Home

Rechtbank Rotterdam, 07-03-2024, ECLI:NL:RBROT:2024:1745, ROT 23/3729

Rechtbank Rotterdam, 07-03-2024, ECLI:NL:RBROT:2024:1745, ROT 23/3729

Gegevens

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
7 maart 2024
Datum publicatie
12 maart 2024
ECLI
ECLI:NL:RBROT:2024:1745
Zaaknummer
ROT 23/3729

Inhoudsindicatie

Beroep tegen afwijzing omwisselverzoek guldenbankbiljetten. DNB is bij de beoordeling van een omwisselverzoek gehouden onderzoek te doen naar mogelijke risico’s op witwassen en financieren van terrorisme. Met DNB is de rechtbank van oordeel dat, indien uit dit onderzoek feiten naar voren komen die kunnen duiden op witwassen of financieren van terrorisme, redelijkerwijs geen gevolg behoort te worden gegeven aan het omwisselverzoek. In dit geval is sprake van dergelijke feiten. Het beroep is dan ook ongegrond.

Uitspraak

Bestuursrecht

zaaknummer: ROT 23/3729

en

gemachtigden: mr. J.L.G. Niederer en mr. R.H.J. van Houts.

Procesverloop

Bij besluit van 11 januari 2023 (het primaire besluit) heeft DNB een aanvraag van [eiser] om guldenbankbiljetten om te wisselen in euro's afgewezen.

Bij besluit van 9 mei 2023 (het bestreden besluit) heeft DNB het daartegen door [eiser] gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Tegen dit besluit heeft [eiser] beroep ingesteld bij de rechtbank.

DNB heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 12 februari 2024. [eiser] is verschenen. DNB is ter zitting vertegenwoordigd door haar gemachtigde mr. Niederer, vergezeld door [naam 1] en [naam 2] , beiden werkzaam bij DNB.

Overwegingen

Inleiding

1.1.

In de Staatscourant van 21 december 2001 (Stcrt. 2001, 248) heeft DNB houders van alle door haar uitgegeven guldenbankbiljetten die op dat moment de hoedanigheid van wettig betaalmiddel hadden, opgeroepen deze vóór 1 januari 2003 ter verwisseling aan te bieden bij de kantoren van DNB. Daarbij heeft DNB erop gewezen dat deze bankbiljetten, hoewel die slechts tot 28 januari 2002 de hoedanigheid van wettig betaalmiddel behouden, tot uiterlijk 1 januari 2003 tevens bij de banken kunnen worden aangeboden en dat de bankbiljetten na 1 januari 2003 tot uiterlijk 1 januari 2032 nog slechts bij de kantoren van DNB kunnen worden verwisseld in euro’s, waarvoor de gebruikelijke voorwaarden gelden. Zo zal DNB bijvoorbeeld nagaan of de aanbieder niet de mogelijkheid heeft gehad om de biljetten vóór 2003 om te wisselen. Ook zal de DNB altijd om een identiteitsbewijs vragen.

1.2.

[eiser] heeft op 3 november 2015, 26 september 2018 en 19 mei 2020 bij DNB aanvragen ingediend voor het omwisselen van guldenbankbiljetten in euro’s ten bedrage van respectievelijk NLG 11.640, NLG 14.500 en NLG 4.000. Deze aanvragen zijn ingewilligd.

1.3.

Op 9 november 2022 heeft [eiser] de thans aan orde zijnde aanvraag bij DNB ingediend. Deze aanvraag ziet op het omwisselen van 54 bankbiljetten van NLG 250 (totaal NLG 13.500) in euro’s. Op het aanvraagformulier heeft [eiser] bij de vraag “Hoe en wanneer heeft u deze guldenbankbiljetten gekregen?” ingevuld: “Contante opname in guldentijdperk. Bewaard tot heden.”

1.4.

