft een mondelinge behandeling via Skype verbinding plaatsgevonden, ter gelegenheid waarvan mrs. Kooiman en Sintniklaas spreekaantekeningen en mr. Krol een notitie ten behoeve van de comparitie van partijen, akte aanvulling grondslag van eis in reconventie hebben overgelegd. Van de mondelinge behandeling is geen proces-verbaal opgemaakt.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2. De feiten in conventie en reconventie
Woningborg is een zelfstandig schadeverzekeringsbedrijf dat gespecialiseerd is in het waarborgen van woninggaranties. Woningborg verstrekt waarborgcertificaten met toepassing van onder andere de Woningborg Garantie- en waarborgregeling (hierna: GWR) aan verkrijgers van een nieuw te bouwen woning (hierna: de garantiegerechtigden) in het kader van woningbouwprojecten van bij haar ingeschreven bouwondernemingen.
Een waarborgcertificaat geeft aan de garantiegerechtigden jegens Woningborg recht op de waarborgen zoals omschreven in de GWR. Dit zijn onder andere de herstelwaarborg en de afbouwwaarborg, in het geval de ingeschreven bouwonderneming haar verplichtingen jegens de garantiegerechtigden niet wil of niet meer kan nakomen.
BBG Vastgoed houdt zich onder meer bezig met het beheren van en beleggen in vastgoed.
Woningborg heeft met Aannemingsbedrijf Macro B.V. (voorheen handelend onder de naam BBG B.V. en hierna: Macro) een overeenkomst gesloten zodat Macro bevoegd was om woningen te verkopen en te bouwen met toepassing van de GWR. Het met deze overeenkomst verband houdende inschrijfformulier is namens Macro op 20 juni 2017 ondertekend.
Macro was de hoofdaannemer van het project [naam project] in Wezep (hierna: het project). Aan de door Woningborg aan de garantiegerechtigden van dit project verstrekte waarborgcertificaten is een aanhangsel gehecht die – voor zover van belang – als volgt luidt:
“Het niet overeengekomen NOM Pakket wordt uitgesloten.
Derhalve valt dit onderdeel niet onder de reeds gesloten overeenkomst, hetgeen impliceert dat iedere (in)directe (gevolg)schade en / of het niet voldoen aan de garantienormen ter zake, zijn uitgesloten van de toepasselijke Woningborg garantie- en waarborgregeling.
Dit aanhangsel vormt een onverbrekelijk geheel met het in de aanhef genoemde certificaat. (...)”
Op de overeenkomst tussen Woningborg en Macro waren de Algemene Voorwaarden van Woningborg versie 2012 (hierna: de Algemene Voorwaarden) van toepassing. De bepalingen uit de Algemene Voorwaarden luiden – voor zover van belang – als volgt:
“(...)
17 Betaling en Kosten
(...)
Indien de Bouwonderneming [Macro; rechtbank] in de nakoming van één of meer van haar verplichtingen tekortschiet, dan komen alle redelijke kosten ter verkrijging van voldoening buiten rechte voor haar rekening, waaronder in ieder geval zullen zijn begrepen de kosten van Incassobureaus, deurwaarders en advocaten.
De Bouwonderneming is verplicht alle door Woningborg gemaakte kosten te vergoeden die verband houden met een gerechtelijke procedure tussen Woningborg en de Bouwonderneming waarbij de Bouwonderneming volledig of in overwegende mate in het ongelijk is gesteld. Onder deze kosten zullen in ieder geval zijn begrepen de kosten van externe deskundigen, deurwaarders en advocaten en dergelijke, ook voor zover deze het door de rechter terzake toegewezen bedrag overtreffen. Deze kosten zijn onmiddellijk na het betreffende vonnis of arrest opeisbaar, ook indien appel of cassatie is ingesteld.
De Bouwonderneming verleent hierbij een onherroepelijke machtiging aan Woningborg om namens de Bouwonderneming zorg te dragen voor betaling van kosten die aan de Bouwonderneming worden opgelegd en/of aan Woningborg in rekening worden gebracht in het kader van een al dan niet afgeronde arbitrale procedure met betrekking tot de Garantie- en waarborgregeling en/of een (koop)(-/) (aannemings)overeenkomst met een Verkrijger. De Bouwonderneming zal dergelijke door Woningborg betaalde kosten binnen dertig (30) kalenderdagen na factuurdatum aan Woningborg voldoen.
