Home

Rechtbank Rotterdam, 09-03-2023, ECLI:NL:RBROT:2023:2800, C/10/652698 HO RK 23/83

Rechtbank Rotterdam, 09-03-2023, ECLI:NL:RBROT:2023:2800, C/10/652698 HO RK 23/83

Gegevens

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
9 maart 2023
Datum publicatie
4 april 2023
ECLI
ECLI:NL:RBROT:2023:2800
Zaaknummer
C/10/652698 HO RK 23/83
Relevante informatie
Faillissementswet [Tekst geldig vanaf 01-01-2025 tot 15-11-2025]

Inhoudsindicatie

WHOA. Homologatie (groeps)akkoord.

Uitspraak

vonnis

Team Insolventies – meervoudige kamer

Vonnis op het verzoek tot homologatie van een (groeps)akkoord ex artikel 383 lid 1 Faillissementswet (Fw) en op het verzoek tot afwijzing van het homologatieverzoek ex artikel 383 lid 8 Fw

zaak-/rekestnummers: C/10/652698 HO RK 23/83 en C/10/653286 HO RK 23/123

uitspraakdatum: 9 maart 2023

in de besloten akkoordprocedure betreffende:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[verzoekster] ,

statutair gevestigd te [vestigingsplaats] ,

advocaten: mrs. B.W.G. van der Velden en S.R.F. Aarts, kantoorhoudende te Amsterdam.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit de volgende processtukken:

-

de startverklaring ex artikel 370 lid 3 Fw, gedeponeerd op 2 januari 2023;

-

de beschikking van de rechtbank van 3 januari 2023, tijdelijke voorziening afkoelingsperiode;

-

de beschikking van de rechtbank van 18 januari 2023, aanstellen observator;

-

de beschikking van de rechtbank van 31 januari 2023, afkondiging afkoelingsperiode en gedeeltelijke opheffing afkoelingsperiode;

-

de beschikking van de rechtbank van 2 februari 2023, vaststellen budget observator;

-

het verzoekschrift van 13 februari 2023 van [verzoekster] ex artikel 383 lid 1 Fw tot homologatie van het akkoord, met daarbij onder andere het stemverslag;

-

de beschikking van de rechtbank van 15 februari 2023, dagbepaling zitting homologatie;

-

de zienswijze van 20 februari 2023 van de consenting lenders;

-

de akte aanvullende productie van 21 februari 2023 van [verzoekster] ;

-

de zienswijze van 21 februari 2023 van de observator;

-

het verzoekschrift van Rabobank van 22 februari 2023 ex artikel 383 lid 8 Fw tot afwijzing van het homologatieverzoek;

-

de akte aanvullende producties van 22 februari 2023 van [verzoekster] ;

-

de spreekaantekeningen zijdens [verzoekster] van 23 februari 2023;

-

de spreekaantekeningen zijdens Rabobank van 23 februari 2023;

-

de spreekaantekeningen zijdens de consenting lenders van 23 februari 2023.

1.2.

Bovengenoemde verzoeken zijn op 23 februari 2023 in raadkamer behandeld en nader toegelicht. Daarbij zijn ter zitting verschenen:

namens [verzoekster] (hierna: [verzoekster]):

- [bestuurder] , [verzoekster] ;

- [bestuurder] , [verzoekster] ;

- mr. B.W.G. van der Velden, advocaat;

- mr. S.R.F. Aarts, advocaat;

- mr. M.E. Bulten, advocaat;

- mr. D. Dilan, advocaat;

- mr. B.A. Kuitenbrouwer, advocaat;

- [consultant] , adviseur Alvarez & Marsal (hierna: A&M);

- [consultant] , adviseur Kroll;

namens Coöperatieve Rabobank U.A. (hierna: Rabobank):

- [medewerker] , Rabobank;

- [medewerker] , Rabobank;

- [medewerker] , Rabobank;

- [medewerker] , Rabobank;

- [medewerker] , Rabobank;

- mr. O. Salah, advocaat;

- mr. J.N. Lozeman, advocaat;

- mr. J. de Wit, advocaat;

namens ABN AMRO Bank N.V. (hierna: ABN AMRO), Commerzbank Aktiengesellschaft, DBS Bank Limited, Deutsche Bank AG, ING Bank N.V. en Liberty Mutual Insurance Europe SE (hierna tezamen ook: de consenting lenders):

- [medewerker] , ING Bank;

- [medewerker] , ABN AMRO;

- [medewerker] , Liberty Mutual;

- mr. T.H.D. Struycken, advocaat;

- mr. L.D.N. de Baar, advocaat;

- mr. M.J.H. Orval, advocaat;

- mr. S.B.A. Heumakers, advocaat;

in zijn hoedanigheid van observator:

- mr. J.J. van Hees;

namens HAL Investments B.V. (hierna: HAL), als toehoorder:

- [medewerker] , HAL.

