Rechtbank Rotterdam, 14-09-2022, ECLI:NL:RBROT:2022:7953, C/10/530395 / HA ZA 17-655
Rechtbank Rotterdam, 14-09-2022, ECLI:NL:RBROT:2022:7953, C/10/530395 / HA ZA 17-655
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Rotterdam
- Datum uitspraak
- 14 september 2022
- Datum publicatie
- 26 september 2022
- ECLI
- ECLI:NL:RBROT:2022:7953
- Zaaknummer
- C/10/530395 / HA ZA 17-655
Inhoudsindicatie
Boskalis heeft zand toegepast in het grondlichaam van door haar te versterken dijken. Is Boskalis daarmee afgeweken van de overeenkomst met het Waterschap? Zo ja, was die afwijking toegestaan?
Aan bod komen: nakoming; wanprestatie; paragraaf 15 UAV-GC 2005; eigen schuld (schadebeperkingsplicht); proportionaliteit herstel; verrekening; Aw 2012 (Wet van 1 november 2012, houdende nieuwe regels omtrent aanbestedingen); ernstige beroepsfout (artikel 2.87 lid 1 onderdeel c Aw 2012); aanzienlijke en/of voortdurende tekortkoming (artikel 2.87 lid 1 onderdeel g Aw 2012); valse verklaring (artikel 2.87 lid 1 onderdeel h Aw 2012).
Uitspraak
vonnis
Team handel en haven
Vonnis in hoofdzaak en vrijwaring van 14 september 2022
in de zaak met zaaknummer / rolnummer: C/10/530395 / HA ZA 17-655 van
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
BOSKALIS NEDERLAND B.V.,
gevestigd te Rotterdam,
eiseres in conventie,
verweerster in reconventie,
advocaat mr. I.M.C.A. Reinders Folmer te Amsterdam,
tegen
de publiekrechtelijke rechtspersoon
WATERSCHAP HOLLANDSE DELTA,
zetelend te Ridderkerk,
gedaagde in conventie,
eiser in reconventie,
advocaat mr. G.J. Huith te ’s-Gravenhage,
en in de zaak met zaaknummer / rolnummer C/10/573459 / HA ZA 19-408 van
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
BOSKALIS NEDERLAND B.V.,
gevestigd te Rotterdam,
eiseres,
advocaat mr. I.M.C.A. Reinders Folmer te Amsterdam,
tegen
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
BOSKALIS ENVIRONMENTAL B.V.,
gevestigd te Papendrecht,
gedaagde,
advocaat mr. L.A. Kersten te Amsterdam.
Partijen zullen hierna Boskalis, het Waterschap en Environmental genoemd worden.
1. De procedure in de hoofdzaak
Het verloop van de procedure blijkt uit de (incidentele) vonnissen van 10 april 2019 (zoals hersteld bij vonnis van 22 mei 2019) en 15 september 2021 en de daarin genoemde processtukken.
Ten slotte is vonnis bepaald.
Het Waterschap heeft de rechtbank bij brief van 19 juli 2022 verzocht om een nieuwe mondelinge behandeling. De rechtbank heeft dit verzoek niet ingewilligd.
2. De procedure in de vrijwaringszaak
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- -
-
de dagvaarding van 29 april 2019 met producties 1 en 2
- -
-
de conclusie van antwoord in vrijwaring met producties 1 tot en met 3
- -
-
de brief van 28 augustus 2019 waarin de rechtbank partijen oproept voor een comparitie van partijen
- -
-
de brief van 24 maart 2020 waarin de rechtbank meedeelt dat de zitting die was gepland op 9 april 2020 vanwege de Covid 19-pandemie geen doorgang kan vinden en besloten is om
een nadere schriftelijke ronde toe te staan, van welke mogelijkheid alleen in de hoofdzaak
gebruik is gemaakt
- -
-
de brief van 23 maart 2021 waarin de rechtbank de mondelinge behandeling bepaalt op 20 mei 2021
- -
-
de zittingsagenda van 23 april 2021
- -
-
de spreekaantekeningen van Boskalis
- -
-
de pleitaantekeningen van Environmental
- -
-
het proces-verbaal van mondelinge behandeling van 20 mei 2021
- -
-
de brief van 7 juli 2021 van Environmental met opmerkingen over het proces-verbaal.
Ten slotte is vonnis bepaald.
3. De feiten
Het is de taak van het Waterschap om de waterkeringen in goede staat te houden. Het Waterschap toetst elke zes jaar of de waterkeringen nog aan de wettelijk vastgestelde norm voldoen. In dat kader heeft het Waterschap vastgesteld dat de dijktrajecten in het zuiden van de Hoeksche Waard niet meer voldeden aan de daarvoor geldende normen en dat die dijktrajecten versterkt dienden te worden.
Het betreffende werk “Dijkversterking Hoeksche Waard Zuid” (hierna: het werk) is Europees aanbesteed met als gunningscriterium de economisch meest voordelige inschrijving. Het werk is gegund aan Boskalis.
