Home

Rechtbank Rotterdam, 29-11-2023, ECLI:NL:RBROT:2023:11165, 662008

Rechtbank Rotterdam, 29-11-2023, ECLI:NL:RBROT:2023:11165, 662008

Gegevens

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
29 november 2023
Datum publicatie
4 december 2023
ECLI
ECLI:NL:RBROT:2023:11165
Zaaknummer
662008

Inhoudsindicatie

Aansprakelijkheid bestuurder vennootschap. Verhaalsfrustratie. Uit de specifieke omstandigheden in deze zaak (het bestaan van een zekere verplichting (maandelijkse uitkering aan eiseres) waarvan alleen niet duidelijk is hoelang deze voortduurt, terwijl het de enige verplichting is van de vennootschap, en het gaat om een vennootschap zonder activiteiten die als doel heeft het beheer van vermogen om de maandelijkse uitkering te voldoen) volgt niet alleen dat bij uitvoering uitkeringstest periode van één jaar te beperkt is, maar ook de gehanteerde periode van drie jaar. Bestuurder hoofdelijk veroordeeld tot betaling achterstand en om periodiek maandelijkse uitkering aan eiseres te betalen (6:105 BW).

Uitspraak

Team handel en haven

Zaaknummer: C/10/662008 / HA ZA 23-610

Vonnis van 29 november 2023

in de zaak van

[persoon A] ,

wonende in [woonplaats A] ,

eiseres in de hoofdzaak,

eiseres in het incident,

advocaat: mr. H.F.A. Notenboom in Rotterdam,

tegen

[persoon B] ,

wonende in [woonplaats B] ,

gedaagde in de hoofdzaak,

gedaagde in het incident,

advocaat: mr. R.F. van Leeuwen in Rotterdam.

Partijen worden hierna [persoon A] en [persoon B] genoemd.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding tevens incidentele vordering op grond van artikel 223 Rv, met producties, - de conclusie van antwoord in incident, met een productie,

- de conclusie van antwoord in hoofdzaak, met een productie,

- de brief van de rechtbank van 1 september 2023, waarin een mondelinge behandeling in incident is bepaald op 13 oktober 2023,

- de brief van de rechtbank van 6 september 2023, waarin is bepaald dat de mondelinge behandeling ook als mondelinge behandeling in de hoofdzaak heeft te gelden en met een zittingsagenda voor de mondelinge behandeling, - het B3-formulier van mr. Notenboom van 29 september 2023, met een akte wijziging van eis, de overlegging van een pleitnota voor de mondelinge behandeling en met overlegging van een productie,

- de brief van mr. Van Leeuwen van 2 oktober 2023, met producties,

- de pleitnota van [persoon B] voor de mondelinge behandeling,

- de mondelinge behandeling van 13 oktober 2023.

1.2.

Aan het einde van de mondelinge behandeling heeft de rechtbank een datum bepaald waarop er vonnis in de hoofdzaak en in het incident zal worden gewezen.

2 De feiten

2.1.

[persoon A] was getrouwd met de heer [persoon C] (hierna: [persoon C] ). Op 1 januari 1997 hebben [persoon C] en [bedrijf C] hun aandelen in Bacteriologisch Onderzoeksbureau Biobeheer B.V. (hierna: Bio Beheer) en Thermisch Waterbeheer B.V. verkocht aan Hermax Holding B.V. (hierna: Hermax Holding). In dat kader hebben [bedrijf C] en Hermax Holding een ‘intentie-overeenkomst’ gesloten, waarin afspraken zijn gemaakt over betaling van bepaalde vergoedingen, waaronder een vergoeding voor de aandelenoverdracht en een maandelijkse vergoeding aan [persoon C] en (bij zijn overlijden) aan [persoon A] ten behoeve van een pensioenregeling. [persoon C] is in 2011 overleden.

2.2.

In 2016 hebben Bio Beheer, Hermax Holding en [persoon A] een overeenkomst gesloten. In die overeenkomst is, voor zover van belang, het volgende bepaald:

Overwegende:

-

dat Hermax met [bedrijf C] op 1 januari 1997 een Intentieovereenkomst ("Intentieovereenkomst") is aangegaan voor de betaling van een pensioenuitkering aan de weduwe van de toenmalige DGA, de heer [persoon C] ;

-

dat Bio Beheer op basis van de Intentieovereenkomst maandelijks pensioenuitkeringen verricht aan mevrouw [persoon A] ;

-

dat Hermax met ingang van 1 februari 2016 de maandelijkse betaling van pensioenuitkeringen aan mevrouw [persoon A] van Bio Beheer wil overnemen;

-

dat mevrouw [persoon A] toestemming geeft aan deze wijziging;

-

dat Partijen hun afspraken in deze overeenkomst wensen vast te leggen.

