Home

Rechtbank Rotterdam, 22-06-2022, ECLI:NL:RBROT:2022:5765, C/10/626103 / HA ZA 21-857

Rechtbank Rotterdam, 22-06-2022, ECLI:NL:RBROT:2022:5765, C/10/626103 / HA ZA 21-857

Gegevens

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
22 juni 2022
Datum publicatie
21 juli 2022
ECLI
ECLI:NL:RBROT:2022:5765
Zaaknummer
C/10/626103 / HA ZA 21-857

Inhoudsindicatie

Concerngarantie. Reikwijdte. Kwalificatie: borgtochtovereenkomst. Omvang schade.

Uitspraak

vonnis

Team handel en haven

zaaknummer / rolnummer: C/10/626103 / HA ZA 21-857

Vonnis van 22 juni 2022

in de zaak van

de naamloze vennootschap

[eiseres01] N.V. ,

gevestigd te [vestigingsplaats01] ,

eiseres,

advocaat mr. M. Kooiman te Rotterdam,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[gedaagde01] B.V. ,

gevestigd te [vestigingsplaats01] ,

gedaagde,

advocaat mr. J. Smit te Zwolle.

Partijen zullen hierna [eiseres01] en [gedaagde01] genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

-

de dagvaarding van 3 september 2022, met producties 1 tot en met 14;

-

het overzicht beslagstukken van [eiseres01] , met vijf bijlagen;

-

de akte vermeerdering eis en overleggen aanvullende producties van [eiseres01] van 10 november 2021, met producties 15 tot en met 17;

-

de conclusie van antwoord, met producties 1 tot en met 4;

-

de brief van de rechtbank van 3 januari 2022, waarbij partijen zijn opgeroepen voor een mondelinge behandeling;

-

de akte vermeerdering eis en overleggen aanvullende producties van [eiseres01] van 27 januari 2022, met producties 23 tot en met 28;

-

de akte wijziging eis van [eiseres01] van 22 april 2022;

-

de akte uitlaten en overleggen aanvullende producties van [eiseres01] van 26 april 2022, met producties 29 tot en met 32;

-

de brief van [gedaagde01] van 29 april 2022, met productie 5.

1.2.

Op 9 mei 2022 heeft een mondelinge behandeling plaatsgevonden, ter gelegenheid waarvan mrs. Kooiman en Sintniklaas (namens [eiseres01] ) en mr. Smit (namens [gedaagde01] ) spreekaantekeningen hebben overgelegd. Van de mondelinge behandeling is geen proces-verbaal opgemaakt.

1.3.

Ter zitting is vastgesteld dat het de bedoeling van [eiseres01] was om producties 18 tot en met 22 bij akte aan de rechtbank en de wederpartij toe te zenden, maar dat dit niet is gebeurd. Deze producties behoren dus niet tot de processtukken.

1.4.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

[eiseres01] is een schadeverzekeringsbedrijf dat gespecialiseerd is in het waarborgen van woninggaranties. [eiseres01] verstrekt waarborgcertificaten met toepassing van onder andere de [eiseres01] Garantie- en waarborgregeling (hierna: GWR) aan verkrijgers van een nieuw te bouwen woning (hierna: de garantiegerechtigden) in het kader van woningbouwprojecten van bij haar ingeschreven bouwondernemingen.

2.2.

Een waarborgcertificaat geeft aan de garantiegerechtigden jegens [eiseres01] recht op de waarborgen zoals omschreven in de GWR. Dit zijn onder andere de herstelwaarborg en de afbouwwaarborg, in het geval de ingeschreven bouwonderneming haar verplichtingen jegens de garantiegerechtigden niet wil of niet meer kan nakomen.

2.3.

[gedaagde01] is bestuurder en enig aandeelhouder van [bedrijf01] B.V. (hierna: [bedrijf01] ). [bedrijf01] is bestuurder en enig aandeelhouder van [bedrijf02] B.V. (hierna: [bedrijf02] ), opgericht op 2 april 2014, en van [bedrijf03] B.V. (hierna: [bedrijf03] ), opgericht op 3 augustus 2017.

2.4.

Bestuurder en enig aandeelhouder van [gedaagde01] is de heer [naam01] (hierna: [naam01] ).

2.5.

[eiseres01] heeft met [bedrijf02] een overeenkomst gesloten op grond waarvan [bedrijf02] bevoegd was om woningen te verkopen en te bouwen met toepassing van de GWR. Het met deze overeenkomst verband houdende inschrijfformulier is namens [bedrijf02] op 21 november 2014 ondertekend.

2.6.

