Rechtbank Rotterdam, 30-10-2024, ECLI:NL:RBROT:2024:10834, C/10/592479 / HA ZA 20-251
Rechtbank Rotterdam, 30-10-2024, ECLI:NL:RBROT:2024:10834, C/10/592479 / HA ZA 20-251
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Rotterdam
- Datum uitspraak
- 30 oktober 2024
- Datum publicatie
- 31 oktober 2024
- ECLI
- ECLI:NL:RBROT:2024:10834
- Zaaknummer
- C/10/592479 / HA ZA 20-251
Inhoudsindicatie
Beroepsfout accountant. Fraude. Vie d'Or-arrest. Vertrouwen op jaarrekeningen. NV COS. Verhouding groepsaccountant-component accountant. Arbitraal vonnis. Tegenbewijs. Zie ook vonnissen van zelfde datum in vrijwaringszaken met rolnummers 20-250, 21-87 en 21-92
Uitspraak
vonnis
Team handel en haven
zaaknummer / rolnummer: C/10/592479 / HA ZA 20-251
Vonnis van 30 oktober 2024
in de zaak van
de coöperatie met uitgesloten aansprakelijkheid
COFCO COÖPERATIEF U.A.,
gevestigd te Amsterdam,
eiseres in de hoofdzaak,
eiseres in het incident ex artikel 843a en 22 Rv,
verweerster in het incident van EY NL ex artikel 843a Rv en 22 Rv,
advocaat mr. J.L. van der Schrieck te Amsterdam,
tegen
1. de rechtspersoon naar buitenlands recht
ERNST & YOUNG ACCOUNTANTS LLP,
gevestigd te Londen, Verenigd Koninkrijk,
gedaagde in de hoofdzaak,
verweerster in het incident van COFCO Coöp ex artikel 843a en 22 Rv,
eiseres in het incident ex artikel 843a Rv en 22 Rv,
advocaat mr. G.A.J. Boekraad te Amsterdam,
2. de rechtspersoon naar buitenlands recht
ERNST & YOUNG AUDITORES INDEPENDENTES S.S.,
gevestigd te Sao Paulo, Brazilië,
gedaagde in de hoofdzaak,
verweerster in het incident van COFCO Coöp ex artikel 843a en 22 Rv,
advocaat mr. S.J.H.M. Berendsen te Amsterdam.
Partijen worden hierna COFCO Coöp, EY NL en EY Brazilië genoemd.
1 De zaak in het kort
Het gaat in deze zaak om de vraag of EY NL als voormalig accountant van Nidera B.V./ Nidera Capital B.V. en EY Brazilië als voormalig accountant van Nidera Brazilië aansprakelijk zijn omdat COFCO Coöp als koper van de Nidera-groep zou zijn misleid doordat jaarrekeningen van de Nidera-groep een onjuist beeld gaven van de financiële situatie van de groep. In een eerder tussenvonnis (ECLI:NL:RBROT:2023:38939) is geoordeeld dat Nederlands recht van toepassing is. Dit vonnis bevat de inhoudelijke beoordeling van de vorderingen van COFCO Coöp tegen EY NL en EY Brazilië.
Het oordeel van de rechtbank in dit vonnis laat zich als volgt samenvatten.
Binnen Nidera Brazilië is gefraudeerd. EY Brazilië heeft bij haar controlewerkzaamheden ten behoeve van de geconsolideerde jaarrekening van 2013 fouten gemaakt door met die fraude verband houdende onregelmatigheden in de MtM1-waardering over het hoofd te zien. Voor zover COFCO Coöp door die fouten schade heeft geleden, is EY Brazilië daarvoor aansprakelijk. Ook bij de controlewerkzaamheden van EY Brazilië ten behoeve van de geconsolideerde jaarrekening van 2015 zijn fouten gemaakt en EY Brazilië is aansprakelijk jegens COFCO Coöp indien COFCO Coöp daarvan schade heeft geleden.
Op EY NL rust geen risicoaansprakelijkheid op grond van artikel 6:171 BW voor fouten van EY Brazilië. Wel is de rechtbank voorshands van oordeel dat ook EY NL een beroepsfout heeft gemaakt bij haar controletaak ten aanzien van de geconsolideerde jaarrekening van 2013. EY NL heeft nagelaten de controle zo op te zetten en uit te (laten) voeren dat zij overeenkomstig de voorschriften in de NV COS over voldoende en geschikte controle-informatie beschikte om zich een oordeel te kunnen vormen over de juistheid van die jaarrekening. EY NL zal worden toegelaten tot tegenbewijs. Ten aanzien van de geconsolideerde jaarrekening 2015 staat vast dat EY NL een beroepsfout heeft gemaakt bij haar controletaak.
De rechtbank oordeelt dat de mogelijkheid dat schade is of zal worden geleden door de hiervoor bedoelde beroepsfouten aannemelijk is. Het schadedebat zal verder gevoerd kunnen worden in een schadestaatprocedure.
2 De opbouw van dit vonnis
Dit vonnis is opgebouwd als volgt.