Komen overeen als volgt:

1. Bio Beheer draagt alle verplichtingen die zij jegens mevrouw [persoon A] heeft en nog zal krijgen uit hoofde van de Intentieovereenkomst jegens Bio Beheer (aangehecht als bijlage 1), te weten het betalen van een maandelijkse pensioenuitkering van EUR 1363,08 met ingang van l februari 2016 over Hermax. Hermax aanvaardt hierbij deze verplichtingen.

2. Mevrouw [persoon A] verleent hierbij haar goedkeuring aan de overdracht als omschreven in artikel 1 van deze overeenkomst en verklaart per l februari 2016 niets meer te vorderen te hebben van Bio Beheer. Mevrouw [persoon A] verleent hierbij Bio Beheer finale kwijting.

[...]”

2.3.

In 2016 waren de heer [persoon D] en mevrouw [persoon E] , de vader en moeder van [persoon B] , de bestuurders van Hermax Holding. Zij zijn overleden op 14 december 2017 respectievelijk 16 oktober 2019. [persoon B] heeft met het overlijden van haar moeder door vererving alle aandelen in het geplaatste kapitaal van Hermax Holding verkregen. Met ingang van 29 oktober 2019 is [persoon B] de enig bestuurder van Hermax Holding.

2.4.

Op 5 december 2019 heeft Hermax Holding een dividendbesluit genomen. In de notulen van de Algemene Vergadering van Hermax Holding van deze datum is, voor zover van belang, het volgende opgenomen:

DIVIDENDBESLUIT

Hermax Holding B.V.

Notulen van de Algemene Vergadering van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Hermax Holding B.V. gehouden ten kantore van de vennootschap op 5 december 2019

Aanwezigen: [persoon B] (aandeelhouder en bestuurder)

[...]

Dividenduitkering

De aandeelhouder besluit tot de uitkering van een dividend ten laste van de overige reserves als volgt:

Dividend deel A € 1.749.988

Dividend deel B € 218.000

Totaal € 1.967.988

[persoon B] is tevens bestuurder van de vennootschap; dit besluit betreft derhalve ook de instemming van het bestuur met voornoemde dividenduitkering.

[...]

Bij de besluitvorming over de uitkering van het dividend zijn de volgende overwegingen in acht genomen:

-

Uit de interne balans per 30 november 2019 (bijgevoegd) van de vennootschap blijkt dat de dividenduitkering het eigen vermogen van de vennootschap, verminderd met het gestorte aandelenkapitaal en de krachtens de wet of statuten aan te houden reserves niet overschrijdt.

-

Het bestuur heeft beoordeeld of de vennootschap na het doen van de dividenduitkering kan blijven voortgaan met het betalen van haar opeisbare schulden. Het bestuur is niet bekend met feiten of redelijkerwijs te voorziene omstandigheden waardoor de vennootschap na het doen van de dividenduitkering niet langer in staat is tot het betalen van haar opeisbare schulden. Het bestuur heeft daarbij in aanmerking genomen dat:

o De dividenduitkering (grotendeels) zal worden verrekend met de rekening courant, waardoor de uitstroom aan liquide middelen beperkt is;

o zij verwacht dat de onderneming de opeisbare schulden kan betalen;

o zij geen afwijkende ontwikkelingen voorziet;

[...]”

2.5.

Op het moment van de dividenduitkering had Hermax Holding een vordering op haar aandeelhouder op grond van een rekening-courantverhouding van € 1.538.721,00. Deze vordering is geheel verrekend met de uitkering Dividend deel A. Het restant van Dividend deel A van (€ 1.749.988,00 - € 1.538.721,00 =) € 211.267,00 ziet op de door Hermax Holding ten behoeve van [persoon B] betaalde inkomstenbelasting in verband met de verkrijging (door vererving) door [persoon B] van de aandelen in Hermax Holding van haar moeder.

2.6.

