Rechtbank Rotterdam, 15-07-2022, ECLI:NL:RBROT:2022:5838, C/10/640010 / HO RK 22/231
Rechtbank Rotterdam, 15-07-2022, ECLI:NL:RBROT:2022:5838, C/10/640010 / HO RK 22/231
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Rotterdam
- Datum uitspraak
- 15 juli 2022
- Datum publicatie
- 15 juli 2022
- ECLI
- ECLI:NL:RBROT:2022:5838
- Zaaknummer
- C/10/640010 / HO RK 22/231
Inhoudsindicatie
WHOA homologatieverzoek niet-ontvankelijk bij gebrek aan belang.
Aangezien alle stemgerechtigden vóór het akkoordvoorstel van de schuldenaar hebben gestemd, acht de rechtbank geen voldoende belang aanwezig om het homologatieverzoek te behandelen.
Uitspraak
Team insolventie
Verzoek homologatie akkoord ex artikel 383 Faillissementswet (Fw)
rekestnummer: [nummer]
uitspraakdatum: 15 juli 2022
vonnis op het ingekomen verzoekschrift van:
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[verzoekster]
statutair gevestigd te Rotterdam, kantoorhoudend te Capelle aan den IJssel,
verzoekster,
advocaten: mr. S. el Hadouchi en mr. G.A. Krol, kantoorhoudende te Den Haag,
hierna te noemen: verzoekster
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit de volgende processtukken:
- -
-
de startverklaring ex artikel 370 lid 3 Fw gedeponeerd op 13 oktober 2021;
- -
-
het stemverslag ex artikel 382 lid 1 Fw gedeponeerd op 16 juni 2022 ;
- -
-
het verzoekschrift tot homologatie van het akkoord ex artikel 383 Fw met bijlagen van 20 juni 2022;
- -
-
de beschikking van 22 juni 2022 waarin is bepaald dat het verzoek tot homologatie wordt behandeld op 5 juli 2022;
- -
-
de e-mail d.d. 6 juli 2022 van mr. S. el Hadouchi aan de rechtbank met als bijlagen verklaringen d.d. 6 juli 2022 van de aandeelhouders van verzoekster.
Het verzoek tot homologatie is (digitaal) in raadkamer behandeld op 5 juli 2022. Namens verzoekster is verschenen de heer [naam 1] , bijgestaan door mr. S. el Hadouchi, mr. G.A. Krol en mr. S.H. Broeseliske. Daarnaast zijn verschenen mevrouw [naam 2] (accountant van verzoekster) en mevrouw [naam 3] (namens schuldeiser [X] ).
Ter zitting is verzoekster in de gelegenheid gesteld nadere stukken aan te leveren en is de uitspraak bepaald op heden.
2 De feiten
Verzoekster exploiteerde sinds eind 2019/begin 2020 een restaurant.
Bestuurder van verzoekster is [bestuurder] Dit is de persoonlijke holding van de heer [naam 1] .
Verzoekster heeft 5 aandeelhouders, zijnde de persoonlijke holdings van de heren:
-
[naam 4] (20%, 360 aandelen);
-
[naam 5] (20%, 360 aandelen);
-
[naam 6] (20%, 360 aandelen);
-
[naam 7] (10%, 180 aandelen);
-
[naam 1] (30%, 540 aandelen).
De aandeelhouders hebben de onderneming van verzoekster gefinancierd met geldleningen zonder zekerheden. De aandeelhouders hebben in verband daarmee de volgende vorderingen op verzoekster:
-
[aandeelhouder 1] : € 40.000,--;
-
[aandeelhouder 2] : € 40.000,--;
-
[aandeelhouder 3] : € 40.000,--;
-
[aandeelhouder 4] € 20.000,--;
-
[bestuurder] : € 60.000,--.
De aandeelhouders van verzoekster stellen ten behoeve van het akkoord een bedrag van € 20.000,-- beschikbaar, oorspronkelijk onder de opschortende voorwaarde dat het akkoord wordt gehomologeerd, welke voorwaarde zij op 6 juli 2022 hebben ingetrokken.
Voor het akkoord zijn de opbrengst uit de veiling van de roerende zaken van verzoekster, haar resterende liquide middelen en het door de aandeelhouders beschikbaar gestelde bedrag, tezamen in totaal € 95.870,--, beschikbaar.
Een derde heeft de door verzoekster als kleine crediteuren bestempelde schuldeisers van in totaal € 5.489,88 voldaan.