(...)
19 Aansprakelijkheid Bouwonderneming
Ingeval de Bouwonderneming de voor haar uit een overeenkomst met een Verkrijger of een tussen de Bouwonderneming en de Verkrijger gewezen gerechtelijk of arbitraal vonnis voortvloeiende verplichtingen niet of niet correct nakomt, is de Bouwonderneming verplicht alle als gevolg daarvan door Woningborg geleden schade en gemaakte, of door derden aan haar in rekening gebrachte, kosten aan Woningborg te vergoeden, waaronder begrepen maar niet beperkt tot personeelskosten, de kosten van herstel of voltooiing van een Woning en de kosten van een arbitrale of gerechtelijke procedure.
Met betrekking tot de vraag welke werkzaamheden in het kader van de uitvoering van de Garantie- en waarborgregeling nodig zijn voor herstel of voltooiing van een woning, is het oordeel van Woningborg doorslaggevend.
(...)”
BBG Vastgoed heeft op 15 december 2017 als zekerheid van de nakoming van de verplichtingen van Macro jegens Woningborg ten gunste van Woningborg een concerngarantie (hierna: de Concerngarantie) ondertekend. De bepalingen uit de Concerngarantie luiden – voor zover van belang – als volgt:
“(...)
2. Garant [BBG Vastgoed; rechtbank] verklaart zich hierbij bij wijze van zelfstandige verbintenis onherroepelijk en onvoorwaardelijk jegens Woningborg garant te stellen en verbindt zich hoofdelijk jegens Woningborg voor al hetgeen Woningborg uit welken hoofde dan ook jegens de Bouwonderneming te vorderen heeft dan wel te vorderen zal hebben, daaronder mede begrepen - maar niet beperkt tot - al hetgeen Woningborg van de Bouwonderneming te vorderen heeft, dan wel zal hebben ter zake van door Verkrijgers en/of Zakelijke afnemers aan Woningborg gecedeerde vorderingen, alsmede als gevolg van het feit dat de Bouwonderneming in verzuim is met de nakoming van haar verplichtingen, zoals - maar niet beperkt tot - wettelijke rente en eventuele boetes en/of dwangsommen.
(...)
4. Garant doet hierbij afstand van alle eventueel voor haar uit de artikelen 7:851, 852, 853, 855 en 856 BW voortvloeiende rechten en verweermiddelen.
5. Garant zal op eerste verzoek van Woningborg aan deze betalen al hetgeen Woningborg verklaart van de Bouwonderneming en/of Gelieerde Onderneming(en) - en Garant uit hoofde van deze Concerngarantie - te vorderen te hebben.
(...)
9. Garant is aansprakelijk voor alle buitengerechtelijke en gerechtelijke, alsmede alle overige kosten die door Woningborg met betrekking tot de vorderingen jegens de Bouwondememing en/of Gelieerde Onderneming(en) - en Garant uit hoofde van deze Concerngarantie - zijn of worden gemaakt.
(...)”
Op 8 september 2020 is Macro in staat van faillissement verklaard.
Door de garantiegerechtigden is ter zake van zes appartementen in het project [naam project] te Wezep, welke appartementen werden gebouwd door Macro, een beroep gedaan jegens Woningborg op de afbouwwaarborg die is opgenomen in de GWR.
Per e-mail van 6 oktober 2020 heeft de heer [persoon A] (hierna: [persoon A] ) van BBG Vastgoed het volgende – voor zover van belang – aan mevrouw [persoon B] (hierna: [persoon B] ) en de heer [persoon C] (hierna: [persoon C] ) van Woningborg bericht:
“(...) Hierbij ontvangt u van ons zoals gisteren besproken de open begroting van het deel van het werk wat nog gerealiseerd moet worden van planregistratienummer [planregistratienummer] .
Graag horen wij op korte termijn als er in jullie bestand 1 of meerdere aannemers zijn welke dit werk zouden kunnen en willen afmaken.
Indien er een aannemer is welke dit werk binnen het openstaande saldo kan realiseren zou dit onze voorkeur hebben, om zo de kopers in de wijk niet onnodig te confronteren.
Indien dit niet mogelijk is zullen wij het werk zelf afmaken. (...)”