In het Projectplan Waterwet Dijkversterking Hoeksche Waard Zuid van 4 februari 2014 (hierna: het projectplan), waarop het Waterschap zijn definitieve ontwerp (DO) heeft gebaseerd, staat - voor zover relevant - het volgende vermeld:
“ 3 BESCHRIJVING VAN DE WATERSTAATSWERKEN
Overzicht werken dijkversterking
Overzicht werk per dijktraject
(...)
|
Nr |
Dijktraject |
Dijksectie |
Kilometer van tot |
Beschrijving werk |
|
13 |
Hoge Westerse Zomerpolderse Kade Oost |
sectie 2 |
41,70 42,50 |
Aanpassen buitentalud met buitenwaartse verplaatsing van de dijk Aanleg binnenberm Dempen en hergraven sloot buitenzijde Aanbrengen steenbekleding op het buitentalud |
|
(...) |
(...) |
(...) |
(...) |
(...) |
|
16 |
Buitendijk Zuid-Beijerland |
sectie 2 |
44,80 45,90 |
Buitenwaartse versterking met profielaanpassing Aanbrengen steenbekleding op het buitentalud |
(...)
Beschrijving werken dijkversterking
(...)
Toepassing klei in dijklichaam
Voor de opbouw van de dijklichamen zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd:
- Aanvullingen op het buitentalud worden uitgevoerd in klei:
- -
-
Indien er steenbekleding aanwezig is wordt klei van erosiebestendigheidsklasse 3 (c3) gebruikt.
- -
-
Indien er een grasbekleding aanwezig is wordt klei van erosiebestendigheidsklasse 2 (c2) gebruikt. Dit wordt aangebracht in een wigvorm conform de Leidraad Rivieren (dikte 1,2 m onder toplaag bovenaan het talud en 2,0 m onder toplaag onderaan het talud).
- -
-
Aanvullingen op de kruin worden uitgevoerd in c2-klei met een dikte van 1,0 m, tenzij het overslagdebiet onder maatgevende omstandigheden kleiner is dan 0,1 l/m/s. In dat geval wordt c3- klei gebruikt met een dikte van 0,4 m.
- -
-
Aanvullingen op het binnentalud wordt uitgevoerd in zand, met een afdeklaag van c2 klei van 0,8 m en een toplaag van 0,3 m. Voor de kleilaag wordt bij een overslagdebiet kleiner dan 0,1 l/m/s c3 klei met een dikte van 0,4 m toegepast.
- -
-
Bij Strijensas Buitendijk, Hoge Westerse Zomerpolderse Kade Oost (sectie 2) en Buitendijk Zuid-Beijerland (sectie 2) wordt een kruinverschuiving toegepast waardoor het kernmateriaal zand uit de bestaande dijk aan de oppervlakte komt te liggen. Deze zandlaag wordt uitgegraven en vervangen door een kleipakket, zodat de nieuwe dijk weer voorzien is van een kleibekleding die voldoet aan bovenstaande eisen.
(...)
Bodem
Milieukundige kwaliteit
De inventarisatie van de milieukundige bodemgegevens is uitgevoerd op basis van de NEN 5725 ‘strategie voor het uitvoeren van vooronderzoek’. Hieruit is naar voren gekomen dat buitendijks op de trajecten Buitendijk Strijensas en Strijensas Buitendijk sprake is van verontreinigde grond op het buitentalud van de dijk. Bij de herinrichting van de Albert-, Pieters- en Leenderts-polder is ervoor gekozen deze vervuilde grond, afkomstig uit het buitendijkse gebied, tegen de dijk te plaatsen en af te dekken met een laag schone grond. Ter plaatse van Strijensas Sassedijk worden lichte verontreinigingen verwacht (klasse Wonen). Naast deze twee locaties zijn de schouwpaden en dammetjes waar puin is gebruikt als verhardingslaag verdacht voor bodemverontreiniging.
Tijdens de uitvoeringsfase moet worden voldaan aan de voorwaarden voor verantwoord grondverzet en het toepassen van bouwstoffen van het Besluit Bodemkwaliteit. Het uitgangspunt voor de werkzaamheden is dat geschikte vergraven grond zoveel mogelijk wordt hergebruikt in de dijkversterking. Daarbij kan grond afkomstig uit woonkernen niet worden toegepast in het buitengebied. Voor de buitendijks gelegen grond bij de Buitendijk Strijensas/Strijensas Buitendijk geldt dat deze tijdelijk mag worden uitgenomen en weer teruggeplaatst. Dit wordt formeel gezien als sanering; er dient hiervoor de juiste procedure te worden gevolgd.
Grondbalans
De dijkversterkingswerken hebben een negatieve grondbalans (er wordt meer grond aangebracht dan vergraven), dat wil zeggen dat grond van elders aangevoerd dient te worden. Voor aangevoerde grond geldt dat deze bodemkwaliteitsklasse Achtergrondwaarde (AW) moet hebben, of binnen de bebouwde kernen een bodemkwaliteitsklasse Wonen (W). De toplaag van de dijk wordt hergebruikt binnen het projectgebied.