Op de overeenkomst tussen [eiseres01] en [bedrijf02] waren de Algemene Voorwaarden van [eiseres01] versie 2012 (hierna: de Algemene Voorwaarden) van toepassing. De bepalingen uit de Algemene Voorwaarden luiden - voor zover van belang - als volgt:

“(...) 19 Aansprakelijkheid Bouwonderneming

19.1

Ingeval de Bouwonderneming [ [bedrijf02] ; rechtbank ] de voor haar uit een overeenkomst met een Verkrijger of een tussen de Bouwonderneming en de Verkrijger gewezen gerechtelijk of arbitraal vonnis voortvloeiende verplichtingen niet of niet correct nakomt, is de Bouwonderneming verplicht alle als gevolg daarvan door [eiseres01] geleden schade en gemaakte, of door derden aan haar in rekening gebrachte, kosten aan [eiseres01] te vergoeden, waaronder begrepen maar niet beperkt tot personeelskosten, de kosten van herstel of voltooiing van een Woning en de kosten van een arbitrale of gerechtelijke procedure.

19.2

Met betrekking tot de vraag welke werkzaamheden in het kader van de uitvoering van de Garantie- en waarborgregeling nodig zijn voor herstel of voltooiing van een Woning, is het oordeel van [eiseres01] doorslaggevend. (...)”

2.7.

[gedaagde01] heeft op 15 april 2015 tot zekerheid van de nakoming van de verplichtingen van [bedrijf02] jegens [eiseres01] ten gunste van [eiseres01] een concerngarantie (hierna: de Concerngarantie) ondertekend. De bepalingen uit de Concerngarantie luiden - voor zover van belang - als volgt:

“(...) In aanmerking nemende:

(...)

g. dat, voor het geval in de toekomst

  1. naast de Bouwonderneming ook andere aan Garant [ [gedaagde01] ; rechtbank ] gelieerde ondernemingen, waarin Garant aandelen dan wel - andersoortige - zeggenschap heeft, daaronder mede begrepen bouwcombinaties - in welke samenwerkingsvorm dan ook - waaraan Garant, dan wel een onderneming waarin Garant aandelen heeft, deelneemt, hierna te noemen: “Gelieerde Ondernemingen”, in het Register van Ingeschreven Ondernemingen van [eiseres01] mochten worden ingeschreven, en/of

  2. naast de Bouwonderneming Garant aandelen dan wel - andersoortige - zeggenschap mocht verwerven in reeds in het Register van Ingeschreven Ondernemingen van [eiseres01] ingeschreven ondernemingen, daaronder mede begrepen bouwcombinaties - in welke samenwerkingsvorm dan ook - waaraan Garant, dan wel een onderneming waarin Garant aandelen heeft, deelneemt, hierna eveneens te noemen: “Gelieerde Ondernemingen”, en/of

  3. [eiseres01] -certificaten en/of Zekerheden mocht verstrekken aan Verkrijgers en/of Zakelijke afnemers in projecten van Gelieerde Ondernemingen,

[eiseres01] verlangt dat de onderhavige Concerngarantie ook zal strekken tot zekerheid van de nakoming door deze Gelieerde Ondernemingen van de daaruit jegens [eiseres01] voortvloeiende verplichtingen; (...)

Verklaren te zijn overeengekomen als volgt:

1. De considerans maakt onderdeel uit van hetgeen overeengekomen is.

2. Garant verklaart zich hierbij bij wijze van zelfstandige verbintenis onherroepelijk en onvoorwaardelijk jegens [eiseres01] garant te stellen en verbindt zich hoofdelijk jegens [eiseres01] voor al hetgeen [eiseres01] uit welken hoofde dan ook jegens de Bouwonderneming te vorderen heeft dan wel te vorderen zal hebben, daaronder mede begrepen - maar niet beperkt tot - al hetgeen [eiseres01] van de Bouwonderneming te vorderen heeft, dan wel zal hebben ter zake van door Verkrijgers en/of Zakelijke afnemers aan [eiseres01] gecedeerde vorderingen, alsmede als gevolg van het feit dat de Bouwonderneming in verzuim is met de nakoming van haar verplichtingen, zoals - maar niet beperkt tot - wettelijke rente en eventuele boetes en/of dwangsommen.

