Rechtbank Rotterdam, 06-11-2024, ECLI:NL:RBROT:2024:10919, ROT 22/3576
Rechtbank Rotterdam, 06-11-2024, ECLI:NL:RBROT:2024:10919, ROT 22/3576
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Rotterdam
- Datum uitspraak
- 6 november 2024
- Datum publicatie
- 11 november 2024
- ECLI
- ECLI:NL:RBROT:2024:10919
- Zaaknummer
- ROT 22/3576
Inhoudsindicatie
De minister heeft geen of onvoldoende inzicht gegeven in de belangen die aan zijn zijde spelen in het kader van het weigeren van inzage op grond van artikel 41, eerste lid, onder i van de UAVG.
Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
Bestuursrecht
zaaknummer: ROT 22/3576
[naam eiseres] , uit Maassluis, eiseres
(gemachtigde: mr. S. Arakelyan),
en
de minister van Financiën, de minister
(gemachtigde: mr. A. Cramer)
met als derde-partij de Staat der Nederlanden (de minister van Justitie en Veiligheid), de Staat.
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen een afwijzing van haar inzageverzoek op grond van de AVG1 in de FSV2.
Met het primaire besluit van 22 januari 2022 heeft de minister het inzageverzoek afgewezen. Met het bestreden besluit van 27 juni 2022 heeft de minister het bezwaar van eiseres gegrond verklaard en inzage gegeven in een deel van de verwerkte persoonsgegevens van eiseres. Tegen dit besluit heeft eiseres beroep ingesteld.
De minister heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
Eiseres heeft op 27 september 2024 een nader stuk ingediend (een schermafdruk dagboek FSV).
De minister heeft stukken ingediend die betrekking hebben op deze zaak. Dit zijn (1) gegevens uit de FSV en (2) een aanbiedingsbrief bij deze stukken waarin de grondslag voor weigering van verstrekking van de stukken aan eiseres nader is gemotiveerd. Daarbij heeft de minister op 27 oktober 2022 verzocht om geheimhouding van deze stukken tegenover eiseres.3 Een rechter-commissaris heeft bij beslissing van 2 oktober 2024 beslist dat voor wat betreft 1 gerechtvaardigd is dat eiseres deze stukken niet mag inzien tijdens de beroepsprocedure en voor wat betreft 2 beslist dat onvoldoende is gemotiveerd waarom eiseres dit niet mag inzien.
Eiseres heeft toestemming aan de rechtbank gegeven om de geheime stukken in te zien.
De rechtbank heeft het beroep op 14 oktober 2024 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, de gemachtigde van eiseres, samen met mr. B.J. Warringa en namens de minister de gemachtigde en [persoon A] .