Zettingen
Tijdens de uitvoering wordt de zetting van grond gemonitord. Wanneer de werkelijke zetting afwijkt van de verwachte zetting worden de werkzaamheden hierop aangepast. Het uitgangspunt is dat de versterkte dijk aan de functionele eisen in paragraaf 3.2 voldoet.”
In de Inschrijfstaat en Open begroting Boskalis van 24 oktober 2014 staat - voor zover relevant - het volgende vermeld:
“HOGE WESTERSE ZOMERPOLDERSE KADE [huisnummer A] , [huisnummer B] - [huisnummer K] , [huisnummer L] TRAJECT 13
(...)
GRONDWERK
ONGRAVEN
Ontgraven kleiwig binnenberm m3 12601
Ontgraven kleiwig buitenzijde m3 2336
Ontgraven sloot buitenzijde m3 3263
(...)
VERWERKEN
Verwerken klei CAT 2 in kleiwig binnenzijde m3 13527
Verwerken klei CAT 3 in terreinophoging m3 1489
Verwerken klei CAT 2 in kleiwig buitenzijde m3 11167
Verwerken klei CAT 3 in kleiwig m3 5837
Verwerken klei CAT 3 in bestaande sloot m3 2075
Verwerken zand in ophoging i.v.m. zettingen m3 6576
(...)
BUITENDIJK ZUID-BIJERLAND [huisnummer D] , [huisnummer F] - [huisnummer O] , [huisnummer Q] TRAJECT 16
(...)
GRONDWERK
ONGRAVEN
Ontgraven kleiwig CAT 2 binnenzijde m3 12904
Ontgraven kleiwig CAT 2 buitenzijde m3 22459
(...)
VERWERKEN
Verwerken klei CAT 2 in kleiwig binnenzijde m3 9031
Verwerken klei CAT 2 in kleiwig buitenzijde m3 39504
Verwerken zand i.v.m. zettingen m3 5502”
In het verslag van de verificatievergadering van 17 november 2014 staat - voor zover relevant - het volgende vermeld:
“HZ [opm. Rb: [persoon A] , [naam functie 1] van het Waterschap]: nog een paar aanvullende vragen:
(...) Boskalis gaat minder grond aanvoeren dan dat wij hebben verwacht. Is er nader onderzoek gedaan naar de kwaliteit van de grond in de tenderfase? Hoe wordt gegarandeerd dat dit zo is? Hoe ziet de grondbalans er uit?
CA [opm. Rb: [persoon B] , [naam functie 2] van Boskalis]: er wordt meer grondonderzoek uitgevoerd, na gunning. Wij voorzien meer hergebruik van klei, zand wordt aangevoerd. Grond, gebruikt voor voorbelasting, wordt hergebruikt.”
Het Waterschap en Boskalis hebben op 5 januari 2015 een overeenkomst tot aanneming van werk gesloten (hierna: de Basisovereenkomst).
De overeengekomen aanneemsom bedraagt € 15.200.000,00.
De overeengekomen opleverdatum is 31 december 2016.
Op de Basisovereenkomst zijn de UAV-GC 2005 van toepassing.
Artikel 3 (contractdocumenten) van de Basisovereenkomst luidt - voor zover relevant - als volgt:
“De volgende contractdocumenten omschrijven in onderlinge samenhang de rechten en verplichtingen die voor partijen uit de Overeenkomst voortvloeien:
( a) de door partijen ingevulde en ondertekende Basisovereenkomst met inbegrip van de nota's van inlichtingen en de processen-verbaal;
( b) de Vraagspecificatie, bestaande uit twee delen: Eisen en Proces;
( c) de door partijen geparafeerde, bij de Vraagspecificatie gevoegde annexen met betrekking tot:
(I) de vergunningen, ontheffingen, beschikkingen en toestemmingen die door de Opdrachtgever moeten worden verkregen;
(II) de planning;
(III) het acceptatieplan;
(IV) het toetsingsplan Ontwerpwerkzaamheden;
(V) de vrijkomende materialen;
(VI) het overzicht van werkzaamheden die door nevenopdrachtnemers worden verricht alsmede van de tijdstippen waarop zij worden uitgevoerd;
(VII) de verrekening van wijzigingen van lonen, sociale lasten, prijzen, huren en vrachten;
(VIII) de stelposten;
(IX) de bankgarantie;
(X) de verzekeringen;
(XI) de geschillenregeling Raad van Deskundigen;
( d) de Uniforme Administratieve Voorwaarden voor geïntegreerde contractvormen (UAV-GC 2005);
( e) de Aanbieding;
( f) de Documenten als bedoeld in § 1 sub d UAV-GC 2005, voor zover die door de Opdrachtnemer ter kennis zijn gebracht van de Opdrachtgever.”
De rechtbank duidt hierna bovengenoemde documenten onder (a) tot en met (f) aan als de overeenkomst.