Per e-mail van 9 oktober 2020 heeft [persoon A] het volgende – voor zover van belang – aan [persoon C] bericht:
“(...) Ik was benieuwd als er inmiddels al meer kopers zijn uit het bovengenoemde project welke bij Woningborg / de notaris de bankgarantie hebben ingeroepen, of anderszins een klacht kenbaar hebben gemaakt welke wij als borg nog dienen op te pakken en zondig te herstellen of anderszins tot tevredenheid op te lossen.
Wilt u ons hierover berichten.
Voor de rest hebben wij een 9 tal klachtregistraties van u ontvangen welke wij zoals besproken in behandeling zullen nemen.
Ons voorstel is om het behandelen van deze klachten als volgt te behandelen.
Wij wachten tot (laatste oplevering 22 juli + 3 maanden) 22 oktober, wij inventariseren op dat moment de binnengekomen klachten en maken een inspectieafspraak met de desbetreffende kopers.
Wij bespreken al de genoemde punten met de koper en geven dan aan als deze punten wel of niet voor garantieherstel in aanmerking komen.
Bij discussie zal Woningborg dit punt beoordelen en haar bevinding kenbaar maken aan koper en borg
Wij bevestigen de koper het voorgenomen herstel en stemmen een datum af (Woningborg ontvangt hier een afschrift van).
Wij voeren het herstel uit en bevestigen aan de koper dat het herstel heeft plaatsgevonden (Woningborg ontvangt hier een afschrift van).
Woning borg zal na ontvangst van deze bevestiging de koper verzoeken de ingeroepen bankgarantie vrij te geven.
Graag horen wij even als u zich hierin kunt vinden.
PS
Zou het verstandig zijn de kopers welke een klacht hebben ingediend bij Woningborg, dat Woningborg deze kopers hierover informeer, (alleen als de 3 maanden termijn is verstreken)?
Ik hoor graag even van je als dit zo als aangegeven opgepakt kan gaan worden.”
In reactie op de e-mail van [persoon A] van 9 oktober 2020 heeft [persoon C] op 14 oktober 2020 het volgende – voor zover van belang – aan [persoon A] gemaild:
“(...) Onderstaand voorstel voor het in behandeling nemen van de klachten is wat mij betreft akkoord.”
In reactie op de e-mail van [persoon C] van 14 oktober 2020 heeft [persoon A] op 15 oktober 2020 het volgende – voor zover van belang – aan [persoon C] gemaild:
“(...) Akkoord.
Wij zullen tot die datum alle klachten verzamelen en dan een afspraak maken.”
Per e-mail van 14 december 2020 heeft [persoon C] het volgende – voor zover van belang – aan [persoon A] bericht:
“Hoewel er voor Woningborg geen verplichting geldt BBG Vastgoed (hierna BBG) in te schakelen bij de afwikkeling van de Bodw's, hebben wij BBG toch in de gelegenheid gesteld om de reeds ontvangen klachten / gebreken op te lossen en de benodigde herstelwerkzaamheden hiertoe te verrichten. Dit verloopt echter zeer stroef, zijn er nog geen herstelwerkzaamheden verricht en leidt de afwikkeling tot grote ergernis bij de bewoners. Zodanig zelfs dat Woningborg klachten ontvangt over de wijze van handelen van BBG, maar ook over de wijze waarop Woningborg hiermee de klachten laat afhandelen. Aangezien Woningborg als waarborgende onderneming een eigen verantwoordelijkheid heeft jegens de bewoners en ook de belangen van de bewoners als certificaathouders daarbij in acht heeft te nemen, is besloten om BBG per direct te laten stoppen met de afwikkeling van de klachten.”
Op 16 december 2020 heeft Woningborg Advies B.V. naar aanleiding van meldingen van geluidsoverlast in opdracht van Woningborg geluidsmetingen verricht. In het verslag van geluidmeting van 17 december 2020 staat – voor zover van belang – het volgende vermeld:
“Rapportage van geluidmetingen
Algemeen
(...)
De bewoners melden grote overlast van het geluid veroorzaakt door de buitendelen van de warmtepompinstallatie. Deze componenten zijn opgesteld op de dakkapellen aan de achterzijde van de woningen. Waar geen dakkapel is, is gebruik gemaakt van een ondersteuningsconstructie die uiteindelijk op het hellend dak rust.
(...)
