Home

Rechtbank Rotterdam, 14-11-2023, ECLI:NL:RBROT:2023:11256, C/10/666006 / KG ZA 23-870

Rechtbank Rotterdam, 14-11-2023, ECLI:NL:RBROT:2023:11256, C/10/666006 / KG ZA 23-870

Gegevens

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
14 november 2023
Datum publicatie
7 december 2023
ECLI
ECLI:NL:RBROT:2023:11256
Zaaknummer
C/10/666006 / KG ZA 23-870

Inhoudsindicatie

Kort geding. Geschil tussen twee bestuurders/aandeelhouders vennootschap. Vordering tot schorsing van de ene bestuurder afgewezen, omdat de managementovereenkomst niet is opgezegd en er geen ruimte is voor ingrijpen door de voorzieningenrechter. Vordering van andere bestuurder tot vervanging manager toegewezen. Managementovereenkomst staat dit toe en is een stap die kan bijdragen aan het oplossen van de impasse.

Uitspraak

vonnis

Team handel en haven

zaaknummer / rolnummer: C/10/666006 / KG ZA 23-870

Vonnis in kort geding van 14 november 2023

in de zaak van

1 [holding A] ,

gevestigd te Maassluis,

2. [bedrijf B],

gevestigd te Moordrecht,

eiseressen in conventie,

verweersters in reconventie,

advocaat: mr. B.P.J. Tillemans te Tilburg,

tegen

[bedrijf C] ,

gevestigd te Maassluis,

gedaagde in conventie,

eiseres in reconventie,

advocaat: mr. S.S. van Dam te Den Haag.

Partijen worden hierna [holding A] , [bedrijf B] en [bedrijf C] genoemd.

1 De procedure

1.1.

Het dossier bestaat uit de volgende stukken:

-

de dagvaarding van 12 oktober 2023, met producties 1 tot en met 34,

-

de akte overlegging producties van [holding A] en [bedrijf B] , met producties 35 tot en met 39,

-

de conclusie van antwoord in conventie tevens houdende eis in reconventie, met producties 1 tot en met 23,

-

de pleitnota van mr. Tillemans,

-

de spreekaantekeningen van mr. Van Dam.

1.2.

De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 24 oktober 2023. Partijen hebben nadien geprobeerd om een regeling te treffen, maar geen overeenstemming bereikt. Bij brief van 31 oktober 2023 heeft mr. Tillemans verzocht om vonnis te wijzen.

2 De feiten

2.1.

[persoon A] (hierna: [persoon A] ) en [persoon B] (hierna: [persoon B] ) hebben [bedrijf B] op 14 augustus 2017 opgericht. [bedrijf B] houdt zich bezig met de ontwikkeling, productie en, via een netwerk van aangesloten dealers, verkoop van (elektrische) fietsen.

2.2.

Sinds de oprichting van [bedrijf B] houden de holdings van [persoon A] en [persoon B] , [holding A] respectievelijk [bedrijf C] , ieder de helft van de aandelen in [bedrijf B] . Daarnaast zijn [bedrijf C] en [holding A] de bestuurders van de vennootschap. Artikel 12 lid 3 van de statuten van [bedrijf B] bepaalt dat de algemene vergadering van aandeelhouders te allen tijde bevoegd is om iedere bestuurder te schorsen of te ontslaan.

2.3.

[bedrijf C] en [holding A] hebben [persoon B] en [persoon A] ingezet als managers van [bedrijf B] . De managementovereenkomst tussen [bedrijf B] en [bedrijf C] (hierna: de managementovereenkomst) bepaalt:

Artikel 1: opdracht

(...)

5. Voor de feitelijke uitvoering van voormelde opdracht [vzr: het voeren van het management] wordt door de management B.V. [vzr: [bedrijf C] ] ingezet de heer [persoon C] [vzr: [persoon C] ]. De management B.V. is bevoegd naast of in plaats van deze persoon ook andere personen in te zetten voor de feitelijke uitvoering van de hiervoor vermelde opdracht.