Artikel 12 (acceptatieplan) van de Basisovereenkomst luidt - voor zover relevant - als volgt:
“Bij de Vraagspecificatie is door middel van een annex een acceptatieplan gevoegd. In dit acceptatieplan zijn vastgelegd:
( a) een opsomming van de door de Opdrachtnemer ter Acceptatie voor te leggen Documenten, gemachtigden en zelfstandige hulppersonen die de Opdrachtnemer voornemens is aan te wijzen of in te schakelen in het kader van de Overeenkomst, alsmede van specifieke Werkzaamheden of resultaten van Werkzaamheden,
( b) de tijdstippen waarop de Opdrachtnemer de sub a bedoelde Documenten, zelfstandige hulppersonen, Werkzaamheden en resultaten van Werkzaamheden ter Acceptatie moet voorleggen en geaccepteerd dienen te zijn,
( c) de Documenten die de Opdrachtnemer moet overleggen telkens wanneer een verzoek tot Acceptatie wordt ingediend,
( d) de geobjectiveerde criteria waaraan de Documenten, gemachtigden, zelfstandige hulppersonen, Werkzaamheden en resultaten van Werkzaamheden moeten voldoen om voor Acceptatie in aanmerking te komen en
( e) de termijn waarbinnen de Opdrachtgever aan de Opdrachtnemer moet meedelen of de hier bedoelde Documenten, gemachtigden, zelfstandige hulppersonen, Werkzaamheden of resultaten van Werkzaamheden als geaccepteerd worden beschouwd.”
Artikel 16 (boetebeding en bonus) van de Basisovereenkomst luidt - voor zover relevant - als volgt:
“1. De in § 36 lid 3 UAV-GC 2005 bedoelde boetebedragen luiden als volgt:
( a) oplevering : € 20.000,- per dag over de eerste 30 dagen
( b) oplevering : € 40.000,- per dag na de eerste 30 dagen
( c) overschrijding data definitief vaststellen acceptatiedocumenten:
o Projectmanagementplan een malus per dag van €4.000,-
o Alle overige documenten een malus per dag van €2.000,-
( d) overschrijding data indienen toetsdocumenten: een malus per dag van €1.000,-
2. Het bedrag aan boetes die de Opdrachtnemer kunnen worden opgelegd uit hoofde van dit artikel bedraagt maximaal: € 1.800.000,- EURO.”
In de Vraagspecificatie eisen van 5 januari 2015 (hierna: Vraagspecificatie) is onder 3.3 (Type eisen) het volgende opgenomen:
“In de specificaties van de onderdelen van het Werk is de volgende classificatie van eisen, zonder rangvolgorde, gehanteerd:
Technische eisen
Technische eisen beschrijven de technische vertaling van wat functioneel gewenst is, veelal in termen van (technische) dimensionering van de fysieke onderdelen.
Functionele eisen
Functionele eisen beschrijven de prestatie van de geïdentificeerde functies, door antwoord te geven op vragen als: Wie? Wat? Waar? Wanneer? Hoeveel? Welke? Etc.
(...)
Randvoorwaarden
Randvoorwaarden zijn eisen die dwingend door stakeholders zijn opgelegd en de oplossingsruimte beperken.
Uitvoeringseisen
Uitvoeringseisen beschrijven de specifieke condities waaronder de Werkzaamheden in het kader van de te realiseren onderdelen moeten worden uitgevoerd.”
In de Vraagspecificatie zijn onder 6.3 de volgende definities opgenomen:
“Definities
Het dijklichaam bestaat uit een dijkkern beschermd door dijkbekleding.
Om onderscheid te maken tussen het gedeelte van de dijkkern waar geen werkzaamheden aan worden verricht en het gedeelte van de dijkkern wat nieuw wordt toegevoegd is ervoor gekozen om de nieuw aan te brengen grond aan te duiden als grondlichaam. Het nieuwe en het bestaande deel samen vormen in de nieuwe situatie de totale dijkkern. Daarnaast kan het dijklichaam voorzien worden van een constructief scherm ten behoeve van stabiliteit (stabiliteitsscherm) of om erosie (erosiescherm) of piping (pipingmaatregel) tegen te gaan. Om piping tegen te gaan kan er ook voor een niet-constructieve maatregel gekozen worden.
De dijkbekleding is de afdekking van de dijkkern en bestaat uit kleibekleding afgedekt met gras of steen (steenbekleding). Het ontwateringssysteem is het stelsel van drainagemiddelen waarmee overtollig grondwater uit de dijkkern kan worden afgevoerd.”
In de Vraagspecificatie zijn onder 9.2 (eisen aan het dijklichaam (DL)) de volgende eisen opgenomen (TE staat voor technische eisen; RV staat voor randvoorwaarden, beiden gedefinieerd in de Vraagspecificatie onder 3.3).
“TE.1.DL.01 De locatie van het dijklichaam dient bij oplevering conform de tekeningen te zijn (ref. 1 t/m 13).”
“TE.1.DL.02 Bij oplevering dient het dwarsprofiel van het dijklichaam zodanig te zijn dat deze op de eindsituatie minimaal conform tekeningen (ref. 1 t/m 13) is.”
“TE.1.DL.15 De hoogte en stabiliteit van het dijklichaam dient tijdens de uitvoering in het open seizoen gewaarborgd te zijn op basis van een maatgevende buitenwaterstand bij een gemiddelde overschrijdingskans van 1/20 per jaar.”
