Rechtbank Rotterdam, 06-06-2023, ECLI:NL:RBROT:2023:4606, ROT 22/2136
Rechtbank Rotterdam, 06-06-2023, ECLI:NL:RBROT:2023:4606, ROT 22/2136
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Rotterdam
- Datum uitspraak
- 6 juni 2023
- Datum publicatie
- 9 juni 2023
- ECLI
- ECLI:NL:RBROT:2023:4606
- Zaaknummer
- ROT 22/2136
Inhoudsindicatie
Verweerder mocht de justitiële gegevens gebruiken bij de beoordeling van de aanvraag van de VOG. Hiermee wordt geen oordeel gegeven over de schuldvraag van eiser. Dat is aan de strafrechter. Verweerder heeft in redelijkheid meer gewicht kunnen toekennen aan het belang van bescherming van de maatschappij dan aan eisers belang van het verkrijgen van de VOG.
Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
Bestuursrecht
zaaknummer: ROT 22/2136
[naam eiser], uit [plaatsnaam], eiser
(gemachtigde: mr. G.C.L. van de Corput),
en
De Minister voor Rechtsbescherming, verweerder
(gemachtigde: [naam]).
Inleiding
Met het primaire besluit van 25 april 2022 heeft verweerder de aanvraag van eiser voor een verklaring omtrent gedrag (VOG) afgewezen.
Met het bestreden besluit van 23 maart 2022, op het bezwaar van eiser, is verweerder bij de afwijzing van de aanvraag gebleven. Hiertegen heeft eiser beroep ingesteld.
Op 7 juli 2022 heeft verweerder een concept tenlastelegging ingediend met de mededeling dat uitsluitend de rechtbank hiervan kennis mag nemen (een verzoek om beperkte kennisneming1). Op 27 juli 2022 heeft eiser gereageerd op dat verzoek. Verweerder heeft op 20 oktober 2022 aangegeven het verzoek om beperkte kennisgeving niet langer te handhaven.
Op 31 januari 2023 heeft eiser verzocht de minister voor Rechtsbescherming in persoon op te roepen als getuige.2 Dit verzoek heeft de rechtbank afgewezen.
Verweerder heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
De rechtbank heeft het beroep op 15 februari 2023 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, zijn gemachtigde en namens verweerder mr. V.N. Chaudron en mr. C.M.A.V. van Kleef.