Home

Rechtbank Rotterdam, 12-07-2023, ECLI:NL:RBROT:2023:6161, ROT 22/429

Rechtbank Rotterdam, 12-07-2023, ECLI:NL:RBROT:2023:6161, ROT 22/429

Gegevens

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
12 juli 2023
Datum publicatie
13 juli 2023
ECLI
ECLI:NL:RBROT:2023:6161
Zaaknummer
ROT 22/429

Inhoudsindicatie

Wet WOZ. Beroep ongegrond, verweerder maakt aannemelijk dat de waarde niet te hoog is vastgesteld. Overschrijding redelijke termijn. De rechtbank wijst het verzoek om vergoeding van immateriële schade af omdat sprake is van een zeer gering financieel belang. De rechtbank acht een correctie op het bedrag van € 15,- dat de Hoge Raad in 2017 aanhield als zeer gering financieel belang op zijn plaats. De rechtbank zal hiervoor voortaan een bedrag van € 25,- aanhouden. Het financiële belang van eiser wordt ingeschat tussen de € 20,- en € 25,-. De rechtbank acht dit een zeer gering financieel belang, waardoor spanning en frustratie bij eiser niet wordt verondersteld. Ook anderszins is niet gebleken van spanning en frustratie bij eiser.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Bestuursrecht

zaaknummer: ROT 22/429

[naam eiser] , uit [plaats] , eiser,

(gemachtigde: mr. B. de Jong),

en

de heffingsambtenaar van de gemeente Rotterdam, verweerder,

(gemachtigde: mr. J.K. Lanser).

Inleiding

Met het besluit van 18 januari 2021 (de WOZ-beschikking) heeft verweerder de waarde van de onroerende zaak [adres 1] in Rotterdam (de onroerende zaak) voor het belastingjaar 2021 vastgesteld op € 155.000,-.

Met het besluit op bezwaar van 29 december 2021 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiser ongegrond verklaard.

Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Verweerder heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.

De rechtbank heeft het beroep verwezen naar de meervoudige kamer en op 12 juni 2023 op zitting behandeld. Hieraan heeft de gemachtigde van verweerder deelgenomen. Namens verweerder zijn ook [naam taxateur 1] en [naam taxateur 2] (taxateurs) verschenen.

Eiser is door de griffier bij aangetekende brief, verzonden op 8 mei 2023, uitgenodigd om op de zitting te verschijnen. Nu genoemde brief niet ter griffie is terugontvangen en uit informatie van PostNL is gebleken dat de brief op 9 mei 2023 is afgehaald bij een PostNL-punt, is de rechtbank van oordeel dat de uitnodiging om op de zitting te verschijnen op juiste wijze, tijdig is aangeboden.

Eiser en de gemachtigde van eiser hebben zich telefonisch afgemeld voor de zitting.

Beoordeling door de rechtbank

Conclusie en gevolgen

Informatie over hoger beroep