“RV.1.DL.05 Voor de klei van de dijkbekleding van het dijklichaam geldt de volgende randvoorwaarde: Het soortelijk gewicht dient minimaal 17 kN/m3 (droog/nat) te zijn.”
“RV.1.DL.08 Voor het materiaal dat gebruikt wordt voor het grondlichaam van het dijklichaam geldt de volgende randvoorwaarde: Het soortelijk gewicht dient minimaal 17 (droog) - 19 (nat) kN/m3 te zijn.”
“RV.1.DL.13 Indien het grondlichaam in zand wordt uitgevoerd geldt de volgende randvoorwaarde: Uitvoering in zand: klasse “Zand in aanvulling of ophoging” conform ref. 302.”
“RV.1.DL.14 Tussen km 33,6 en 34,7 geldt voor het materiaal dat gebruikt wordt voor het aan te brengen grondlichaam de volgende randvoorwaarde: Uitvoering in zand: klasse “Zand in aanvulling of ophoging” (zie ref. 302.”
“RV.l.DL.84 Indien het grondlichaam in zand wordt uitgevoerd, geldt de volgende randvoorwaarde: Het zand dient geclassificeerd te zijn als ‘Natuurlijke gronden’ en ‘zand’ conform NEN-EN-ISO 14688-1+A1:2013.”
“RV.1.DL.85 Voor het zand van het grondlichaam geldt de volgende randvoorwaarde: De doorlatendheid van het zand dient ten minste 1 m/dag te zijn.”
“RV.1.DL.86 Indien het grondlichaam niet in zand wordt uitgevoerd, geldt de volgende randvoorwaarde: Het materiaal dient geclassificeerd te zijn als ‘Natuurlijke gronden’ en ‘silt’ of ‘klei’ conform NEN-EN-ISO 14688-1+A1:2013.”
“RV.1.DL.88 Indien het grondlichaam in zand wordt uitgevoerd, geldt de volgende randvoorwaarde: Het zand dient een cohesie (c'd) van 0 kN/m2 te hebben.”
Boskalis was verantwoordelijk voor het maken van een uitvoeringsontwerp (UO) op basis van het door het Waterschap opgestelde DO en voor het uitvoeren van de werkzaamheden voor het versterken van in totaal elf kilometer dijk, onderverdeeld in dijktrajecten. Deze dijktrajecten, die in eigendom aan derden toebehoren, zijn verder uitgesplitst in totaal 16 trajecten:
• Traject 1,2 en 2a: Strijensas - Sassedijk tussen ca. km 27,50 - km 28,00
• Traject 3: Strijensas - Buitendijk tussen ca. km 28,00 - km 28,40
• Traject 4, 5 en 6: Buitendijk Strijensas tussen ca. km 28,40 - km 30,90
• Traject 7-1, 7-II, 7a-I: Hoogezandse Buitendijk tussen ca. km 31,9 - km 32,40
• Traject 7a-II, 8, 9,10,11 en 11a: Hoogezandse Buitendijk tussen ca. km 32,50 - km 36,64
• Traject 12 en 13: Hoge Westerse Zomerpolderse Kade tussen ca. km 41,28 - km 42,60
• Traject 14: Hoge Westerse Zomerpolderse Kade tussen ca. km 43,00 - km 43,65
• Traject 15 en 16: Buitendijk Zuid-Beijerland tussen ca. km 44,70 - km 45,88
De werkzaamheden zijn begonnen in het oosten bij ca. km 27,5 bij gemaal de Volharding in Strijensas en geëindigd bij ca. km 45,9 in het westen nabij de Hitsertse kade in Zuid-
Beijerland.
In de door Boskalis opgemaakte voortgangsrapportage van 23 maart 2015 staat - voor zover relevant - het volgende vermeld:
“Traject 13:
Deze periode is er gestart met de kruinverlegging in dit tracé. Hiervoor is de steenbekleding verwijderd en is de kleibekleding van de dijk opzij gezet. Er is wederom een losponton geplaatst om zand te lossen, welke verwerkt wordt in de kern van de dijk.
Uitgevoerde werkzaamheden
• Verwijderen steenbestorting;
• Verwijderen kleibekleding;
• Aanvullen kern dijk.
(...)
Traject 16:
Uitgevoerde werkzaamheden:
• Geen werkzaamheden uitgevoerd in deze periode.”
In een memo van advies- en ingenieursbureau RPS (de opsteller van het uitvoeringsplan) aan Boskalis van 14 april 2015 met als onderwerp “voorstel aanpassing DO-maatregel traject 13 – Hoeksche Waard Zuid” staat - voor zover relevant - het volgende vermeld:
“ Inleiding
Eén van de voorbereidende werkzaamheden voor dijkversterking Hoeksche Waard Zuid betreft het aantonen van de uitvoeringsstabiliteit. Uitgangspunt hierbij vormt het eerder door RHDHV opgestelde DO-ontwerp. Voor traject 13 voorziet dit ontwerp in een buitenwaartse verplaatsing van de dijk in combinatie met het aanbrengen van een binnendijkse steunberm.