6. De Management B.V. staat ervoor in dat de heer [persoon C] en de andere door de management B.V. ingezette personen voor de uitvoering van de opdracht voldoende arbeid, vlijt en kennis ten dienste van de vennootschap zullen stellen en dat zij de statuten, besluiten, reglementen en richtlijnen van de bevoegde organen van de vennootschap zullen naleven.

Artikel 2: duur en beëindiging

1. Onderhavige managementovereenkomst is aangegaan voor onbepaalde tijd en zal door ieder der partijen kunnen worden opgezegd met inachtneming van een opzegtermijn van tenminste zes maanden en niet anders dan tegen het einde van een boekjaar, tenzij gezien overwegende belangen van de vennootschap respectievelijk de management B.V. de tijdsduur tussen opzegging en beëindiging kennelijk onredelijk kort of lang is, in welk geval wordt opgezegd met inachtneming van een termijn en tegen een dag die gezien de belangen redelijk is. Alles onverminderd het bepaalde in de statuten van de vennootschap omtrent schorsing en ontslag van de bestuurder.

2. Opzegging dient plaats te vinden door middel van een behoorlijke kennisgeving. Behoorlijke kennisgeving kan plaatsvinden door middel van een aangetekend schrijven met bewijs van ontvangst, door middels van een deurwaardersexploot of door een door beide partijen ondertekende verklaring.

(...)

Artikel 3: managementvergoeding

1. Als vergoeding voor de verrichte werkzaamheden heeft de management B.V. recht op een managementvergoeding van € 200.000,-- (zegge: tweehonderdduizend euro) per jaar, te voldoen in 12 maandelijkse termijnen van € 16.666,-- (zegge: zestienduizend zeshonderdzesenzestig euro). De vergoeding kan in onderling overleg tussen partijen jaarlijks op 1 januari van enig jaar worden aangepast. Slechts zeer bijzondere omstandigheden kunnen aanleiding geven de managementvergoeding tussentijds in onderling overleg te wijzigen.

(...)”

2.4.

Sinds februari 2022 zijn [persoon A] en [persoon B] met elkaar in gesprek over een ontvlechting van hun samenwerking.

2.5.

Op 11 april 2022 hebben de grootvader van [persoon B] en [bedrijf B] een overeenkomst van achtergestelde geldlening (hierna: de geldleningsovereenkomst) gesloten. Namens [bedrijf B] is de geldleningsovereenkomst ondertekend door [persoon A] en [persoon B] . In artikel 1 staat dat de grootvader van [persoon B] een achtergestelde lening van € 1.575.000,00 aan [bedrijf B] heeft verstrekt. Artikel 8 bepaalt dat [bedrijf B] op eerste verzoek van de grootvader van [persoon B] een stil pandrecht op haar activa zal vestigen. Voornoemd pandrecht is op 11 april 2022 gevestigd. De pandakte is namens [bedrijf B] door [persoon B] ondertekend.

2.6.

Op 26 april 2022 heeft [persoon B] het personeel van [bedrijf B] bij elkaar geroepen om hen te informeren over de samenwerking tussen [persoon A] en [persoon B] . [persoon A] is hierbij niet aanwezig geweest. [persoon B] heeft de volgende mededelingen aan het personeel gedaan:

Per 1 januari ga ik stoppen hier. (...) Dan stop ik gewoon met mijn werkzaamheden gewoon hier.

“Ik zal (...) een deel misschien afstoten van mijn aandelen dus wegdoen. Hoeveel dat is dat weet ik nog niet, want het gaat er gewoon bij mij echt om mits alles correct daarin is.”

2.7.

Op 10 november 2022 heeft een bespreking plaatsgevonden tussen [persoon A] en [persoon B] . Daarbij zijn ook de grootvader en vader van [persoon B] en de financieel adviseurs van [holding A] en [bedrijf C] aanwezig geweest. [persoon A] en [persoon B] hebben afgesproken dat [holding A] zal toewerken naar een aanbod om de aandelen van [bedrijf C] omstreeks 1 januari 2023 over te nemen. Nadien zijn zowel door [bedrijf C] als [holding A] verschillende voorstellen gedaan.

2.8.