Voorts zijn door middel van een videoverbinding verschenen:

namens [verzoekster] :

- [medewerker] , [verzoekster] ;

- [medewerker] , [verzoekster] ;

- [lid] , RvC [verzoekster] ;

- [lid] , OR [verzoekster] ;

- [lid] , OR [verzoekster] ;

- mr. A. Thomas, advocaat;

- mr. G.A.G. Kerstjens, advocaat;

- mr. I.G.J. Rutten, advocaat;

- mr. S. Chamberlin, advocaat;

- mr. J.S. Hoeijmakers, advocaat;

- [consultant] , adviseur A&M;

- [consultant] , adviseur A&M;

- [consultant] , adviseur Kroll;

- [consultant] , adviseur Kroll;

namens de consenting lenders:

- [medewerker] , ABN AMRO;

- [medewerker] , ABN AMRO;

- [medewerker] , ABN AMRO;

- [medewerker] , ABN AMRO;

- [medewerker] , ABN AMRO;

- [medewerker] , Commerzbank;

- [medewerker] , Deutsche Bank;

- [medewerker] , Deutsche Bank;

- [medewerker] , Deutsche Bank;

- [medewerker] , ING Bank;

- [medewerker] , ING Bank;

- [medewerker] , Liberty Mutual;

- mr. J. van Belle, advocaat;

namens Rabobank:

- mr. F. Elias, advocaat;

- mr. R. Chetouani, advocaat;

namens HAL, als toehoorders:

- [medewerker] , HAL;

- [medewerker] , HAL;

- M. Broeders, advocaat;

- H. Boekhorst, advocaat;

namens Atradius, als toehoorders:

- [medewerker] ;

- [medewerker] ;

van het tolkenbureau:

- [medewerker] , tolk;

- [medewerker] , tolk;

- [medewerker] , technicus.

1.3.

Lloyds Bank plc en National Westminster Bank plc zijn, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet ter zitting verschenen.

1.4.

De advocaten hebben op genoemde raadkamerzitting de standpunten van verzoeksters en aanwezige belanghebbenden toegelicht. Partijen en hun advocaten en adviseurs hebben vragen van de rechtbank beantwoord en inlichtingen verstrekt. De observator heeft zijn zienswijze toegelicht en vragen van de rechtbank beantwoord.

1.5.

In verband met de spoedeisendheid van de beslissing heeft de rechtbank op 9 maart 2023 door middel van een verkort vonnis uitspraak gedaan. Het onderstaande vormt daarvan de uitwerking, die is vastgesteld op 30 maart 2023.

2 De feiten

2.1.

De rechtbank verwijst voor de relevante feiten naar de door haar gewezen beschikkingen, zoals vermeld onder 1.1. In aanvulling daarop geldt het volgende.

2.2.

ABN AMRO, Commerzbank Aktiengesellschaft, DBS Bank Limited, Deutsche Bank AG, ING Bank N.V., Liberty Mutual Insurance Europe SE (handelende onder de naam Nationale Borg) (hierna: Nationale Borg), Rabobank, Lloyds Bank plc en National Westminster Bank plc (hierna tezamen ook: de Secured Lenders) hebben financiering verstrekt aan [verzoekster] . Samengevat en voor zover thans van belang komt het erop neer dat uit hoofde van een Senior Facilities Agreement (hierna: SFA) een Revolving Facility beschikbaar is gesteld alsmede Bank guarantee facilities. De Bank guarantee facilities vallen uiteen in een Covered Bank guarantee facility en een Uncovered Bank guarantee facility. De totale committed facility is € 950 miljoen. Een deel daarvan is thans getrokken uit hoofde van de Revolving Facility. Onderdeel hiervan is de zogenaamde Amazon First Incremental Covered Project Facility van € 28 miljoen (hierna: de Amazon lening), een Export Credit Agency (hierna: ECA) covered term loan. Voorts is uit hoofde van de Bank guarantee facilities een bedrag aan garanties gesteld.

