Home

Rechtbank Rotterdam, 07-12-2023, ECLI:NL:RBROT:2023:11495, ROT 23/6582

Rechtbank Rotterdam, 07-12-2023, ECLI:NL:RBROT:2023:11495, ROT 23/6582

Gegevens

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
7 december 2023
Datum publicatie
11 december 2023
ECLI
ECLI:NL:RBROT:2023:11495
Zaaknummer
ROT 23/6582

Inhoudsindicatie

Financieel toezicht, afwijzing verzoek schorsing openbaarmaking bestuurlijke boete opgelegd vanwege het niet publiceren van voorwetenschap en vanwege marktmanipulatie, eventuele onzekerheid over de levering betekent niet dat de onvoorwaardelijke verkoop van de percelen onvoldoende concreet was, geen reden om van boeteoplegging af te zien, geen wanverhouding rond boetehoogte.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Bestuursrecht

zaaknummer: ROT 23/6582

[verzoekster] , uit [plaats] , verzoekster

(gemachtigde: mr. C.A. Doets en mr. M. Nelemans),

en

Stichting Autoriteit Financiële Markten, de AFM

(gemachtigde: mr. L.P.W. Mensink en mr. dr. J.P. Broekhuizen).

Inleiding

1.1.

In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om de openbaarmaking van het boetebesluit van 22 september 2023 te schorsen totdat in de bodemprocedure in hoogste instantie, of door de rechtbank Rotterdam, zal zijn beslist.

1.2.

Met het bestreden besluit van 22 september 2023 heeft de AFM verzoekster een bestuurlijke boete van € 5.000.000,- opgelegd en heeft zij besloten om dat besluit openbaar te maken. Verzoekster heeft hiertegen bezwaar gemaakt.

1.3.

Verzoekster heeft na indiening van het verzoek nog nadere stukken ingediend.

1.4.

De AFM heeft met een verweerschrift op het verzoek en de nadere stukken gereageerd.

1.5.

De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 27 november 2023 met gesloten deuren op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen:

-

namens verzoekster: haar gemachtigden, haar bestuurder [bestuurder] en verder [persoon 1] , [persoon 2] en [persoon 3] ;

-

namens de AFM: haar gemachtigden en haar toezichthouders/juristen mr. A.J. van Es, mr. C.M.I. van Asperen de Boer, M. Hubers MSc. en J. Jantzen.

Totstandkoming van het besluit

Beoordeling door de voorzieningenrechter

Conclusie en gevolgen

Beslissing

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.