Bij het beschouwen van de uitvoeringsstabiliteit voor traject 13 is geconstateerd dat de beoogde ontwerpmaatregel niet voldoet aan de minimaal vereiste stabiliteitsfactoren. In overleg met het waterschap is hiertoe besloten om het ontwerp aan te passen. De voorkeur gaat hierbij uit naar een verdere buitenwaartse verplaatsing van de dijk. De voorliggende notitie beschrijft een voorstel voor aanpassing van het ontwerp en gaat tevens in op de resultaten van de uitgevoerde stabiliteitsberekeningen en de consequenties voor de benodigde grondaanvulling en ontgraving.
Voorgestelde aanpassing van het ontwerp
Om aan de stabiliteitseisen te kunnen voldoen wordt de kruin ten opzichte van het eerder opgestelde DO-ontwerp 2 meter in buitenwaartse richting verplaatst. Hierdoor verschuift ook de steunberm in buitenwaartse richting en is een minder grote binnendijkse grondaanvulling nodig. De ontwerphoogte van de te realiseren steunberm en de ontwerphoogte van de kruin blijven gelijk aan de in eerder opgesteld DO aangehouden waarden. Hetzelfde geldt voor de taludhellingen van het dijkprofiel.
(...)
Consequenties grondaanvulling en ontgraving
De voorgestelde aanpassing van het ontwerp heeft consequenties voor de aan te brengen en te ontgraven grondhoeveelheden. In Tabel 2 zijn de verschillen tussen het eerder opgestelde DO en het aangepaste ontwerp weergegeven. Bij de bepaling van deze hoeveelheden is alleen gekeken naar verschilvolumes tussen het oude en het nieuwe ontwerp en zijn de hoeveelheden voor de te realiseren grondverbetering en zettingscompensatie buiten beschouwing gelaten. Indien de aan binnenwaartse zijde te ontgraven grond kan worden toegepast voor de benodigde grondaanvullingen, is op traject 13 ten opzichte van het oude DO ongeveer 2650 m3 extra grondaanvulling nodig.”
In de door Boskalis opgemaakte voortgangsrapportage van 20 april 2015 staat - voor zover relevant - het volgende vermeld:
“• Traject 13:
De kern van de dijk is deze periode aangevuld. Èr is begonnen met het weer opbouwen van de dijk.
Uitgevoerde werkzaamheden:
• Opbouwen dijk.
Reeds uitgevoerde werkzaamheden:
• Verwijderen steenbestorting;
• Verwijderen kleibekleding;
• Aanvullen kern dijk.”
In het door Boskalis opgestelde Werkplan Grondstromen / Grondstromenplan van 2 juni 2015, dat tot doel heeft “het inzichtelijk maken van de omgang met vrijkomende en toe te passen grond, baggerspecie en bouwstoffen binnen de vigerende wet- en regelgeving”, staat in tabel 5 ten aanzien van de dijktrajecten 13 en 16 vermeld dat materiaal “klei/grond/zand” wordt ontgraven en toegepast.
In het door Boskalis opgestelde Werkplan Dijklichaam Grondwerk van 27 augustus 2015 staat - voor zover relevant - het volgende vermeld:
“2.5 Kruinverlegging
(...) Stap 4:
De kern van het dijklichaam wordt uitgevuld met grond/klei, waarna er een kleilaag
wordt aangebracht. De aanvulling geschiedt in lagen overeenkomstig bijlage 4.”
Het UO van Boskalis bestaat uit een ontwerpnota van 4 september 2015 met 6 bijlagen. In de ontwerpnota staat - voor zover relevant - het volgende vermeld:
“3.5. Materiaal aanvulling dijklichaam
Voor de aanvulling van het dijklichaam wordt zoveel mogelijk gebruik gemaakt van vrijgekomen grond en/of zand. Voor het dijklichaam van traject 10 wordt conform eis RV.1.DL.13 gebruik gemaakt van zand. De materialen voor de overige ophogingen worden tijdens de uitvoering bepaald op basis van het grondstromenplan.”
Bijlage III van voornoemde ontwerpnota is het “Uitvoeringsplan Hoeksche Waard Zuid, Achtergrondrapportage: Grondoplossingen” van 8 juli 2015, opgemaakt door RPS in opdracht van Boskalis (hierna: het uitvoeringsplan). In dit uitvoeringsplan, staat - voor zover relevant - het volgende vermeld:
“3.2.5. Ophoogmateriaal
Conform eis RV.1.DL.08 [Lit 3] dient voor het materiaal dat gebruikt wordt voor het dijklichaam het soortelijk gewicht minimaal 17 kN/m3 (droog) -19 kN/m3 (nat) te zijn (overeenkomstig met ophoogzand). Voor de klei van de te verbeteren dijkbekleding geldt dat het soortelijke gewicht minimaal 17 kN/m3 (nat en droog) dient te zijn (eis RV.1.DL.05, [Lit 3]). Het ophoogmateriaal dat in de stabiliteitsberekeningen gebruikt is, is afhankelijk van de grondoplossing. Bij het aanbrengen van de steunberm is in de berekeningen de eerste ophoogslag uitgevoerd met zand (17 kN/m3 (droog) -19 kN/m3 (nat)). Voor de tweede en/of derde ophoogslag is (deels of geheel) klei aangehouden (corresponderend met de kleideklaag conform de ontwerptekeningen). Voor de trajecten 3,13 en 16, waarbij een buitenwaartse kruinverplaatsing plaatsvindt, bestaat de gehele aanvulling uit klei.”
