Rechtbank Rotterdam, 23-08-2023, ECLI:NL:RBROT:2023:7534, ROT 22/5757
Rechtbank Rotterdam, 23-08-2023, ECLI:NL:RBROT:2023:7534, ROT 22/5757
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Rotterdam
- Datum uitspraak
- 23 augustus 2023
- Datum publicatie
- 24 augustus 2023
- ECLI
- ECLI:NL:RBROT:2023:7534
- Zaaknummer
- ROT 22/5757
Inhoudsindicatie
In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van een energieleverancier tegen de door de ACM aan haar opgelegde bestuurlijke boete van € 400.000 wegens overtreding van de Wet handhaving consumentenbescherming (Whc). Volgens de ACM heeft eiseres zich bij haar klantenwerving in de periode van 1 augustus 2019 tot en met 9 juli 2020 schuldig gemaakt aan oneerlijke handelspraktijken. Na een opmerking over de omvang van de processtukken van eiseres volgt een inhoudelijke beoordeling van de gronden. De rechtbank is van oordeel dat eiseres terecht als overtreder is aangemerkt. De door de ACM uitgewerkte belgesprekken leveren misleidende omissies op. Besproken wordt het onderscheid dat eiseres maakt tussen een uitnodiging tot aankoop en reclame-uitingen, wat essentiële informatie is en wie de gemiddelde consument is. Ook komt de zorgvuldigheid van het onderzoek, bewijslastverdeling en de uitsluiting van enige gesprekken aan de orde. Vervolgens komt toerekening via de Drijfmestcriteria aan de orde. Dat eiseres gebruik maakt van callcenters, brengt niet met zich dat niet wordt voldaan aan het gros van de alternatieve Drijfmestcriteria, terwijl ook sprake is van het niet betrachten van de zorg die in redelijkheid van de rechtspersoon kon worden gevergd met het oog op de voorkoming van de gedraging door onvoldoende toezicht te houden op de callcenters (vgl. ECLI:NL:RVS:2023:2067 en ECLI:NL:CBB:2020:419). Het gelijkheidsbeginsel is niet geschonden. Eiseres heeft niet aan haar zorgplicht als handelaar voldaan. De boete is terecht.
Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
Bestuursrecht
zaaknummer: ROT 22/5757
[naam vennootschap] ([eiseres]), uit [plaats], eiseres,
(gemachtigden: mr. L.J. Wildeboer, mr. M.J.J. van Beuge en mr. S.J.A van Kerkhof),
en
Autoriteit Consument & Markt (ACM), verweerster,
(gemachtigden: mr. L. Haakman en mr. P.S. Kösters).
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van [eiseres] tegen de door de ACM aan haar opgelegde bestuurlijke boete van € 400.000 wegens overtreding van de Wet handhaving consumentenbescherming (Whc). Volgens de ACM heeft [eiseres] zich bij haar klantenwerving in de periode van 1 augustus 2019 tot en met 9 juli 2020 schuldig gemaakt aan oneerlijke handelspraktijken.
2. Met het primaire besluit van 28 april 2022 heeft de ACM aan [eiseres] de hiervoor genoemde boete opgelegd.
3. Met het bestreden besluit van 20 oktober 2022 op het bezwaar van [eiseres] is de ACM bij dat besluit gebleven.
4. De ACM heeft de op de zaak betrekking hebbende stukken ingediend en heeft ten aanzien van bepaalde passages in een drietal stukken de rechtbank meegedeeld dat uitsluitend zij kennis daarvan zal mogen nemen. De rechter-commissaris heeft op 19 juni 2023 met toepassing van artikel 8:29 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) beslist dat het verzoek om beperkte kennisneming wordt gehonoreerd. [eiseres] heeft de rechtbank toestemming verleend om de vertrouwelijke stukken mee te nemen in haar oordeel (artikel 8:29, vijfde lid, van de Awb).
5. De ACM heeft een verweerschrift ingediend. [eiseres] heeft daar een schriftelijke reactie op gegeven.
6. De rechtbank heeft het beroep op 7 juli 2023 op zitting behandeld. Hieraan hebben de gemachtigden van partijen deelgenomen. Voorts zijn namens [eiseres] verschenen [naam], [naam] en [naam].