Verzoekster heeft op 12 mei 2022 per e-mail een akkoordvoorstel voorgelegd aan haar overige crediteuren, waaronder haar aandeelhouders. Zij zijn tot en met 15 juni 2022 om 16:00 uur in de gelegenheid gesteld om hun stem uit te brengen.
De crediteuren betrokken bij het akkoord zijn door verzoekster ingedeeld in drie klassen met de volgende waardes:
-
de fiscus met een preferente vordering van in totaal € 103.728,46, waarvan onder het akkoord een bedrag van € 44.513,38 (42,897%) wordt uitgekeerd;
-
de concurrente crediteuren met vorderingen van in totaal € 239.442,15, waarvan onder het akkoord een bedrag van € 51.356,62 (21,448%) wordt uitgekeerd
-
de aandeelhouders met concurrente vorderingen van in totaal € 200.000,--, waarvan onder het akkoord een bedrag van € 0,-- wordt uitgekeerd
Verzoekster heeft de aandeelhouders in een aparte klasse ingedeeld, omdat zij afstand doen van de hiervoor onder 2.4. genoemde vorderingen.
Volgens het stemverslag is de uitslag van (samengevat) als volgt:

Paragraaf 19 van het voorstel tot akkoord luidt: ‘Dit akkoord kan niet worden ontbonden op grond van art. 387 lid 2 jo. 165 lid 1 Fw.’
Alle afzonderlijke stemgerechtigde schuldeisers en aandeelhouders hebben met het aangeboden akkoord ingestemd.
3 Het verzoek
Verzoekster verzoekt de rechtbank het door haar aangeboden akkoord te homologeren.
Aan haar verzoek heeft verzoekster – zakelijk weergegeven – het volgende ten grondslag gelegd.
Verzoekster verkeert in een toestand waarin het redelijkerwijs aannemelijk is dat zij met het betalen van haar schulden niet zal kunnen voortgaan. Verzoekster exploiteerde een restaurant. Verzoekster heeft vrijwel direct na haar oprichting op 3 december 2019 te kampen gehad met de maatregelen vanwege COVID-19. Hierdoor heeft zij diverse keren de deuren van het restaurant moeten sluiten en is zij in financieel zwaar weer geraakt. Het restaurant is inmiddels definitief gesloten. Om niet in een faillissementssituatie te geraken, biedt verzoekster haar schuldeisers een WHOA-liquidatieakkoord aan.
Het WHOA-akkoord levert meer op voor de crediteuren dan een faillissementssituatie. Uit het waarderingsrapport blijkt dat de liquiditeitswaarde van de roerende zaken van verzoekster € 83.284,41 bedraagt. Na veiling van de roerende zaken blijkt dat het netto actief in totaal € 75.870,-- is. In het kader van het WHOA-akkoord heeft verzoekster inclusief de bijdrage van de aandeelhouders een bedrag van € 95.870,-- ter beschikking en worden faillissementskosten voorkomen.
Verzoekster heeft verder in de raadkamerzitting van 5 juli 2022 desgevraagd aangevoerd dat zij belang heeft bij de verzochte homologatie nu verzoekster de schuldeisers en aandeelhouders expliciet een akkoord heeft aangeboden in het kader van een WHOA-procedure, waarbij aan hen is medegedeeld dat de uitkering aan de schuldeisers zou gebeuren na homologatie. Verzoekster voorzag ten tijde van het aanbieden van het akkoord niet dat uiteindelijk alle stemgerechtigden met het akkoord zouden instemmen en zij heeft in het akkoordvoorstel niet vermeld dat homologatie in die situatie niet nodig is. De belastingdienst heeft ingestemd omdat het akkoord is aangeboden in het kader van de WHOA. Dat geldt ook voor het UWV , dat een concurrente vordering heeft in verband met verleende NOW-steun. Verder hebben de aandeelhouders geld beschikbaar gesteld onder voorwaarde van homologatie van het akkoord.
Bij e-mail van 6 juli 2022 heeft de advocaat van verzoekster, onder overlegging van verklaringen van de aandeelhouders, de rechtbank bericht dat zij de voorwaarde van homologatie intrekken. De aandeelhouders stellen niettemin belang te hebben bij homologatie omdat daarmee wordt uitgesloten dat het akkoord achteraf vernietigd of ontbonden kan worden. Verzoekster heeft dit belang ook gesteld.