Het door Boskalis in de dijktrajecten 13 en 16 aangebrachte zand is geleverd door Environmental.
Bij e-mail van 16 september 2015 heeft [persoon C] van Boskalis aan [persoon D] van het Waterschap als volgt bericht:
“Beste [voornaam persoon D] ,
In onderstaande mail een korte samenvatting van de verificatie van het Dolman zand aan de eisen voor toepassing in het grondlichaam.
Als bijlage zijn tevens de rapporten toegevoegd ter bevestiging, de rapporten hebben betrekking op zand in depot bij Dolman ligt.
(...)
Eis GRW-044: Kwaliteit zandklasse: uit rapport volgt 'zand voor zandbed’, moet voldoen aan 'zand in aanvulling op ophoging', dus voldoet;”
Bij e-mail van 9 oktober 2015 heeft [persoon D] van het Waterschap aan [persoon E] van Boskalis het volgende geschreven:
“Heren,
Eis RV.1.DL.86: Onderbouwing dat extractie/gereinigd zand natuurlijke grond is – Technisch gezien kunnen wij met de onderbouwing leven.
De Eis RV.1.DL.88: dat de cohesie van het zand 0 kN/m2 moet zijn is nog niet aangetoond.
Graag dit nog aantonen.”
Bij e-mail van 4 november 2015 heeft [persoon E] van Boskalis aan [persoon D] van het Waterschap het volgende geschreven:
“Hierbij de verificatie van het Dolman zand. De excelsheet in de bijlage had je al. In het bijgevoegde mailtje wordt de cohesie-eis aangetoond. Mocht er nog wat ontbreken hoor ik dat graag.”
In het op 17 december 2015 door het Waterschap geaccepteerde verzoek tot wijziging (hierna: VTW) 009 staat - voor zover relevant - het volgende vermeld:
“Omschrijving: Tijdens de voorbereidende werkzaamheden voor dijkversterking Hoeksche
Waard Zuid is een controle uitgevoerd op de uitvoeringsstabiliteit. Uitgangspunt was het bij de contractstukken geleverde DO-ontwerp van RHDHV. Voor traject 13 voorziet dit ontwerp in een buitenwaartse verplaatsing van de dijk in combinatie met het aanbrengen van een binnendijkse steunberm. Bij het beschouwen van de uitvoeringsstabiliteit voor traject 13 is geconstateerd dat de beoogde ontwerpmaatregel niet voldoet aan de minimaal vereiste stabiliteitsfactoren. Dit verhoogt de kans van optreden van OTG-1: waterkerende onderdelen voldoen niet aan de eisen voor de eindsituatie.
Oorzaak en
noodzaak: In overleg met het waterschap is besloten om het ontwerp aan te passen,
ON heeft hiervoor een memo geschreven (RPS-memo van 14 april 2015 -
documentkenmerk N15.060 - en als bijlage bij deze VtW gevoegd) welke
in een aantal overleggen tussen OG en ON is toegelicht en besproken. Nadat de voorgestelde aanpassing door het technisch management van OG akkoord is bevonden, is deze uitgewerkt In DO-tekening 1500011A00-922 d.d. 7-5-2015 van Boskalis (eveneens toegevoegd). Voorstel en uitwerking worden middels deze VtW bekrachtigd.
(...)
Geld (...)
voor de consequenties in hoeveelheden voor grondaanvulling en
ontgraving wordt verwezen naar het bovengenoemd memo.”
In het door Boskalis opgemaakte verslag van het projectoverleg van 3 februari 2016 staat - voor zover relevant - het volgende vermeld:
“Knelpunt Hitserse Kade.
Locatie Hitserse Kade was al afgeketst voor de tender. Boskalis heeft hier niet de juiste informatie gekregen.
RvA [opm. Rb: [persoon F] van Boskalis] stelt voor dat WSHD volledige medewerking verleent aan toepassen Dolman zand in GBT [opm. Rb: grootschalige bodemtoepassingen]: geen gevolgen voor planning/geld. Het werk kan dan gewoon doorgang vinden.
GS [opm. Rb. [persoon G] van het Waterschap] gaat hier mee akkoord.”
In de door Boskalis gehouden presentatie tijdens het projectoverleg van 3 februari 2016 staat - voor zover relevant - het volgende vermeld:
“Traject 12 tot en met 16 ( [persoon H] en [persoon I] )
Naar aanleiding van de aanlanding Hitserse Kade meldt [voornaam persoon C] dat er overeenkomst met de boeren is om over hun terrein te gaan. Dit zorgt echter voor kilometers meer aanvoer. Gemeente Korendijk heeft al voor de tenderfase aangegeven dat er geen mogelijkheid was voor aanleg van een aanlanding. Wellicht kan er nu vanuit bestuurlijk niveau WSHD met de gemeente worden overlegd. Dit wordt in klein comité verder besproken. Actie: [voornaam persoon J] / [voornaam persoon C] .”
