Rechtbank Rotterdam, 18-10-2023, ECLI:NL:RBROT:2023:9851, C/10/657430
Rechtbank Rotterdam, 18-10-2023, ECLI:NL:RBROT:2023:9851, C/10/657430
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Rotterdam
- Datum uitspraak
- 18 oktober 2023
- Datum publicatie
- 30 oktober 2023
- ECLI
- ECLI:NL:RBROT:2023:9851
- Zaaknummer
- C/10/657430
Inhoudsindicatie
Slepend (familie-)conflicht over wie bestuurders zijn van een vereniging. Wie heeft wie rechtsgeldig ontslagen? Reconventie: vordering tot afgifte van stukken van de vereniging (o.m. adminsitratie).
Uitspraak
Civiel recht
Zittingsplaats Rotterdam
Zaaknummer: C/10/657430 / HA ZA 23-424
Vonnis van 18 oktober 2023
in de zaak van
[eiseres01]
,
te Rotterdam,
eiseres in conventie,
verweerster in reconventie,
advocaat: mr. H.J. Ruysendaal te Rotterdam,
tegen
[gedaagde01] ,
te Spijkenisse,
gedaagde in conventie,
eiser in reconventie,
advocaat: mr. O.J. Praamstra te Zoetermeer.
Eiseres in conventie, verweerster in reconventie wordt hierna [eiseres01] genoemd. Gedaagde in conventie, eiser in reconventie wordt hierna [gedaagde01] genoemd.
1 Kern van het geschil
Twee broers stellen ieder enig bestuurder te zijn van [eiseres01] en dat zij elkaar op eerdere tijdstippen hebben ontslagen. De rechtbank oordeelt dat beide broers vanaf enig moment in 2012 bestuurders waren en dat nadien van rechtsgeldige ontslagbesluiten van één van hen niet is gebleken. In reconventie wordt de vordering tot afgifte van stukken van [eiseres01] toegewezen.
2 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 2 mei 2023 met producties 1 tot en met 4, - de conclusie van antwoord, tevens conclusie van eis in voorwaardelijke reconventie, met producties 1 tot en met 9, - de brief van 4 juli 2023 van deze rechtbank waarin een mondelinge behandeling is bepaald op 28 augustus 2023,
- de brief van 13 juli 2023 van deze rechtbank met een zittingsagenda waarin onder meer om overlegging van bepaalde bescheiden is gevraagd,
- de akte vermeerdering eis in reconventie van [gedaagde01] ,
- de akte overlegging producties 10 tot en met 15 van [gedaagde01] ,
- de akte overlegging producties 5 tot en met 9 van [eiseres01],
- de mondelinge behandeling van 28 augustus 2023 en de daarbij door [gedaagde01] overgelegde spreekaantekeningen.
Ter zitting heeft [naam01] (“ [naam01] ”), als bestuurder van [eiseres01], verduidelijkt en toegelicht dat niet hij in privé, maar [eiseres01] als eiseres optreedt. Dit is ook zo door [gedaagde01] begrepen. Namens [eiseres01] is geen conclusie van antwoord in reconventie ingediend. Ter zitting heeft [eiseres01] verklaard dat zij de reconventionele vorderingen, ook na de eisvermeerdering, betwist.
Nadat partijen ter zitting geen overeenstemming konden bereiken over de start van een mediationtraject, is vonnis bepaald.
3 De feiten
[eiseres01], opgericht in 1986, door [naam02] (“ [naam02] ”) met behulp van [naam01] , heeft blijkens haar statuten, als doel “ het uitbrengen en voortzetten van de Esseense traditie en volledige esoterische ontwikkeling daarvan, alsmede het bevorderen van de ontwikkeling der mensheid op het terrein van het ziele- en geestelijke leven , (...)”.
[naam02] is op [datum01] overleden. Na haar overlijden is een geschil ontstaan tussen haar overgebleven drie zonen, [naam01] enerzijds en [gedaagde01] (gedaagde) en [naam03] (“ [naam03] ”) anderzijds over het bestuur van [eiseres01]. In december 2022 is [naam03] overleden.
Het geschil over de vraag wie bestuurder is van [eiseres01] is mede van belang vanwege onroerend goed dat [eiseres01] bezit en dat volgens [naam01] recent door [eiseres01] voor € 1,8 mio is verkocht en geleverd. De overgebleven twee broers, [naam01] en [gedaagde01] , verschillen (ook) van mening of en in hoeverre dit onroerend goed, althans de opbrengst ervan, in de verdeling van de nalatenschap van [naam02] moet worden betrokken.