Rechtbank Rotterdam, 14-08-2023, ECLI:NL:RBROT:2023:7380, ROT 21/4294
Rechtbank Rotterdam, 14-08-2023, ECLI:NL:RBROT:2023:7380, ROT 21/4294
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Rotterdam
- Datum uitspraak
- 14 augustus 2023
- Datum publicatie
- 22 augustus 2023
- ECLI
- ECLI:NL:RBROT:2023:7380
- Zaaknummer
- ROT 21/4294
Inhoudsindicatie
DNB heeft aan eiseres (een bank) twee bestuurlijke boetes opgelegd wegens overtreding van artikel 3 lid 2 en artikel 8 lid 5, van de Wwft. Het beroep is gegrond. De rechtbank heeft de boetes gematigd, omdat DNB twee dossiers niet aan de overtreding van artikel 3 lid 2 d Wwft ten grondslag kon leggen, onvoldoende is gemotiveerd dat de aard en de ernst van de overgebleven overtredingen in redelijke verhouding staan tot de hoogte van de uiteindelijk opgelegde PEP-boete, daarnaast vanwege kosten van externe validatie en overschrijding van de redelijke termijn.
Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
Zittingsplaats Rotterdam
Bestuursrecht
zaaknummer: ROT 21/4294
[Eiseres], uit [plaats], eiseres (eiseres)
(gemachtigden: mr. G.P. Roth en mr. L.B.G. Hillen),
en
De Nederlandsche Bank N.V., verweerster (DNB)
(gemachtigden: mr. A.J. Boorsma, mr. C. de Rond en mr. W.J. Poot).
Inleiding
Bij besluit van 28 augustus 2020 (het primaire besluit) heeft DNB aan eiseres twee bestuurlijke boetes opgelegd wegens overtreding van artikel 3, tweede lid, en artikel 8, vijfde lid, van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft).
Bij besluit van 30 juni 2021 (bestreden besluit 1) heeft DNB het daartegen door eiseres gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.
Tegen dit besluit heeft eiseres beroep ingesteld bij de rechtbank.
DNB heeft een verweerschrift ingediend.
Bij besluit van 14 december 2022 (bestreden besluit 2) heeft DNB bestreden besluit 1 gewijzigd en het bezwaar deels gegrond verklaard.
Eiseres heeft op 31 januari 2023 een aanvullend beroepschrift ingediend.
DNB heeft een aanvullend verweerschrift ingediend.
Bij besluit van 26 april 2023 heeft DNB bestreden besluit 2 gewijzigd voor zover het de proceskostenvergoeding in bezwaar betreft.
De rechtbank heeft het beroep op 11 mei 2023, met gesloten deuren, op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigden van eiseres, vergezeld door [naam 1], [naam 2] en [naam 3], allen werkzaam bij eiseres, en de gemachtigden van DNB, vergezeld door [naam 4], [naam 5], [naam 6], [naam 7] en [naam 8], allen werkzaam bij DNB.