3. Voor het geval na de datum van ondertekening van deze Concerngarantie zich één of meer van de in de considerans onder g. bedoelde situaties voordoen, verklaart Garant reeds nu voor alsdan zich hierbij bij wijze van zelfstandige verbintenis onherroepelijk en onvoorwaardelijk jegens [eiseres01] garant te stellen en zich hoofdelijk jegens [eiseres01] te verbinden voor al hetgeen [eiseres01] uit welken hoofde dan ook jegens de Bouwonderneming, respectievelijk de betreffende Gelieerde Onderneming(en) te vorderen heeft dan wel te vorderen zal hebben, daaronder mede begrepen - maar niet beperkt tot - al hetgeen [eiseres01] van de Bouwonderneming, respectievelijk de Gelieerde Onderneming(en) te vorderen heeft, dan wel zal hebben ter zake van door Verkrijgers en/of Zakelijke afnemers aan [eiseres01] gecedeerde vorderingen, alsmede als gevolg van het feit dat de Bouwonderneming, respectievelijk de Gelieerde Onderneming(en) in verzuim is/zijn met de nakoming van haar/hun verplichtingen, zoals - maar niet beperkt tot - wettelijke rente en eventuele boetes en/of dwangsommen.

4. Garant doet hierbij afstand van alle eventueel voor haar uit de artikelen 7:851, 852, 853, 855 en 856 BW voortvloeiende rechten en verweermiddelen.

5. Garant zal op eerste verzoek van [eiseres01] aan deze betalen al hetgeen [eiseres01] verklaart van de Bouwonderneming en/of Gelieerde Onderneming(en) - en Garant uit hoofde van deze Concerngarantie - te vorderen te hebben.

(...)

9. Garant is aansprakelijk voor alle buitengerechtelijke en gerechtelijke, alsmede alle overige kosten die door [eiseres01] met betrekking tot de vorderingen jegens de Bouwonderneming en/of Gelieerde Onderneming(en) - en Garant uit hoofde van deze Concerngarantie - zijn of worden gemaakt. (...)”

2.8.

Op 19 september 2017 is [bedrijf03] ingeschreven in het register van ingeschreven ondernemingen van [eiseres01] . Op de tussen [eiseres01] en [bedrijf03] gesloten overeenkomst, op grond waarvan [bedrijf03] bevoegd was om woningen te verkopen en te bouwen met toepassing van de GWR, zijn de Algemene Voorwaarden van toepassing. In het op 29 augustus 2017 namens [bedrijf03] ondertekende inschrijfformulier staat onder meer het volgende:

“(...) 5 Zekerheidsstelling

(...)

5.2 (...)

De door of namens de Bouwonderneming [ [bedrijf03] ; rechtbank ] verstrekte zekerheden maken deel uit van deze Aanvraag en de eventueel te sluiten Overeenkomst (...)”.

2.9.

[bedrijf02] en [bedrijf03] zijn op 11 augustus 2020 respectievelijk 13 augustus 2020 in staat van faillissement verklaard.

2.10.

Na de faillietverklaring is door de garantiegerechtigden, betrokken bij zeven door [bedrijf02] en [bedrijf03] te bouwen projecten, een beroep gedaan jegens [eiseres01] op de afbouw- en herstelwaarborg die is opgenomen in de GWR.

2.11.

Ten aanzien van 11 woningen uit projecten van [bedrijf02] en 84 woningen uit projecten van [bedrijf03] heeft [eiseres01] een afbouwovereenkomst gesloten met [bedrijf04] B.V. (hierna: [bedrijf04] ). In de afbouwovereenkomst staat onder meer het volgende:

“(...) Artikel 3 Aanneemsom, termijnen en betalingsregeling

(...)

2. De totale aanneemsom voor de afbouw van de Objecten bedraagt € 15.528.307,00 exclusief BTW conform de door de Aannemer overgelegde en door [eiseres01] goedgekeurde gespecificeerde begroting. (...)

5. De extra afbouwkosten ( derhalve het meerdere boven 100% van de oorspronkelijke aanneemsom, vermeerderd met het saldo van meer- en/of minderwerk ) worden door [eiseres01] namens de Verkrijger(s) rechtstreeks aan de Aannemer betaald. Deze extra afbouwkosten bedragen voor de woningen/appartementen in totaal een bedrag van € 7.221.783,28 exclusief BTW (...)”

2.12.

Door [eiseres01] zijn de volgende sommaties, met een totaalbedrag van € 6.058.383,46, verzonden aan [gedaagde01] :

Datum

Totaalbedrag exclusief btw

Vervaldatum betaaltermijn

16 maart 2021

€ 107.086,29

16 april 2021

13 juli 2021

€ 1.529.667,05

13 augustus 2021

21 oktober 2021

€ 3.589.230,12

26 oktober 2021

22 december 2021

€ 832.400,00

28 december 2021

2.13.