Conclusies
Geluidsniveaus van installaties
De gemeten karakteristieke A-gewogen installatiegeluidniveaus als gevolg van de buitenunit van de warmtepomp installaties voldoen niet aan de gestelde eisen. Dat geldt feitelijk voor alle gemeten warmtepomp opstellingen.”
Partijen hebben een kortgedingprocedure gevoerd, in welke procedure op 17 mei 2021 vonnis is gewezen. Bij voornoemd vonnis is BBG Vastgoed (onder meer) veroordeeld tot betaling van de extra afbouwkosten ter hoogte van € 70.074,00.
3. Het geschil
Woningborg vordert, na vermeerdering en wijziging van eis, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad:
“i. Een verklaring voor recht dat BBG Vastgoed gehouden is om al hetgeen dat Woningborg verklaart van BBG Vastgoed uit hoofde van de Concerngarantie door uitvoering te geven aan de Garantie- en Waarborgregeling te vorderen te hebben, dan wel te vorderen zal hebben, op het eerste verzoek van Woningborg aan Woningborg te voldoen;
ii. BBG Vastgoed te veroordelen om aan Woningborg te betalen een bedrag van € 332.680,75, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente vanaf 10 juli 2021 over het bedrag van € 125.660,19 althans vanaf de dag van de akte vermeerdering eis, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente vanaf 6 november 2021 over het bedrag van € 185.752,94, althans vanaf de dag van de akte vermeerdering van eis, en te vermeerderen met de wettelijke handelsrente vanaf de dag van de akte vermeerdering van eis over het bedrag van € 21.267, 72 tot aan de dag der algehele voldoening;
iii. Primair BBG Vastgoed te veroordelen om aan Woningborg te betalen de buitengerechtelijke incassokosten zoals bedoeld in artikel 17.3 van Algemene Voorwaarden en de kosten van deze procedure als bedoeld in artikel 17.4 van de Algemene Voorwaarden, één en ander te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf veertien (14) dagen na het te dezen te wijzen vonnis, althans subsidiair BBG Vastgoed te veroordelen te betalen aan Woningborg de buitengerechtelijke incassokosten van € 3.438,40 en de kosten van deze procedure zoals door de rechtbank vast te stellen, waaronder de beslagkosten, één en ander te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf veertien (14) dagen na dit vonnis;
iv. BBG Vastgoed te veroordelen in de nakosten van deze procedure te begroten op een bedrag € 163,00 en indien betekening van het vonnis plaatsvindt te vermeerderen met een bedrag van € 85,00, dan wel te begroten op respectievelijk € 255,00 en € 340,00 voor zover BBG Vastgoed tevens een reconventionele vordering mocht instellen, één en ander te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf veertien (14) dagen na dit vonnis.”
BBG Vastgoed voert verweer dat strekt tot afwijzing van de vorderingen van Woningborg.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.
in reconventie
BBG Vastgoed vordert, na vermindering en vermeerdering van eis, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad (nummering toegevoegd door de rechtbank):
“1. te verklaren voor recht dat de artikelen 17.3, 17.4, 17.5, 19.1 en 19.2 van de algemene voorwaarden en de artikelen 4 en 5 van de concerngarantie bij buitengerechtelijk schrijven van 16 augustus 2021 rechtsgeldig vernietigd zijn, dan wel dienen te worden gewijzigd en ingeperkt op grond van de artikelen 6:101, 6:248 en 6:258 BW;
2. te bepalen dat de schade ex. artikel 6:109 BW gematigd wordt tot nihil, dan wel een bedrag dat de rechtbank in goede justitie vermeent te behoren;
3. te verklaren voor recht dat er tussen Woningborg en BBG Vastgoed op 1 september 2020 en 5 oktober 2020 een aanvullende overeenkomst is gesloten ter zake van de afbouw van de 6 appartementen, in die zin dat er een andere aannemer gezocht zou worden die het werk af zou maken voor het bedrag wat de kopers op dat moment nog moesten betalen, zijnde een bedrag van € 549.250,46 en zo dit niet zou lukken, BBG Vastgoed deze 6 appartementen zelf af zou bouwen;