Bij e-mail van 24 februari 2023 heeft [persoon A] aan [persoon B] medegedeeld dat hij de aan [bedrijf C] te betalen managementvergoeding per 1 maart 2023 stopzet. Volgens [persoon A] heeft hij [persoon B] al sinds het voorjaar van 2022 niet meer bij [bedrijf B] gezien en is het zeer frustrerend dat op zijn laatste bod van 1 februari 2023 geen reactie is gekomen. Bij e-mail van 28 februari 2023 heeft [persoon B] aan [persoon A] laten weten dat het niet aan [persoon A] is om de betaling van de managementvergoeding stop te zetten. Daarbij heeft [persoon B] opgemerkt dat hij met [persoon A] heeft afgesproken dat hij niet meer bij [bedrijf B] aanwezig zou zijn en dat hij nog steeds bereid is om tot een reële en werkbare oplossing voor alle partijen te komen.

2.9.

Bij e-mail van 19 april 2023 heeft de financieel adviseur van [holding A] voorgesteld om de betaling van de managementvergoeding aan [bedrijf C] per 1 april 2023 stop te zetten. De vergoeding is tot en met maart 2023 betaald.

2.10.

Mr. Tillemans heeft bij brief van 12 mei 2023 aan mr. Van Dam geschreven dat de managementovereenkomst op 1 januari 2023 is geëindigd, omdat [persoon B] deze tijdens de bijeenkomst op 26 april 2022 namens [bedrijf C] heeft opgezegd. Bij de brief is een geluidsopname van de bijeenkomst gevoegd alsook een opname van een gesprek tussen [persoon B] en een collega op 2 februari 2022. Mr. Tillemans heeft verder laten weten dat de managementovereenkomst feitelijk op 11 november 2022 is geëindigd en dat de nadien uitgekeerde managementvergoeding aan [bedrijf B] moet worden terugbetaald. Ook heeft zij geschreven dat voor zover de managementovereenkomst niet door [bedrijf C] zou zijn beëindigd, deze door [bedrijf B] wordt ontbonden per 11 november 2022.

2.11.

Op 30 mei 2023 heeft op het kantoor van [bedrijf B] een algemene vergadering van aandeelhouders plaatsgevonden. Daarbij zijn [persoon B] en [persoon A] aanwezig geweest. In de notulen van de vergadering staat dat de aandeelhouders hebben besloten om de voor [bedrijf C] over 2022 vastgestelde managementvergoeding te bekrachtigen.

2.12.

Bij brief van 8 juni 2023 heeft mr. Van Dam gereageerd op de brief van mr. Tillemans van 12 mei 2023. Hij heeft geschreven dat [bedrijf C] de managementovereenkomst niet heeft opgezegd, [persoon B] graag weer aan het werk wil maar daarin wordt tegengehouden door [persoon A] en [bedrijf B] de managementovereenkomst niet rechtsgeldig heeft ontbonden.

2.13.

Bij brief van 15 september 2023 heeft mr. Van Dam aan mr. Tillemans laten weten dat, omdat met name de relatie tussen [persoon B] en [persoon A] wrijving veroorzaakt, [bedrijf C] heeft besloten om het management per 18 september 2023 feitelijk te laten uitvoeren door de vader van [persoon B] , [persoon D] . Mr. Tillemans heeft bij brief van 18 september 2023 aan mr. Van Dam geschreven dat vervanging alleen plaats kan vinden na voorafgaande schriftelijke goedkeuring door [bedrijf B] en dat daarvan geen sprake is. Er bestaat volgens haar ook geen behoefte aan een vervanger, omdat [persoon B] de aan hem toebedeelde taken op 11 november 2022 aan een collega heeft overgedragen.

2.14.

Sinds 18 september 2023 is [persoon D] dagelijks op het kantoor van [bedrijf B] verschenen. Hij heeft onder meer verzocht om een e-mailadres op zijn naam en toegang tot de bedrijfssystemen van [bedrijf B] . [persoon A] heeft [persoon D] te kennen gegeven dat hij niet welkom is, omdat [bedrijf B] niet heeft ingestemd met een vervanger voor [persoon B] .

3 Het geschil

4 De beoordeling

5 De beslissing