Rechtbank Rotterdam, 13-11-2024, ECLI:NL:RBROT:2024:11406, C/10/671337 / HA ZA 24-15
Rechtbank Rotterdam, 13-11-2024, ECLI:NL:RBROT:2024:11406, C/10/671337 / HA ZA 24-15
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Rotterdam
- Datum uitspraak
- 13 november 2024
- Datum publicatie
- 22 november 2024
- ECLI
- ECLI:NL:RBROT:2024:11406
- Zaaknummer
- C/10/671337 / HA ZA 24-15
Inhoudsindicatie
Bestuurdersaansprakelijkheid. Faillissement onderwijsinstelling. Peeters/Gatzen-vordering. Artikel 2:9 BW.
Uitspraak
vonnis
Team handel en haven
zaaknummer / rolnummer: C/10/671337 / HA ZA 24-15
Vonnis van 13 november 2024
in de zaak van
[eiser] Q.Q.,
in hoedanigheid van curator in het faillissement van Stichting Europe Islamic University of Applied Sciences,
kantoorhoudende te Rotterdam,
eiser,
advocaat mr. E-J.W. Griffioen te Rotterdam,
tegen
[gedaagde] ,
zonder bekende woon- of verblijfplaats,
gedaagde,
advocaat mr. I.P. van Rossen te Amsterdam.
Partijen worden hierna de curator en [gedaagde] genoemd.
1 De zaak in het kort
Een voormalig bestuurder van een failliete onderwijsinstelling wordt door de curator aangesproken tot betaling van het boedeltekort in het faillissement. De zogenaamde Peeters/Gatzen-vordering van de curator is voor een deel toewijsbaar, namelijk voor zover het onrechtmatige betalingen van € 569.249,00 door de onderwijsinstelling aan een gelieerde stichting betreft. Deze onttrekkingen kwalificeren ook als onbehoorlijk bestuur in de zin van artikel 2:9 BW. Voor het meerdere is de vordering van de curator niet toewijsbaar.
2 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- -
-
de dagvaarding van 13 juli 2023, met producties 1 tot en met 43 en beslagstukken;
- -
-
de conclusie van antwoord, met producties 1 tot en met 12;
- -
-
de brief van de rechtbank van 28 februari 2024, waarin een mondelinge behandeling is gelast;
- -
-
de brief van de rechtbank van 30 mei 2024, met een zittingsagenda met daarin vragen en onderwerpen ter bespreking op de mondelinge behandeling;
- -
-
de akte houdende overlegging producties van de curator, met productie 3 (herstel) en producties 44 tot en met 52;
- -
-
de akte overlegging producties 13 tot en met 18 van [gedaagde];
- -
-
de akte overlegging productie 19 van [gedaagde];
- -
-
de mondelinge behandeling van 9 juli 2024 en de door partijen overgelegde zittingsaantekeningen.
Na de mondelinge behandeling is vonnis bepaald.
3 De feiten
Bij vonnis van deze rechtbank van 5 februari 2019 is Stichting Europe Islamic University of Applied Sciences (hierna: de School) in staat van faillissement verklaard, met aanstelling van de curator als zodanig.
[gedaagde] is van 3 augustus 2001 tot 6 april 2017 bestuurder van de School geweest.
De School is opgericht op 3 augustus 2001. Op 31 juli 2015 heeft de Nederlands-Vlaamse Accreditatieorganisatie (NVAO) een accreditatie aan de School verleend voor de hbo-master Islamitisch Geestelijke Verzorging. Verder verzorgde de School cursorisch onderwijs.
Op 23 juni 2006 is Stichting Vrije Academia opgericht. Stichting Vrije Academia werd bestuurd door de dochter van [gedaagde] en was een steunfonds op het gebied van educatie. Op 16 januari 2018 is Stichting Vrije Academia in staat van faillissement verklaard. Zij was gevestigd op hetzelfde adres als de School.
Op 24 mei 2016 heeft de Fiscale Inlichtingen- en Opsporingsdienst (FIOD) een nieuwsbericht naar buiten gebracht over een strafrechtelijk onderzoek naar belastingfraude, waarbij de School betrokken zou zijn. Uit een nieuwsbericht van het Openbaar Ministerie (OM) van 16 december 2016 blijkt dat drie bestuurders van de School zijn aangehouden in een onderzoek naar witwassen, valsheid in geschrifte en fraude met giftenaftrek. Eén van die bestuurders is [gedaagde].
Eind 2016 is de Inspectie van Onderwijs een onderzoek gestart naar de bestuurlijke en financiële continuïteit bij de School. In een rapport van 22 augustus 2017 heeft de Inspectie geconcludeerd dat de bestuurlijke en financiële continuïteit van de School niet op orde was. Er volgde een periode van verscherpt toezicht, waarna een tweede inspectierapport in november 2018 concludeerde dat de situatie niet was verbeterd. De minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap maakte op 21 november 2018 het voornemen bekend om de School het recht op graadverlening van de geaccrediteerde hbo-opleiding te ontnemen. De School kreeg drie maanden de tijd om orde op zaken te stellen. In een rapport van 16 mei 2019 heeft de Inspectie geconcludeerd dat dat na drie maanden niet was gebeurd. Daarnaast heeft de Inspectie in een ander rapport van 16 mei 2019 geconcludeerd dat de School de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek (WHW) heeft overtreden door bachelor- en mastergraden te verlenen voor opleidingen waarvoor geen accreditatie bestond. De minister heeft vervolgens op 17 juni 2019 het besluit genomen om de School het recht op graadverlening te ontnemen.
In de notulen van een bestuursvergadering van de School, gehouden op 27 oktober 2017, staat onder meer het volgende:
“(...) Financiën:
Huidige situatie
Fatma Sag deelt mee dat er momenteel geen liquiditeitsproblemen zijn. we kunnen de betalingen verrichten. (...)”
Op 30 maart 2020 heeft de curator [gedaagde] aansprakelijk gesteld voor het boedeltekort in het faillissement. [gedaagde] heeft bij brief van 11 mei 2023 betwist aansprakelijk te zijn.
Na daartoe verkregen verlof van de voorzieningenrechter van deze rechtbank heeft de curator op 10 en 13 maart 2023 conservatoire (derden)beslagen laten leggen op twee woningen en een beleggingsverzekering van [gedaagde].
Bij vonnis van deze rechtbank van 15 maart 2023 is [gedaagde] veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 28 maanden (met aftrek van voorarrest) voor het in de periode van omstreeks 1 januari 2009 tot en met 12 december 2016 feitelijk leidinggeven aan de School, die zich schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van valsheid in geschrifte en belastingfraude en voor gewoontewitwassen. Tegen het vonnis is hoger beroep ingesteld. Ten tijde van de mondelinge behandeling in de onderhavige procedure was nog niet bekend wanneer de zitting in het hoger beroep zou plaatsvinden.