4. te verklaren voor recht dat er op 14 oktober 2020 een (aanvullende) overeenkomst tussen Woningborg en BBG Vastgoed is overeengekomen, met betrekking tot het afhandelen van de herstelwerkzaamheden door BBG Vastgoed;
5. te verklaren voor recht dat de (aanvullende) overeenkomsten met betrekking tot de afbouw van de 6 appartementen van 1 september en 5 oktober 2020 en de herstelwerkzaamheden van 14 oktober 2020 op onrechtmatige wijze door Woningborg zijn ontbonden, dan wel de (aanvullende) overeenkomst met betrekking tot de 6 appartementen op 1 september en 5 oktober 2020 op onrechtmatige wijze door Woningborg is ontbonden, dan wel de overeenkomst met betrekking tot het afmaken van de herstelwerkzaamheden op 14 oktober 2020 op onrechtmatige wijze door Woningborg is ontbonden, ten gevolge waarvan Woningborg wanprestatie pleegde c.q. onrechtmatig handelde, met veroordeling van Woningborg tot betaling van de schade die daar voor BBG Vastgoed uit is voortgevloeid en nog voort zal vloeien, nader op te maken bij staat en te vereffenen als volgens de wet;
6. alle door Woningborg gelegde beslagen op de ondernemingsrekening(en) van BBG Vastgoed 1 dag na betekening van het vonnis op te heffen op verbeurte van een dwangsom van € 5.000,00 voor iedere dag die zij daarmee in gebreke blijft;
7. de door Woningborg op de onroerende zaken met de kadastrale aanduidingen [kadasternummer 1] , [kadasternummer 2] , [kadasternummer 3] , [kadasternummer 4] , [kadasternummer 5] , [kadasternummer 6] , [kadasternummer 7] gelegde conservatoire beslagen 1 dag na betekening van het vonnis op te heffen op verbeurte van een dwangsom van € 5.000,00 voor iedere dag die zij daarmee in gebreke blijft;
8. Woningborg te veroordelen om al hetgeen BBG Vastgoed ter uitvoering van het bestreden kort geding vonnis heeft voldaan aan BBG Vastgoed terug te betalen, op grond van onverschuldigde betaling, vermeerderd met de wettelijke handelsrente vanaf datum van betaling tot aan de dag van terugbetaling binnen twee dagen na betekening van onderhavig vonnis;
9. Woningborg voorwaardelijk te veroordelen om al hetgeen BBG Vastgoed ter uitvoering van het geschil in conventie zou moeten voldoen aan BBG Vastgoed terug te betalen, althans een in goede justitie te bepalen bedrag, op grond van onverschuldigde betaling, vermeerderd met de wettelijke handelsrente vanaf datum van betaling tot aan de dag van terugbetaling binnen twee dagen na betekening van het vonnis in conventie;
10. voor het geval BBG Vastgoed uit hoofde van artikel 5 van de concerngarantie veroordeeld wordt tot betaling aan Woningborg vordert BBG Vastgoed haar toe te staan om haar reconventionele vorderingen te mogen verrekenen;
11. te bepalen dat het vonnis niet uitvoerbaar bij voorraad wordt verklaard, althans op grond van artikel 233 Rv te bepalen dat het vonnis slechts uitvoerbaar wordt verklaard onder de voorwaarde dat zekerheid wordt gesteld in de vorm van een bankgarantie van € 425.000,00 door Woningborg, die aan de volgende cumulatieve vereisten voldoet:
a. de bankgarantie wordt gesteld door een te goeder naam en faam bekend staande Nederlandse bancaire instelling;
b. de bankgarantie moet worden gesteld zodra een eventueel veroordelend vonnis wordt geëxecuteerd;
c. de bankgarantie kan op eerste verzoek worden getrokken onder overlegging van een voor ten uitvoer vatbare gerechtelijke beslissing, waarin een eventueel veroordelend vonnis van de rechtbank wordt vernietigd;
d. het bedrag van de bankgarantie beloopt het bedrag van de veroordeling (inclusief rente en kosten), vermeerderd met de proceskosten, vermeerderd met 10% van de veroordeling;
12. subsidiair, een zekerheid te bepalen die de rechtbank in goede justitie vermeent te behoren.”
Woningborg voert verweer dat strekt tot afwijzing van de vorderingen van BBG Vastgoed, met veroordeling van BBG Vastgoed in de kosten van het geding als bedoeld in artikel 17.4 van de Algemene Voorwaarden, dan wel de kosten van deze procedure zoals door de rechtbank vast te stellen, één en ander te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf veertien dagen na dit vonnis.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.