-
De zaak in het kort 1.1 - 1.2.3
-
De opbouw van dit vonnis 2.1
-
De procedure 3.1 - 3.2
-
De positie van COFCO International Limited (CIL) 4.1 - 4.2
-
De feiten die tussen alle partijen vaststaan 5.1 - 5.78
-
De feiten die alleen tussen COFCO Coöp en EY NL vaststaan 6.1 - 6.4
-
Het geschil in de hoofdzaak 7.1 - 7.3
-
Het geschil in het incident op grond van artikel 843a Rv
en 22 Rv van COFCO Coöp 8.1 - 8.3
9. Het geschil in het incident op grond van artikel 843a Rv
en 22 Rv van EY NL 9.1 - 9.2
10. De beoordeling in de hoofdzaak
- De kern van het geschil 10.1
- Artikel 21 Rv 10.2 - 10.3
- De feitelijke uitgangspunten 10.4 - 10.9
- Het juridisch kader
Algemeen 10.10 - 10.14
De zorgplicht van EY NL - NV COS 10.15 - 10.22
De zorgplicht van EY Brazilië - equivalent aan NV COS 10.23 - 10.26
- EY NL is geen opdrachtgever van EY Brazilië en niet
aansprakelijk op grond van artikel 6:171 BW 10.27 - 10.32
- Stelplicht en bewijslast 10.33 - 10.34
- EY Brazilië en EY NL hadden in de relevante jaren een
zorgplicht jegens COFCO Coöp 10.35 - 10.38
- Boekjaar 2013 - de verwijten aan EY Brazilië
Algemeen 10.39 - 10.42
Formules valutaomzetting/ontbreken valutaomzetting 10.43 - 10.50
Contracten met leveringsdatum in het verleden 10.51 - 10.53
Dubbele contracten 10.54 - 10.56
Transport-, overladings- en loskostencorrectie
handelsvoorraden en handelscontracten 10.57 - 10.59
Tussenconclusie: tekortschieten van EY Brazilië 10.60 - 10.62
Materialiteit 10.63 - 10.71
Conclusie: EY Brazilië wegens beroepsfout aansprakelijk
voor zover COFCO Coöp schade lijdt 10.72 - 10.73
- Boekjaar 2013 - de verwijten aan EY NL 10.74 - 10.89
- Boekjaar 2013 - aannemelijkheid van de mogelijkheid
van schade 10.90 - 10.97
- Het vertrouwen op de geconsolideerde jaarrekening 2013 10.98 - 10.101
- Eindconclusie boekjaar 2013 10.102 - 10.103
- Boekjaar 2014 10.104 - 10.106
- Boekjaar 2015 - de verwijten aan EY Brazilië en EY NL 10.107 - 10.108
EY Brazilië 10.109 - 10.112
EY NL 10.113 - 10.116
Materialiteit 10.117
De overige verwijten aan EY NL en EY Brazilië 10.118
Aannemelijkheid van de mogelijkheid van schade 10.119
Het vertrouwen op de geconsolideerde jaarrekening 2015 10.120 - 10.127
Eindconclusie boekjaar 2015 10.128
- Overige beslissingen in de hoofdzaak
Geen tussentijds hoger beroep 10.129
Aanhouden alle overige beslissingen 10.130
11. De beoordeling in het incident ex artikel 843a Rv en ex
artikel 22 Rv van COFCO Coöp (over de controledossiers) 11.1 - 11.5
12. De beoordeling in het incident ex artikel 843a Rv en ex
artikel 22 van EY NL (over de processtukken van de
arbitrageprocedures) 12.1 - 12.4
13. De beslissing 13.1 - 13.11
3 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- -
-
het vonnis van 26 april 2023 en de daarin genoemde processtukken;
- -
-
de conclusie van repliek in de hoofdzaak van COFCO Coöp, met producties 133 tot en met 184;
- -
-
de conclusie van antwoord van EY NL in het door COFCO Coöp ingestelde incident ex artikel 843a Rv en 22 Rv, met producties 43 tot en met 50;
- -
-
de conclusie van eis van EY NL in het incident ex artikel 843a Rv en 22 Rv, met producties 51 tot en met 54;
- -
-
de conclusie van antwoord van EY Brazilië in het door COFCO Coöp ingestelde incident ex artikel 843a Rv en 22 Rv, met producties 83 tot en met 88;
- -
-
de conclusie van dupliek in de hoofdzaak van EY NL, met producties 55 tot en met 317;
- -
-
de conclusie van dupliek in de hoofdzaak van EY Brazilië, met producties 89 tot en met 101;
- -
-
de conclusie van antwoord van COFCO Coöp in het door EY NL ingestelde incident ex artikel 843a Rv en 22 Rv, met producties 185 tot en met 187;
- -
-
de akte overlegging aanvullende producties van COFCO Coöp met producties 188 tot en met 201;
- -
-
de akte overlegging aanvullende producties van COFCO Coöp met producties 202 tot en met 209;
- -
-
de akte overlegging nadere producties van EY NL met producties 318 tot en met 320;
- -
-
de akte overlegging nadere producties van EY NL met productie 321;
- -
-
de akte houdende aanvullende producties van EY Brazilië met producties 102 tot en met 107;
- -
-
de voorafgaand aan de mondelinge behandeling van partijen ontvangen skeleton arguments;
- -
-
het proces-verbaal van de mondelinge behandeling op 26 maart 2024, voortgezet op 27 maart 2024, de ter zitting door partijen overgelegde spreekaantekeningen en de bij het proces-verbaal gevoegde brieven van 18 juli 2024 van mr. Kuijpers namens EY NL en van mrs. Berendsen en Attaïbi namens EY BR, en de reactie daarop van mr. Van der Schrieck namens COFCO Coöp (en CIL) van 2 augustus 2024.
Ten slotte is vonnis bepaald.