Home

Rechtbank Rotterdam, 15-11-2023, ECLI:NL:RBROT:2023:12396, ROT 22/903

Rechtbank Rotterdam, 15-11-2023, ECLI:NL:RBROT:2023:12396, ROT 22/903

Gegevens

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
15 november 2023
Datum publicatie
4 januari 2024
ECLI
ECLI:NL:RBROT:2023:12396
Zaaknummer
ROT 22/903

Inhoudsindicatie

Koptekst: Wet WOZ; ongegrond; verweerder heeft zich op het standpunt mogen stellen dat de ligging van de onroerende zaak beter is dan die van de vergelijkingsobjecten; verweerder maakt aannemelijk dat de WOZ-waarde niet te hoog is vastgesteld; afwijzing immateriële schadevergoeding vanwege overschrijding redelijke termijn omdat eiser deze vordering bij voorbaat heeft overgedragen.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Bestuursrecht

zaaknummer: ROT 22/903

[naam eiser] , uit [plaats] , eiser,

(gemachtigde: [naam gemachtigde 1] ),

en

De heffingsambtenaar van de gemeente Ridderkerk, verweerder,

(gemachtigde: [naam gemachtigde 2] ).

Inleiding

Met het besluit van 25 februari 2021 (de WOZ-beschikking) heeft verweerder de waarde van de onroerende zaak [adres 1] in Ridderkerk (de onroerende zaak) voor het belastingjaar 2021 vastgesteld op € 1.019.000,-.

Met de uitspraak op bezwaar van 14 januari 2022 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiser ongegrond verklaard.

Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Verweerder heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.

De rechtbank heeft het beroep op 19 september 2023 op zitting behandeld. Eiser heeft zich laten vertegenwoordigen door een kantoorgenoot van zijn gemachtigde, [persoon A] . Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Beoordeling door de rechtbank

Conclusie en gevolgen

Beslissing

Informatie over hoger beroep