Een en ander valt uiteen in de volgende faciliteiten:

-

een Revolving Standby Facility;

-

een General Incremental Covered Project Facility;

-

een Revolving General Facility;

-

een Uncovered Bank Guarantee Facility;

-

een Covered Bank Guarantee Facility;

-

de Amazon lening.

2.3.

Daarnaast is sprake van derivatenovereenkomsten met ABN AMRO, Commerzbank Aktiengesellschaft, DBS Bank Limited, Deutsche Bank AG, ING Bank N.V., Rabobank, Lloyds Bank plc en National Westminster Bank plc (hierna tezamen: de Counterparties; de Hedge Counterparties en Secured Lenders worden hierna gezamenlijk ook wel aangeduid als Secured Creditors).

2.4.

De looptijd van de financiering uit hoofde van de SFA is tot 3 juni 2025. De Amazon lening moest (na eerdere verlengingen van de looptijd) uiterlijk 4 januari 2023 zijn terugbetaald.

3 Het akkoord en de stemming

3.1.

[verzoekster] heeft op 2 februari 2023 namens zichzelf en de rechtspersonen die met haar een groep vormen als bedoeld in artikel 2:24b BW een (groeps)akkoord voorgelegd aan de stemgerechtigde schuldeisers, zijnde de Secured Creditors. [verzoekster] heeft het akkoord met bijlagen ook in een voor de Secured Creditors toegankelijke virtuele dataroom geplaatst.

3.2.

Het akkoord komt op het volgende neer. De Cut-Off Date is 31 januari 2023. [dochtervennootschap] (hierna: [dochtervennootschap]), een dochtervennootschap van [verzoekster] , wordt verkocht aan HAL. Met de verkoopopbrengst wordt een deel van de uitstaande bedragen onder de Revolving Facility vervroegd afgelost, een deel (€ 15 miljoen) wordt gebruikt als cash collateral en het restant wordt gebruikt ter versterking van de liquiditeitspositie van [verzoekster] . De committed facility wordt teruggebracht van € 950 miljoen naar € 503 miljoen, waarbij de volgende faciliteiten beschikbaar worden gesteld:

-

een Revolving cash facility (hierna: I)

-

een ECA covered Bank guarantee facility (hierna: II)

-

een ECA Boskalis covered Bank guarantee facility (hierna: III)

-

een GO covered Bank guarantee facility (Garantie Ondernemingsfinanciering) (hierna: IV);

-

een Uncovered Bank guarantee facility – Existing Tranche (hierna: V), en een

-

ECA covered Term Facility; dit is de verlenging van de Amazon lening (hierna: VI).

Ten aanzien van de Bank guarantee facilities komt het erop neer dat waar voorheen sprake was van een Covered Bank Guarantee Facility en een Uncovered Bank Guarantee Facility, deze worden gesplitst als volgt:

-

De huidige Covered Bank Guarantee Facility wordt gesplitst in de ECA covered Bank guarantee facility (II) en de ECA Boskalis covered Bank guarantee facility (III), waarbij een bedrag van € 13,4 miljoen uit de huidige Uncovered Bank Guarantee Facility wordt overgeheveld naar de ECA covered Bank guarantee facility.

-

De huidige Uncovered Bank Guarantee Facility wordt gesplitst in een GO covered Bank guarantee facility (IV) en een Uncovered Bank guarantee facility – Existing Tranche (V). De eerste heeft betrekking op nog te trekken bankgaranties en de tweede op wat reeds is getrokken.

De looptijd van de financiering wordt niet aangepast, behalve ten aanzien van de Amazon lening.

Daarnaast zijn er nog de bestaande hedging liabilities (in verband met de onder 2.3. genoemde derivatenovereenkomsten), die [verzoekster] heeft berekend op € 72.500 (net mark-to-market value op de Cut-Off Date) (hierna: VII). Betrokken Hedge Counterparties zijn ABN AMRO, Deutsche Bank AG en Rabobank.

Aan de Secured Creditors worden (aanvullend) de volgende zekerheden verschaft:

-

De Staat der Nederlanden, handelend via Atradius, verstrekt voor 80% zekerheid op I, voor 90-95% op II, voor 37,5% op III en voor 80% op VI;

-

Een 100% top garantie op voornoemde zekerheid van HAL, voor het deel dat niet door de Staat wordt gedekt en met een maximum van € 150 miljoen;

-

Een GO voor IV, tot 50%.

3.3.

