Home

Rechtbank Rotterdam, 20-12-2024, ECLI:NL:RBROT:2024:13541, 11346632 CV EXPL 24-25478

Rechtbank Rotterdam, 20-12-2024, ECLI:NL:RBROT:2024:13541, 11346632 CV EXPL 24-25478

Gegevens

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
20 december 2024
Datum publicatie
18 februari 2025
ECLI
ECLI:NL:RBROT:2024:13541
Zaaknummer
11346632 CV EXPL 24-25478

Inhoudsindicatie

Vordering ontbinding en ontruiming. Betalingsachterstand huur. Gedaagde doet beroep op opschorting (artikel 6:262 BW) wegens een gebrek aan de woning. Opschorting onrechtmatig. Toewijzing ontbinding en ontruiming en veroordeling tot betaling huurachterstand. Afwijzing BIK en rente wegens oneerlijke bepaling.

Uitspraak

locatie Rotterdam

zaaknummer: 11346632 CV EXPL 24-25478

datum uitspraak: 20 december 2024

Vonnis van de kantonrechter

in de zaak van

Stichting Woonbron,

vestigingsplaats: Rotterdam,

eiseres,

gemachtigde: H.A.M. Over de Vest,

tegen

[gedaagde] ,

woonplaats: [woonplaats],

gedaagde,

die zelf procedeert.

De partijen worden hierna ‘Stichting Woonbron’ en ‘[gedaagde]’ genoemd.

1 De procedure

1.1.

Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:

-

de dagvaarding van 2 oktober 2024, met bijlagen;

-

de aantekeningen van de griffier van het mondelinge antwoord, van 10 oktober 2024;

1.2.

Op 19 november 2024 is de zaak tijdens een zitting besproken. Daarbij was [naam] namens Stichting Woonbron aanwezig. [gedaagde] is wel uitgenodigd voor deze zitting, maar is niet verschenen.

2 De feiten

2.1.

[gedaagde] huurt vanaf 15 juni 2017 een woning van Stichting Woonbron. De huur was laatst € 486,08 per maand. Op deze huurovereenkomst zijn de “Algemene huurvoorwaarden zelfstandige woonruimte” van toepassing.

3 Het geschil

3.1.

Stichting Woonbron eist samengevat:

-

de huurovereenkomst te ontbinden en [gedaagde] te veroordelen om het gehuurde te ontruimen;

-

[gedaagde] te veroordelen om aan Stichting Woonbron te betalen:

o € 2.170,27 aan huurachterstand en de incassokosten;

o Een gebruiksvergoeding van een bedrag van € 486,08, voor iedere maand gedurende welke [gedaagde] het gehuurde vanaf 1 oktober 2024 in bezit zal houden, een ingegane maand voor een volle gerekend tot de ontruiming;

o De wettelijke rente over een bedrag van € 1.836,88 vanaf 1 juni 2024 tot de dag der algehele voldoening;

-

[gedaagde] te veroordelen in de proceskosten;

-

het vonnis uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

Het bedrag dat wordt geëist, bestaat uit de hoofdsom van € 1.836,88, buitengerechtelijke kosten van € 333,39 en wettelijke rente.

3.2.

Stichting Woonbron baseert de eis op het volgende. [gedaagde] heeft een huurachterstand laten ontstaan. De huurachterstand bedraagt € 1.836,88 en is berekend tot en met september 2024. Stichting Woonbron heeft op 19 augustus 2024 [gedaagde] gemaand tot het betalen van de verschuldigde huurpenningen. [gedaagde] heeft niet voldaan aan de verzonden aanmaning en is als gevolg daarvan incassokosten (incl. btw) aan Stichting Woonbron verschuldigd geworden. Op 25 juli 2024 heeft Stichting Woonbron een melding gemaakt bij Gemeente Rotterdam met betrekking tot de onderhavige schuld van [gedaagde]. Deze aanmelding heeft geen resultaat opgeleverd. Stichting Woonbron is op basis van het bovenstaande gerechtigd de ontbinding van de huurovereenkomst en de ontruiming van het gehuurde te vorderen.

3.3.

[gedaagde] is het niet eens met de eis en voert het volgende aan. Stichting Woonbron stelt correct dat geen huur meer is betaald. De reden daarvoor is dat de woning al gedurende zes maanden gebreken vertoont. In de woning is geen koud water beschikbaar, alleen warm water, waardoor de partner van [gedaagde] zijn handen heeft verbrand.

4 De beoordeling

5 De beslissing