Na daartoe verkregen verlof heeft [eiseres01] ten laste van [gedaagde01] de volgende beslagen doen leggen:

-

conservatoir beslag op de door [gedaagde01] gehouden aandelen in het kapitaal van [bedrijf05] B.V.;

-

conservatoir derdenbeslag onder de Coöperatieve Rabobank U.A. (hierna: de Rabobank).

-

conservatoir beslag op de door [gedaagde01] gehouden aandelen in het kapitaal van [bedrijf01] ;

-

aanvullend conservatoir derdenbeslag onder de Rabobank.

3 Het geschil

3.1.

[eiseres01] vordert, na vermeerdering en wijziging van eis, bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:

  1. een verklaring voor recht dat [gedaagde01] gehouden is om al hetgeen dat [eiseres01] verklaart van [gedaagde01] uit hoofde van de Concerngarantie door uitvoering te geven aan de GWR te vorderen te hebben, dan wel te vorderen zal hebben, op het eerste verzoek van [eiseres01] aan [eiseres01] te voldoen;

  2. [gedaagde01] te veroordelen om aan [eiseres01] te betalen een bedrag van € 6.058.383,46, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente vanaf 17 april 2021 over het bedrag van € 107.086,29, vanaf 14 augustus 2021 over het bedrag van € 1.529.667,05, vanaf 27 oktober 2021 over het bedrag van € 3.589.230,12 en vanaf 29 december 2021 over het bedrag van € 832.400,00, althans vanaf de dag van dagvaarding over het bedrag van € 1.636.753,34, vanaf de dag van de akte van eisvermeerdering van 10 november 2021 over het bedrag van € 3.589.230,12 en vanaf de dag van de akte van eisvermeerdering van 27 januari 2022 over het bedrag van € 832.400,00, tot aan de dag van algehele voldoening;

  3. primair [gedaagde01] te veroordelen om aan [eiseres01] te betalen de buitengerechtelijke incassokosten en de kosten van deze procedure als bedoeld in artikel 9 van de Concerngarantie, één en ander te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf veertien dagen na het te wijzen vonnis, althans subsidiair [gedaagde01] te veroordelen te betalen aan [eiseres01] de buitengerechtelijke incassokosten van € 6.775,00 en de kosten van deze procedure zoals door de rechtbank vast te stellen, waaronder de beslagkosten, één en ander te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf veertien dagen na het te wijzen vonnis;

  4. [gedaagde01] te veroordelen in de nakosten van deze procedure te begroten op een bedrag van € 163,00 en indien betekening van het vonnis plaatsvindt te vermeerderen met een bedrag van € 85,00, één en ander te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf veertien dagen na het te wijzen vonnis.

3.2.

Ter zitting heeft [eiseres01] mondeling haar eis verminderd in die zin, dat zij onder ii. niet langer de wettelijke handelsrente (als bedoeld in artikel 6:119a BW) vordert, maar de wettelijke rente (als bedoeld in artikel 6:119 BW).

3.3.

Ter onderbouwing van haar vorderingen heeft [eiseres01] aangevoerd dat [gedaagde01] zich garant heeft gesteld om op het eerste verzoek aan [eiseres01] te betalen al hetgeen [eiseres01] verklaart van [bedrijf02] en [bedrijf03] te vorderen te hebben. Zij beroept zich in dat kader op nakoming van de artikelen 2, 3 en 5 van de Concerngarantie in samenhang met artikel 19 van de Algemene Voorwaarden.

3.4.

[gedaagde01] voert verweer en concludeert tot niet-ontvankelijkverklaring van [eiseres01] in haar vordering, althans tot afwijzing daarvan, met veroordeling van [eiseres01] , bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad, in de kosten van de procedure, te vermeerderen met de nakosten, een en ander te voldoen binnen veertien dagen na dagtekening van het vonnis, en - voor het geval voldoening van de (na)kosten niet binnen de gestelde termijn plaatsvindt - te vermeerderen met de wettelijke rente over de (na)kosten te rekenen vanaf bedoelde termijn voor voldoening.

3.5.

Daartoe heeft [gedaagde01] aangevoerd dat:

-

de Concerngarantie alleen ziet op [bedrijf02] en niet op [bedrijf03] ;

-

de Concerngarantie niet rechtsgeldig voor [bedrijf03] kon worden aangegaan;

-

[eiseres01] haar schade onvoldoende heeft gespecificeerd, waardoor [gedaagde01] niet kan controleren of de gestelde schade juist is;

-

[eiseres01] haar schade onnodig hoog heeft laten oplopen.

3.6.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

5 De beslissing