In de op 14 maart 2016 door het Waterschap geaccepteerde VTW 026 staat - voor zover relevant - het volgende vermeld:
“Tijd: - De waterkering ter plaatse van het gemaal de Volharding is 30-09-2016 hoogwaterveilig.
- Streefdatum oplevering alle onderdelen incl. concept opleverdossier &
restpuntenlijst 31-12-2016.
- Oplevering alle onderdelen incl. opleverdossier uiterlijk 1-07-2017.”
In de (op een onleesbare datum) in 2016 door het Waterschap geaccepteerde VTW 056 staat - voor zover relevant - het volgende vermeld:
“Tijd: - Start uitvoering natuurcompensatie traject 7 streven maart 2017, oplevering
uiterlijk juli 2017. Verder in VTW061 nader geconcretiseerd.”
Per e-mail van 1 maart 2016 heeft Boskalis melding gedaan, in de zin van artikel 42 lid 1 van het Besluit Bodemkwaliteit, aan de omgevingsdienst van haar voornemen om twee partijen grond toe te passen als kernmateriaal in het grondlichaam van dijktraject 13 met als bijlagen twee rapporten van bodemonderzoek- en adviesbureau Euroteam Milieu B.V. (hierna: Euroteam) waarin de resultaten van de bemonstering, analyse en toetsing zijn opgenomen van de partijen zand die Boskalis voornemens was toe te passen in dijktraject 13, en een tekening die de beoogde toepassing van het zand als GBT voor de ophoging van de bestaande kern van de dijk in dijktraject 13 bevestigt.
Bij e-mails van 2 en 7 maart 2016 heeft de omgevingsdienst Boskalis meegedeeld dat zij de analyse van Euroteam onderschrijft en dat zij toestemt met het als GBT toepassen van zand uit de depots 16G03 en 16G02 in de kern van dijktraject 13.
Per e-mail van 4 mei 2016 heeft Boskalis ten aanzien van dijktraject 16 melding gedaan aan de omgevingsdienst met als bijlagen Euroteam rapporten.
Per e-mail van 4 mei 2016 heeft de omgevingsdienst Boskalis meegedeeld dat het zand kan worden toegepast in de kern van dijktraject 16.
In de door Boskalis opgemaakte voortgangsrapportage van 18 mei 2016 staat - voor zover relevant - het volgende vermeld:
“Traject 13;
De kern van de dijk is deze periode aangevuld Er is begonnen met het weer opbouwen van de dijk
Uitgevoerde werkzaamheden:
• Opbouwen dijk.
Reeds uitgevoerde werkzaamheden:
• Verwijderen steenbestorting;
• Verwijderen kleibekleding;
• Aanvullen kern dijk.
(...)
• Traject 16:
Op traject 16 zijn we bezig de kern van de dijk te verleggen en op te vullen met zand.
Uitgevoerde werkzaamheden:
• Aanvullen kern.
Reeds uitgevoerde werkzaamheden:
• Sanering puinpad en dammen:
Verwijderen deklagen van klei.”
In het door Boskalis opgemaakte Verslag Omgevings- en technisch managementoverleg van 18 mei 2016 staat - voor zover relevant - het volgende vermeld:
“Uitvoering
DvB [opm. Rb: [persoon E] van Boskalis] geeft een update op de werkzaamheden.
BL [opm. Rb: [persoon K] van het Waterschap] vraagt naar de reden dat het op traject 16 open ligt? DvB geeft aan dat hier een kern van zand ligt, buitenlaag goede klei. De opbouw is heel anders van bij andere dijken.”
Bij brief van 22 december 2016 heeft het Waterschap Boskalis het volgende geschreven:
“WSHD kan en zal het Werk thans en vooralsnog niet aanvaarden. (...) De Basisovereenkomst voorziet niet in een gedeeltelijke oplevering en wij wensen en hoeven daarmee ook overigens niet in te stemmen. (...) Aangezien wij thans niet tot aanvaarding van het Werk kunnen overgaan, maar bepaalde delen van het Werk wel per de contractuele opleverdatum van 31 december 2016 weer ter beschikking dienen te staan aan WSHD en derden, laat ik u hierbij weten dat wij per 1 januari 2017 het Werk vervroegd in gebruik nemen (...).”
Op 3 april 2017 is Boskalis op verzoek van het Waterschap begonnen met het verwijderen van door Boskalis aangebracht zand uit de grondlichamen van de dijktrajecten 13 en 16 alsmede met het vervangen van het zand door klei. Het gaat volgens de berekening van Boskalis van 17 februari 2017 om 21.772,30 m3 zand voor dijktraject 13 en 34.711,60 m3 zand voor dijktraject 16. De werkzaamheden zijn op 15 september 2017 behoudens enkele restpunten afgerond.
Het Waterschap heeft van de overeengekomen aanneemsom een bedrag van
€ 1.652.401,29 onbetaald gelaten. Daarnaast heeft het Waterschap een aantal goedgekeurde VTW’s onbetaald gelaten voor een totaalbedrag van € 455.518,34.