Rechtbank Rotterdam, 19-12-2023, ECLI:NL:RBROT:2023:11902, ROT 23/2616
Rechtbank Rotterdam, 19-12-2023, ECLI:NL:RBROT:2023:11902, ROT 23/2616
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Rotterdam
- Datum uitspraak
- 19 december 2023
- Datum publicatie
- 20 december 2023
- ECLI
- ECLI:NL:RBROT:2023:11902
- Zaaknummer
- ROT 23/2616
Inhoudsindicatie
De heffingsambtenaar heeft de naheffingsaanslag opgelegd aan de stichting en niet aan eiseres. Het is daarom de vraag of eiseres daartegen bezwaar kan maken en beroep kan instellen en – zo niet – of de ingestelde rechtsmiddelen kunnen worden toegerekend aan de stichting. Gelet op wat hierna wordt overwogen zal de rechtbank die vraag (of vragen) onbeantwoord laten. Het is niet mogelijk om, zoals de gemachtigde heeft gedaan, nadat uitspraak op bezwaar is gedaan een nieuwe ingebrekestelling in te dienen en vervolgens beroep wegens niet tijdig beslissen in te stellen (vgl. ECLI:NL:CRVB:2019:924). Gelet hierop is het ingestelde beroep wegens niet tijdig beslissen niet-ontvankelijk. Omdat uitspraak op bezwaar was gedaan voordat beroep is ingesteld, is artikel 6:20 Awb niet van toepassing, zodat het beroep wegens niet tijdig beslissen niet van rechtswege mede is gericht tegen de uitspraak op bezwaar (vgl. ECLI:NL:CRVB:2022:877). Voor conversie van het ingestelde beroep wegens niet tijdig beslissen naar een reëel beroep is geen aanleiding, onder meer niet omdat de gemachtigde na afloop van de beroepstermijn, het onderhavige beroep heeft ingesteld.
Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
Bestuursrecht
zaaknummer: ROT 23/2616
[Naam], uit [Plaats], eiseres
(gemachtigde: mr. N.G.A. Voorbach),
en
de heffingsambtenaar van de gemeente Rotterdam (de heffingsambtenaar).
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep dat eiseres heeft ingesteld omdat de heffingsambtenaar volgens haar niet op tijd heeft beslist op het bezwaar van 27 juli 2022 tegen de naheffingsaanslag van 29 juni 2022 met vorderingsnummer 5510705916 die is opgelegd aan Stichting Simpele Zorg (de stichting).
2. De rechtbank doet met toepassing van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.