Voor bovenstaande aanpassingen is een wijziging van de SFA noodzakelijk, alsmede van de Intercreditor Agreement (hierna: IA) en de diverse (met individuele Secured Creditors) gesloten Ancilliary Facility Agreements. Wijziging van een groot deel van de SFA en de IA is mogelijk met instemming van een twee derde meerderheid van de Secured Creditors. Voor een aantal wijzigingen is echter instemming van alle Secured Creditors noodzakelijk. Het betreft de volgende wijzigingen:

-

Verkoop [dochtervennootschap]

-

Wijziging contractuele rangorde bij gedeeltelijke voldoening en bij uitwinning van zekerheden (waterval). Het gaat hierbij om:

o Voorrang geven aan V en VII (dus aan de bestaande posities uit hoofde van de Uncovered Bank Guarantee Facility en de hedging liabilities);

o Invoegen van HAL als Top-Up Guarantee Provider;

o Verhogen rang huidige Covered Bank Guarantee Facility liabilities, in die zin dat deze gelijk worden gesteld aan de Amazon lening en de General Incremental Covered Project Facility;

Voorts wordt de risicoverdeling aangepast in verband met het feit dat de huidige Covered Bank Guarantee Facility en Uncovered Bank Guarantee Facility worden gesplitst (zie hiervoor) en GO-cover kan worden aangevraagd;

 Verlenging looptijd Amazon lening.

3.4.

[verzoekster] heeft de Secured Creditors ingedeeld in de volgende zeven klassen, die primair de indeling in de bestaande kredietfaciliteiten volgen (zie onder 2.2.):

a. Standby RCF class: Secured Lenders onder de Revolving Standby Facility;

b. Uncovered BG & Hedging class: Secured Lenders (anders dan Nationale Borg) onder de Uncovered Bank Guarantee Facility en Hedge Counterparties onder de Hedging Agreements;

c. Nationale Borg class: Nationale Borg als Secured Lender onder de Uncovered Bank Guarantee Facility;

d. RCF class: Secured Lenders onder de Revolving General Facility;

e. Amazon class: Secured Lenders onder de Amazon lening;

f. Beaver class: Secured Lenders onder de General Incremental Covered Project Facility;

g. Covered BG class: Secured Lenders onder de Covered Bank Guarantee Facility.

3.5.

De Secured Creditors konden tot en met 10 februari 2023 stemmen. [verzoekster] heeft het stemverslag op 13 februari 2023 op de griffie van de rechtbank gedeponeerd. Zes van de Secured Creditors hebben met het akkoord ingestemd (consenting lenders). Lloyds Bank plc en Rabobank hebben tegen het akkoord gestemd. National Westminster Bank plc heeft zich van stemming onthouden. De percentages voor- en tegenstemmen per klasse zijn als volgt:

Klasse

Percentage voor

Percentage tegen

Uitslag

Standby RCF

66,67%

33,33%

voor

Uncovered BG &

Hedging

73,06%

26,94%

voor

Nationale Borg

100%

0%

voor

RCF

73,28%

26,72%

voor

Amazon

76,67%

23,33%

voor

Beaver

73,28%

26,72%

voor

Covered BG

73,09%

26,91%

voor

3.6.

[verzoekster] verzoekt de rechtbank het akkoord bij vonnis te homologeren en (in dat kader) de verkoop van [dochtervennootschap] te toetsen en goed te keuren.

3.7.

Rabobank verzoekt de rechtbank [verzoekster] niet-ontvankelijk te verklaren in haar homologatieverzoek dan wel het homologatieverzoek af te wijzen.

3.8.

De observator heeft in zijn zienswijze van 21 februari 2023 en ter zitting onder meer aangegeven dat hij de gehanteerde klassenindeling niet in strijd acht met artikel 374 Fw, dat hij de door de Rabobank geplaatste kanttekeningen ten aanzien van de levensvatbaarheid van de onderneming van [verzoekster] niet toereikend acht om te kunnen aannemen dat de nakoming van het akkoord onvoldoende is gewaarborgd, en dat de wijze waarop het verkoopproces van [dochtervennootschap] is verlopen hem geen aanleiding geeft te veronderstellen dat er een (significant) lagere opbrengst is gerealiseerd dan in de gegeven omstandigheden mogelijk en nodig zou zijn geweest. Samenvattend doet zich naar mening van de observator geen van de afwijzingsgronden als bedoeld in artikel 384 Fw voor.

4 De beoordeling

5 De beslissing