Rechtbank Rotterdam, 20-07-2022, ECLI:NL:RBROT:2022:6001, C/10/524205 / HA ZA 17-331
Rechtbank Rotterdam, 20-07-2022, ECLI:NL:RBROT:2022:6001, C/10/524205 / HA ZA 17-331
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Rotterdam
- Datum uitspraak
- 20 juli 2022
- Datum publicatie
- 21 juli 2022
- ECLI
- ECLI:NL:RBROT:2022:6001
- Zaaknummer
- C/10/524205 / HA ZA 17-331
Inhoudsindicatie
Vervolg op ECLI:NL:RBROT:2020:3740; eindvonnis; De rechtbank heeft geoordeeld dat NN in de periode tot 1 juli 1994 niet aan haar informatieverplichtingen heeft voldaan en dat er geen wilsovereenstemming bestond tussen de verzekeringnemers en NN op het punt van de eerste kosten. NN moet de ten onrechte berekende eerste kosten en het gemiste rendement aan de verzekeringnemers vergoeden. Voor de polissen die zijn afgesloten vanaf 1 juli 1994 bestond die wilsovereenstemming wel en op basis van de afgesloten polissen van na die datum mocht NN die eerste kosten wel in rekening brengen.
Wel is er een verschil tussen verzekeringen waarvoor jaarlijks premie moest worden betaald en koopsompolissen. Bij de premiebetalende verzekeringen was voor de consument niet duidelijk hoe nadelig het was om de polis tussentijds te beëindigen. NN bracht de eerste kosten namelijk alleen tijdens het eerste deel van de looptijd van de polis in rekening. NN zal de polissen uit de periode 1 juli 1994 - 1 augustus 1999 die tussentijds zijn afgekocht of premievrij gemaakt moeten herberekenen en de eventueel gemiste opbouw moeten vergoeden. Bij koopsompolissen geldt dit niet.
Naast de collectieve actie die was ingesteld, waren er vorderingen van individuele verzekeringnemers aan de orde. De rechtbank heeft deze vorderingen op twee na afgewezen. Ten aanzien van deze twee verzekeringnemers, van wie er één een polis uit 1996 en de ander een polis uit 2000 had, is belangrijk of zij een prospectus hebben gekregen. Voorlopig gaat de rechtbank ervan uit dat dat niet zo is, maar NN mag tegenbewijs leveren. De procedure ten aanzien van deze twee verzekeringnemers wordt afgesplitst en wordt voortgezet onder een nieuw zaak- en rolnummer.
Uitspraak
vonnis
Team handel en haven
zaaknummer / rolnummer: C/10/524205 / HA ZA 17-331
Vonnis van 20 juli 2022
in de zaak van
1. de stichting
STICHTING WAKKERPOLIS NNCLAIM,
gevestigd te Utrecht,
2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
WAKKERPOLIS B.V.,
gevestigd te Utrecht,
3. [naam eiser 1],
wonende te [woonplaats eiser 1] ,
4. [naam eiser 2],
wonende te [woonplaats eiser 2] ,
5. [naam eiser 3],
wonende te [woonplaats eiser 3] ,
6. [naam eiser 4],
wonende te [woonplaats eiser 4] ,
eisers,
advocaat mr. M. van Eersel te Amsterdam,
tegen
de naamloze vennootschap
NATIONALE NEDERLANDEN LEVENSVERZEKERING MAATSCHAPPIJ N.V.,
wonende te Rotterdam,
gedaagde,
advocaat mr. R. van de Klashorst te 's-Gravenhage.
Eisers zullen gezamenlijk Wakkerpolis c.s. worden genoemd. Afzonderlijk zullen zij
worden aangeduid als de Stichting, de BV, [naam eiser 1] , [naam eiser 2] , [naam eiser 3] en
[naam eiser 4] . De Stichting treedt verder in eigen naam op voor [naam 1] ,
[naam 2] en [naam 3] . Zij worden hierna [naam 1] en [naam 2 en 3] genoemd. De BV treedt in eigen naam op voor [naam 4] en [naam 5] . Zij worden hierna aangeduid als [naam 4] en [naam 5] .
Gedaagde zal NN genoemd worden.
De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- -
-
het tussenvonnis van 20 april 2022 en de daarin vermelde stukken,
- -
-
de akte uitlaten producties 140-144 van NN.
Ten slotte is vonnis bepaald.
De verdere beoordeling