Home

Rechtbank Rotterdam, 12-09-2023, ECLI:NL:RBROT:2023:8322, 23/3840

Rechtbank Rotterdam, 12-09-2023, ECLI:NL:RBROT:2023:8322, 23/3840

Gegevens

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
12 september 2023
Datum publicatie
14 september 2023
ECLI
ECLI:NL:RBROT:2023:8322
Zaaknummer
23/3840

Inhoudsindicatie

Vovo, verzocht om schorsing publicatie bestuurlijke boete Wtt 2018.

De voorzieningenrechter ziet in de door verzoekster genoemde gronden, naar voorlopig oordeel, geen reden om aan de rechtmatigheid van het boetebesluit te twijfelen. Er is sprake van ernstige overtredingen. Geen onevenredige schade. Het past niet om publicatie van deze procedure te verbieden uitsluitend omdat dan mogelijk een civiele procedure door de bank tot beëindiging van de bankrelatie wordt opgestart. Van belang is daarbij dat aan de beëindiging van een bankrelatie een belangenafweging vooraf dient te gaan die in een aan te spannen civiele procedure ter toetsing aan de rechter kan worden voorgelegd, waarbij geldt dat het enkele feit dat een boete wordt opgelegd door een toezichthouder, blijkens vaste rechtspraak van de Hoge Raad (zie de uitspraak van de Hoge Raad van 5 november 2021, ECLI:NL:HR:2021:1652), geen reden mag zijn voor een bank om een bankrelatie te beëindigen. Verzoek is afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Zittingsplaats Rotterdam

Bestuursrecht

zaaknummer: ROT 23/3840

[verzoekster] , verzoekster ( [verzoekster] )

(gemachtigde: mr. M. van Eersel),

en

De Nederlandsche Bank N.V.

(gemachtigden: mr. A.J. de Heer en mr. M.L. Batting).

Inleiding

1. In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening van [verzoekster] tegen het besluit van 25 mei 2023. DNB heeft met de beslissing van 25 mei 2023 (bestreden besluit) [verzoekster] een bestuurlijke boete van € 156.250,- opgelegd omdat zij (1) in de periode tussen 9 februari 2019 en 16 september 2021 artikel 23, eerste lid, onder a, in combinatie met artikel 27 van de Wet toezicht trustkantoren (Wtt 2018) en (2) in de periode tussen 23 april 2019 en 11 maart 2021 artikel 26, tweede lid, van de Wtt 2018 heeft overtreden (boetebesluit). DNB heeft tevens besloten tot openbaarmaking van de bestuurlijke boete (publicatiebesluit).

2. [verzoekster] heeft tegen het bestreden besluit bezwaar gemaakt.

3. DNB heeft op het verzoek gereageerd met een verweerschrift.

4. De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 29 augustus 2023, met gesloten deuren, op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van [verzoekster] , vergezeld door [naam 1] (bestuurder), [naam 2] (bestuurder) en [naam 3] (compliance officer), allen werkzaam bij [verzoekster] , en namens DNB mr. De Heer vergezeld door [naam 4] (senior jurist), [naam 5] (senior toezichthouder) en [naam 6] (senior jurist), allen werkzaam bij DNB.

Totstandkoming van het besluit

Beoordeling door de voorzieningenrechter

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Bijlage: voor deze uitspraak belangrijke wet- en regelgeving

Wet toezicht trustkantoren (Wtt 2018)

Besluit bestuurlijke boetes financiële sector (Bbbfs)