Home

Rechtbank Rotterdam, 13-11-2024, ECLI:NL:RBROT:2024:11322, C/10/668332 / HA ZA 23-965

Rechtbank Rotterdam, 13-11-2024, ECLI:NL:RBROT:2024:11322, C/10/668332 / HA ZA 23-965

Gegevens

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
13 november 2024
Datum publicatie
15 november 2024
ECLI
ECLI:NL:RBROT:2024:11322
Zaaknummer
C/10/668332 / HA ZA 23-965

Inhoudsindicatie

Collectieve actie 3:305a BW; Rechtsmacht; Ontvankelijkheidseisen; Verhouding tussen de WAMCA en de AVG; Uitleg artikel 80 lid 2 AVG met betrekking tot het recht op schadevergoeding. De rechtbank is voornemens prejudiciële vragen te stellen aan het Hof van Justitie van de Europese Unie.

Uitspraak

vonnis

Team handel en haven

zaaknummer / rolnummer: C/10/668332 / HA ZA 23-965

Vonnis van 13 november 2024

in de zaak van

STICHTING DATA BESCHERMING NEDERLAND,

gevestigd te Rotterdam,

eiseres,

advocaat mr. P. Haas te Rotterdam,

tegen

1 AMAZON EUROPE CORE S.A.R.L.,

gevestigd te Luxemburg,

2. AMAZON EU S.A.R.L.,

gevestigd te Luxemburg,

3. AMAZON MEDIA EU S.A.R.L.,

gevestigd te Luxemburg,

(4. AMAZON SERVICES EUROPE S.A.R.L.,

gevestigd te Luxemburg,)

5. AMAZON.COM, INC.,

gevestigd te Seattle, Verenigde Staten van Amerika,

gedaagden,

advocaat mr. A.M. Arnbak te Amsterdam.

Eiseres wordt hierna SDBN genoemd. Gedaagden worden afzonderlijk Amazon Europe Core, Amazon EU, Amazon Media EU, Amazon Services Europe en Amazon.com genoemd en gezamenlijk (in vrouwelijk enkelvoud) Amazon.

1 Waar gaat deze zaak over?

1.1.

Deze zaak betreft een collectieve actie. Daarin komt SDBN op voor de belangen van accounthouders van Amazon in Nederland (door SDBN aangeduid als de Benadeelden). Het gaat om ongeveer 5 miljoen accounthouders. Kern van het verwijt van SDBN is dat Amazon persoonsgegevens van haar accounthouders in strijd met de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) verwerkt. SDBN wil door middel van deze collectieve actie bereiken dat Amazon hiermee stopt en dat Amazon de schade van haar achterban vergoedt. Het gaat daarbij om materiële en immateriële schade.

1.2.

In deze voorfase van de procedure gaat het nog niet om een inhoudelijke beoordeling van de vorderingen van SDBN. Eerst moet de rechtbank beoordelen:

1) of de Nederlandse rechter over de zaak mag oordelen (rechtsmacht),

2) welk recht van toepassing is, en

3) of SDBN de collectieve actie mag instellen (de ontvankelijkheid).

1.3.

In dit vonnis oordeelt de rechtbank dat zij bevoegd is (rechtsmacht heeft) en dat de vorderingen van SDBN moeten worden beoordeeld naar Nederlands recht. Gelet op de vorderingen zoals die nu voorliggen, vindt de rechtbank het op het punt van de ontvankelijkheid van SDBN nodig om vragen te stellen aan het Hof van Justitie van de Europese Unie (HvJEU). De rechtbank schetst in dit vonnis kort de aanleiding voor deze prejudiciële vragen en stelt partijen in de gelegenheid zich over deze vragen uit te laten. In het volgende vonnis waarbij de rechtbank de prejudiciële vragen aan het HvJEU zal stellen, zal de rechtbank uitgebreider de context waarbinnen deze vragen worden gesteld weergeven. Verder zal de rechtbank in dat vonnis (verder) beoordelen in hoeverre SDBN aan de ontvankelijkheidseisen voldoet.

2 De procedure

2.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

-

de dagvaarding van 18 oktober 2023,

-

de betekeningsstukken,

-

de akte overlegging producties van SDBN, met producties 1 tot en met 127,

-

de incidentele conclusie van Amazon tot onbevoegdverklaring, tevens conclusie van antwoord op grond van artikel 1018c lid 5 Rv ten aanzien van niet-ontvankelijkheid, met producties A-1 tot en met A-11,

-

het bericht van partijen van 27 februari 2024, inhoudende dat zij procedure-afspraken hebben gemaakt,

-

het bericht van de rechtbank aan partijen van 30 april 2024, waarbij de rechtbank een zitting heeft bepaald,

-

het bericht van de rechtbank van 19 juli 2024, waarbij een zittingsagenda aan partijen is verstuurd,

-

de akte overlegging aanvullende productie van Amazon, met productie A-12,

-

de akte houdende aanzegging en hervatting ex artikelen 225 en 227 Rv van Amazon, met productie A-13,

-

de akte overlegging producties van SDBN, met producties 128 tot en met 139,

-

het proces-verbaal van mondelinge behandeling van 26 augustus 2024.

2.2.

De dagvaarding is ook uitgebracht tegen Amazon Services Europe. Bij akte heeft Amazon verzocht het geding te laten voortzetten door Amazon EU in plaats van Amazon Services Europe, omdat Amazon EU en Amazon Services Europe met elkaar zijn gefuseerd en Amazon EU de verkrijgende rechtspersoon is. Hiertegen is door SDBN geen bezwaar gemaakt. Amazon EU was al procespartij. Amazon Services Europe is dus niet langer procespartij. Daarom staat haar naam in de kop van dit vonnis tussen haakjes.

2.3.

Ten slotte is vonnis bepaald.

3 De feiten

4 De collectieve vorderingen

5 Het geschil in het bevoegdheidsincident

6 De beoordeling

7 De beslissing