Hermax Holding heeft als Dividend deel B een bedrag van € 218.000,00 aan [persoon B] uitgekeerd.

2.7.

Bij brief van 30 juni 2022 heeft Hermax Holding onder meer het volgende aan [persoon A] geschreven:

“[...]

Op grond van een overeenkomst betaalt Hermax Holding B.V. sinds 2016 iedere maand een bedrag ad. EUR 1.288,11

Hermax Holding B.V. is verder geen actieve vennootschap en de gelden in de vennootschap zijn bijna op. Per 22 juni jl is er nog een bedrag ad. EUR 11.610,59 in kas. Dat betekent dat de vennootschap nog maximaal 9 maanden de maandelijkse uitkering kan voldoen. Daarna kan Hermax Holding helaas niet meer betalen. Er zijn verder geen activa of schulden in de vennootschap.

Ik wil u hierbij ook aanbieden om, zodat we dit volledig kunnen afronden, het voornoemde resterende bedrag uit de kas ineens te voldoen. Mocht u daar geen prijs opstellen, zal de vennootschap de maandelijkse betalingen blijven verrichten, totdat er geen geld meer in kas zit.

[...]”

2.8.

Bij brief van 15 augustus 2022 heeft (de advocaat van) [persoon A] aan Hermax Holding geschreven het niet eens te zijn met de inhoud van de (hiervoor weergegeven) brief van Hermax Holding. Zij heeft Hermax Holding verzocht om stukken te verstrekken van zowel Bio Beheer als Hermax Holding waaruit de activa en passiva blijken. Omdat Hermax Holding niet vrijwillig cijfers wilde verstrekken, heeft [persoon A] een daartoe strekkende vordering in kort geding tegen Hermax Holding ingesteld.

2.9.

Bij vonnis van 28 april 2023 van de voorzieningenrechter van deze rechtbank (zaak- en rolnummer C/10/655258 KG ZA 23-258) is Hermax Holding veroordeeld om een afschrift van de aangiften vennootschapsbelasting van Hermax Holding over de jaren 2018 tot en met 2021 aan [persoon A] te verstrekken.

2.10.

In januari 2023 heeft Hermax Holding voor het laatst de maandelijkse uitkering aan [persoon A] betaald.

3 Het geschil in de hoofzaak

3.1.

[persoon A] vordert -na wijziging van de eis- dat de rechtbank bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:

I voor recht verklaart dat [persoon B] hoofdelijk aansprakelijk is voor het tekort dat is ontstaan in de maandelijkse uitkering aan [persoon A] door de dividenduitkeringen die [persoon B] uit Hermax Holding heeft gedaan;

II primair: [persoon B] veroordeelt om aan [persoon A] te betalen een bedrag van € 250.695,24, vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW tot de dag van volledige betaling;

subsidiair: [persoon B] veroordeelt om aan [persoon A] te betalen een bedrag van € 220.000,00, vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW tot de dag van volledige betaling;

meer subsidiair: [persoon B] veroordeelt tot betaling aan [persoon A] van een bedrag van € 1.247,24 netto per maand vanaf 1 februari 2023, tot het moment van haar overlijden, voor wat betreft de achterstallige betalingen vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW tot de dag van volledige betaling;

III [persoon B] veroordeelt tot betaling van het salaris van de deskundige voor het berekenen van een pensioenvoorziening;

IV [persoon B] veroordeelt in de kosten van de procedure, het salaris van de gemachtigde en nakosten daaronder begrepen.

3.2.

[persoon A] legt aan haar vorderingen, kort samengevat, het volgende ten grondslag. Door goedkeuring te geven en mee te werken aan de dividenduitkering op 5 december 2019 voor een bedrag van in totaal € 1.967.988,00 heeft [persoon B] als bestuurder van Hermax Holding bewerkstelligd dat Hermax Holding haar maandelijkse betalingsverplichting aan [persoon A] niet langer kan nakomen. [persoon B] heeft daarom als bestuurder onrechtmatig gehandeld ten opzichte van [persoon A] en zij is om die reden hoofdelijk aansprakelijk voor de schade die [persoon A] daardoor lijdt.

3.3.

[persoon B] voert verweer. Haar verweer strekt tot afwijzing van de vorderingen van [persoon A] , met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van [persoon A] in de kosten van deze procedure.

3.4.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4 Het geschil in het incident op grond van artikel 223 Rv

5 De beoordeling

6 De beslissing