Rechtbank Rotterdam, 28-02-2024, ECLI:NL:RBROT:2024:2082, C/10/650522 / HA ZA 23-14
Rechtbank Rotterdam, 28-02-2024, ECLI:NL:RBROT:2024:2082, C/10/650522 / HA ZA 23-14
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Rotterdam
- Datum uitspraak
- 28 februari 2024
- Datum publicatie
- 26 maart 2024
- ECLI
- ECLI:NL:RBROT:2024:2082
- Zaaknummer
- C/10/650522 / HA ZA 23-14
Inhoudsindicatie
Vennootschap verkoopt aandelen in dochtervennootschappen. Een certificaatlhouder komt hier tegen in verweer omdat hij de familieondernemingen zelf wil voortzetten. Besluiten tot verkoop hebben rechtsgevolg. Geen onrechtmatig handelen van de vennootschap, haar bestuurders of de andere certificaathouders jegens de certificaathouder.
Uitspraak
vonnis
Team handel en haven
zaaknummer / rolnummer: C/10/650522 / HA ZA 23-14
Vonnis van 28 februari 2024
in de zaak van
[eiser] ,
wonende te [woonplaats 1] ,
eiser,
advocaat mr. P. Quist te Naaldwijk,
tegen
1 [gedaagde 1] BV,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
gedaagde,
advocaat mr. M.V.A. Heuten te Amsterdam,
2. [gedaagde 2] ,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
gedaagde,
advocaat mr. R.M. Leeuwenburgh te Rotterdam,
3. [gedaagde 3] B. V. ,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
gedaagde,
advocaat mr. R.M. Leeuwenburgh te Rotterdam,
4. ZUID-HOLLAND BEHEER B. V. ,
gevestigd te Sliedrecht ,
gedaagde,
advocaat mr. M.V.A. Heuten te Amsterdam,
5. WANTIJ SLIEDRECHT B. V. ,
gevestigd te Sliedrecht ,
gedaagde,
advocaat mr. R.M. Leeuwenburgh te Rotterdam,
6. [gedaagde 6] ,
wonende te [woonplaats 2] ,
gedaagde,
advocaat mr. T.S. Jansen te Amsterdam,
7. [gedaagde 7] , in zijn hoedanigheid van executeur in de nalatenschap van [erflater] ,
laatst wonende te [woonplaats 1] ,
gedaagde,
advocaat mr. T.S. Jansen te Amsterdam,
8. [gedaagde 8] ,
wonende te [woonplaats 3] ,
gedaagde,
advocaat mr. R.M. Leeuwenburgh te Rotterdam,
9. [gedaagde 9] ,
wonende te [woonplaats 4] ,
gedaagde,
advocaat mr. R.M. Leeuwenburgh te Rotterdam.
Eiser wordt hierna [eiser] genoemd. Gedaagden worden aangeduid als [gedaagde 1] (gedaagde 1), [gedaagde 2] (gedaagde 2), [gedaagde 3] (gedaagde 3), Zuid-Holland Beheer (gedaagde 4), Wantij (gedaagde 5), [gedaagde 6] (gedaagde 6), de executeur dan wel [erflater] (gedaagde 7), [gedaagde 8] (gedaagde 8) en [gedaagde 9] (gedaagde 9). [gedaagde 3] , [gedaagde 2] , Wantij, [gedaagde 8] en [gedaagde 9] worden hierna samen ook wel aangeduid als [gedaagde 3] c.s. Alle gedaagden samen worden aangeduid als gedaagden.
1 1. Waar gaat deze zaak over
[gedaagde 3] vormt samen met haar (klein)dochtervennootschappen de [familienaam] -ondernemingen. De [familienaam] -ondernemingen houden zich sinds tientallen jaren bezig met diverse activiteiten rondom baggerwerkzaamheden. De [familienaam] -ondernemingen waren van oudsher een familiebedrijf. De vader van [eiser] , [gedaagde 6] en [erflater] (hierna: [familienaam] sr.) heeft de aandelen in [gedaagde 3] in 2005 gecertificeerd. De certificaten in [gedaagde 2] werden tot aan zijn overlijden gehouden door [familienaam] sr. Na het overlijden van [familienaam] sr. hebben [eiser] , [gedaagde 6] en [erflater] de certificaten in [gedaagde 2] geërfd. [gedaagde 2] houdt (indirect) het overgrote deel van de aandelen in de [familienaam] -vennootschappen. [gedaagde 3] heeft haar aandelen in haar drie dochtervennootschappen verkocht. Die verkoop was tegen de wil van [eiser] , die de [familienaam] -ondernemingen zelf had willen voortzetten. Met deze procedure wil [eiser] laten vaststellen dat de besluiten die tot die verkoop hebben geleid niet rechtsgeldig zijn, en dat alle gedaagden onrechtmatig jegens hem hebben gehandeld door te besluiten tot verkoop en levering van die aandelen.
2 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- -
-
de dagvaarding van 23 december 2022, met producties 1 tot en met 64, waarbij tevens een incident in de zin van artikel 843a Rv is ingesteld door [eiser] ;
- -
-
de conclusies van antwoord en van re- en dupliek in het incident en het vonnis in het incident van 26 april 2023;
- -
-
de conclusie van antwoord in de hoofdzaak van [gedaagde 3] c.s., met producties 1 tot en met 10;
- -
-
de conclusie van antwoord in de hoofdzaak van [gedaagde 6] en de executeur;
- -
-
het B16-formulier waarin namens [gedaagde 1] en Zuid-Holland Beheer is aangegeven dat zij zich aansluiten bij de door [gedaagde 3] c.s. ingediende conclusie van antwoord in de hoofdzaak;
- -
-
de brief van de rechtbank van 27 juni 2023 waarbij partijen zijn opgeroepen voor de mondelinge behandeling;
- -
-
de akte van [eiser] , met producties 65 tot en met 75;
- -
-
de mondelinge behandeling op 7 december 2023 en de daarbij door [eiser] en [gedaagde 3] c.s. overgelegde spreekaantekeningen.