Bij e-mail van 14 november 2022 heeft DNB [eiser] , onder verwijzing naar het door haar op grond van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft) en de Sanctiewet (Sw) uit te voeren cliëntenonderzoek, verzocht om een toelichting op de herkomst van de guldenbankbiljetten, om documenten die de herkomst van deze bankbiljetten aantonen en om de reden waarom hij heeft gewacht met de huidige aanvraag voor het omwisselen van NLG 13.500 en niet één aanvraag heeft ingediend voor dit bedrag tezamen met de bedragen van NLG 11.640, NLG 14.500 en NLG 4.000 waarvoor hij eerder aanvragen heeft ingediend. [eiser] heeft dezelfde dag per e-mail de volgende reactie gegeven:

“(...) uit de u al reeds bekende gegevens , zie ook uw goede archief/dossier zijn mijn argumenten al aardig bekend. Om het in fases u te doen toekomen oa. de door de D.N.B gestelde vervaltermijnen van bepaalde coupures, beperkte verzekerde bedrag van het per aangetekende per post aan u versturen, de corona periode, de behoefte aan fin. middelen, het appeltje voor de dorst, nostalgie, garantiestelling door Dhr. G. Zalm, de afstand en bereikbaarheid en helaas ook opheffing div. filialen Rotterdam en Wassenaar, de laatste tijdelijke vestiging DNB , gewijzigde spelregels tijdens de wedstrijd, het in persoon mij opnieuw te moeten melden met opnieuw legitimatiebewijs en bankpas en ik zou. nog wel een paar redenen kunnen vermelden. Ik kan aan de hand van bankafschriften helaas gezien de periode van zeker voor 2002 Niet meer aantonen wanneer ik deze contante opnames zelf van mijn eigen privé rekeningen heb opgenomen. Dit is tevens. mijn laatste omwissel verzoek. (...)”

1.5.

Bij e-mail van 25 november 2022 heeft DNB aan [eiser] meegedeeld dat zij uit deze reactie opmaakt dat hij niet beschikt over documenten of ander bewijs dat hij de gelden heeft opgenomen en dat het voor DNB van belang is dat de herkomst van de gelden wordt aangetoond. Daarbij heeft DNB opgemerkt dat zij bij het afhandelen van een omwisselverzoek gehouden is aan de Wwft en de Sw en dat het om de aanvraag verder in behandeling te kunnen nemen daarom van belang is om vast te stellen of [eiser] over zijn contante bezitting belasting zou moeten betalen. Daarom wordt [eiser] verzocht om een kopie van zijn belastingaangifte waarin het contante bedrag van NLG 13.500 is opgenomen en een kopie van de definitieve beschikking van de Belastingdienst. Daarbij heeft DNB toegelicht dat [eiser] , indien hij de contante gelden nog niet heeft opgegeven bij zijn belastingaangifte, de Belastingdienst om een herziening kan vragen, waarbij hij alsnog de contante gelden opgeeft. Van deze herziene belastingaangifte ontvangt DNB dan graag een kopie van de herziene belastingaangifte en een kopie van de definitieve beschikking van de Belastingdienst. Indien de Belastingdienst te kennen geeft dat [eiser] de contante gelden niet hoeft op te geven, ontvangt DNB graag een kopie van het schrijven van de Belastingdienst waarin dit wordt meegedeeld. DNB heeft haar e-mail afgesloten met de mededeling dat de aanvraag verder in behandeling wordt genomen wanneer deze documenten zijn ontvangen.

1.6.

Hierop heeft [eiser] bij e-mail van 28 november 2022 als volgt gereageerd:

“Opnieuw stelt u nieuwe aanvullende verzoeken aan mijn laatste aanvraag. Ik zou mede op grond van de W.O.B de exacte nummers van wetsartikelen , het bewuste lid. van de Wwft en Sw waarop uw verzoek is gebaseerd.

Ook eventuele jurisprudentie die uw bank in deze, de afgelopen twintig jaar, heeft opgebouwd en zou hebben toegepast, zelfs ondertussen heeft aangepast en ervaring/cq uitspraken.

Tevens is naar mijn mening nooit een limiet gesteld aan het aantal in te dienen

verzoeken en de totale bedragen. Ik zou bij wijze van spreken ook per biljet een aanvraag kunnen indienen. Wat betreft archief/ bewaarplicht houdt u 7 jaren aan, ING bank zelfs l0 jaar, maar als particulier ik helaas niet van dik twintig jaren. Had ik dat maar geweten dan was het voor beide partijen aanmerkelijk eenvoudiger

geweest. De politiek geeft na 30 jaar gegevens vrij.

U zal ook al ongetwijfeld binnen het MvF waar zowel de DNB als de belastingdienst onder ressorteren al diverse onderzoeken naar mijn goede eer ,naam en reputatie hebben ingesteld ter bestrijding van alles. Misschien ook bij andere overheids instanties tot bjiv. zelfs de MIVD/Interpol. Waarschijnlijk niets kunnen

Aantreffen??????. Tevens schrijft u: Er is overigens enz enz. dat u zelf niet precies bekend is hoe de belastingdienst gaat reageren. Bij het omwisselen door DNB is de Belastingdienst altijd al op de hoogte van het feit dat mijn positieve saldo is verhoogd en zij zelfs automatisch overgaan tot het incasseren van de daarbij

verschuldigde en betaalde belastingen. Collegiale inzage of bescherming privacy.????? Het is mij ook onbekend hoe direct uw collegiale samenwerking met de andere overheidsdiensten is. Daar ben ik ook erg benieuwd naar. Ik zie uw gemotiveerde antwoord tegemoet en wens u opnieuw een prettige werkdag toe. Is er ook een onafhankelijke klachtenprocedure voor geschillen met de DNB.”

1.7.

Bij e-mail van 23 december 2022 heeft DNB [eiser] in reactie hierop bericht dat, indien hij geen verdere documentatie kan of wenst aan te leveren, een besluit zal worden genomen op grond van de informatie die DNB nu heeft. Daarbij heeft DNB toegelicht dat het opvragen van de desbetreffende belastingdocumenten als insteek heeft dat [eiser] daarmee aannemelijk maakt dat hij daadwerkelijk de rechthebbende is van de guldenbankbiljetten. Voor het geval DNB de e-mail van 28 november 2022 verkeerd heeft geïnterpreteerd en [eiser] de gevraagde documenten wel kan aanleveren, heeft DNB opgemerkt dat zij dan graag van [eiser] hoort. DNB heeft [eiser] verder meegedeeld dat hij het besluit op zijn aanvraag binnen drie weken per e-mail en per aangetekende post ontvangt en dat hij klachten per e-mail of schriftelijk kan indienen bij de secretaris van de klachtencommissie (daarbij zijn het e-mailadres en het correspondentieadres van de klachtencommissie vermeld).

1.8.

Bij e-mail van 9 januari 2023 heeft DNB [eiser] haar (primaire) besluit, gedagtekend op 11 januari 2023, doen toekomen. Dit besluit is [eiser] tevens per aangetekende post toegezonden. Bij dit besluit heeft DNB de aanvraag afgewezen, omdat daaraan volgens haar redelijkerwijs geen gevolg behoort te worden gegeven. Daaraan heeft DNB ten grondslag gelegd dat [eiser] geen documenten kan aanleveren waaruit de herkomst van zijn guldenbankbiljetten blijkt en tevens geen documenten aanlevert op grond waarvan DNB kan aannemen dat hij als rechthebbende van de guldenbankbiljetten kan worden beschouwd. Dezelfde dag heeft [eiser] per e-mail gereageerd met de mededeling dat hij nog steeds in afwachting is van een antwoord van de RBD (de rechtbank leest: Rijksbelastingdienst) en dat hij dus nog niet kon reageren. Tegen het besluit van DNB heeft [eiser] bezwaar gemaakt, wat hij nadien op 28 januari 2023 nogmaals heeft gedaan.

1.9.

Bij e-mail van 14 februari 2023 heeft [eiser] aan DNB een aan hem gerichte

e-mail van de Belastingdienst van 13 februari 2023 doorgezonden, waarin het volgende staat vermeld:

“Ik heb uw verzoek met betrekking tot de aanwezige contanten op 29 december 2022 ontvangen. Middels dit schrijven geef ik u mijn reactie:

Feiten en omstandigheden:

Na het overlijden van uw echtgenote bent u tot de ontdekking gekomen dat er nog oude gulden biljetten aanwezig waren in uw woning.

Het betreft 54 biljetten van f 250. Omgerekend naar euro's bedraagt dit ca.:

€ 6.126.

Dit aanwezige contanten geld is nimmer aangegeven in de aangiften inkomstenbelasting in het verleden.

U kunt deze pas bij de Nederlandse Bank omwisselen na het overleggen van een verklaring dat er geen sprake is (meer) is van verschuldigde inkomstenbelasting.

Beoordeling voor de Inkomstenbelasting:

Belangrijk:

Rechtsmiddel