Home

Rechtbank Rotterdam, 08-03-2024, ECLI:NL:RBROT:2024:2310, ROT 20/362

Rechtbank Rotterdam, 08-03-2024, ECLI:NL:RBROT:2024:2310, ROT 20/362

Gegevens

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
8 maart 2024
Datum publicatie
21 maart 2024
ECLI
ECLI:NL:RBROT:2024:2310
Zaaknummer
ROT 20/362

Inhoudsindicatie

AVG, inzageverzoek. Meervoudige kamer. Beroep gegrond.

De minister heeft pas in beroep een volledig overzicht van de verwerkte eiser betreffende persoonsgegevens verschaft. De rechtbank vernietigt daarom het bestreden besluit en ziet aanleiding te bepalen dat de rechtgevolgen van het vernietigde besluit in stand worden gelaten.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Bestuursrecht

zaaknummer: ROT 20/362

[naam eiser], uit [plaatsnaam], eiser

en

de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties, verweerder (de minister)

(gemachtigden: mr. N.N. Bontje en mr. M.J.A. Hanhart).

Inleiding

1. Eiser heeft op 25 juli 2019 bij de minister een verzoek op grond van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) ingediend.

1.1.

Eiser heeft de minister op 1 november 2019 in gebreke gesteld wegens het uitblijven van een beslissing op zijn verzoek.

1.2.

Op 25 november 2019 heeft eiser bij de Rechtbank Den Haag beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op dit verzoek.

1.3.

Bij besluit van 20 december 2019 heeft verweerder alsnog op het verzoek beslist.

1.4.

Op grond van het bepaalde in artikel 6:20, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) heeft het beroep van eiser mede betrekking op dit besluit.

1.5.

Bij uitspraak van 20 januari 2020 heeft de Rechtbank Den Haag de zaak verwezen naar deze rechtbank. Eiser heeft inhoudelijk gronden van beroep tegen het besluit van 20 december 2019 ingediend.

1.6.

Verweerder heeft hiertegen bij brief van 9 november 2021 een verweerschrift ingediend.1.6. Eiser heeft vervolgens nog een verzoek om schadevergoeding ingediend.

1.7.

De rechtbank heeft het beroep op 15 december 2023 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser en namens de minister de gemachtigden samen met mr. A. Aydogdu en [naam].

Totstandkoming en inhoud van de besluiten

2.1.

Op 25 juli 2019 heeft eiser bij de minister een verzoek tot inzage als bedoeld in artikel 15, derde lid van de AVG ingediend. Eiser heeft de minister verzocht om hem langs elektronische weg een kopie te verstrekken van alle door het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties (hierna: het ministerie) verwerkte en hem betreffende persoonsgegevens in alle schriftelijke of elektronische vastleggingen, waaronder alle vastleggingen van alle communicatie. Eiser heeft daarbij aangegeven dat het hem gaat om alle vastleggingen die betrekking hebben op zijn positie, handelen en functioneren als ambtenaar, als adviseur en medewerker bij het voormalige adviespunt Klokkenluiders, als adviseur en medewerker bij het Huis voor klokkenluiders (hierna: het Huis), als ambtenaar en als melder met betrekking tot het Huis. Eiser heeft zijn verzoek nader geconcretiseerd door een 28 tal punten te noemen waar de door hem bedoelde vastleggingen in relatie mee kunnen staan.

2.2.

De minister heeft bij het besluit van 20 december 2019 aan eiser een overzicht verstrekt van de eiser betreffende persoonsgegevens die door de minister zijn verwerkt van september 2014 tot en met 25 juli 2019. Ook heeft de minister aan eiser een afschrift van zijn personeelsdossier over de periode 22 september 2014 tot 1 juli 2016 verstrekt. De persoonsgegevens uit e-mails en documenten die het ministerie van eiser heeft ontvangen of naar eiser zijn verstuurd zijn niet in het overzicht opgenomen, omdat eiser al over deze gegevens beschikt. Evenmin is inzage verstrekt in conceptversies van documenten waar definitieve versies van voorhanden zijn. Verder heeft de minister op het verstrekken van de persoonsgegevens een tweetal beperkingen van artikel 23 van de AVG toegepast. Voor wat betreft de correspondentie met de landsadvocaat heeft de minister gebruik gemaakt van de beperkingsgrond ‘de voorkoming, het onderzoek, de opsporing en de vervolging van schendingen van de beroepscodes voor gereglementeerde beroepen’. Daarnaast heeft de minister meerdere malen gebruik gemaakt van de beperkingsgrond ‘de bescherming van de betrokkene of van de rechten en vrijheden van anderen’.

Beoordeling door de rechtbank

Conclusie en gevolgen

Het verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn

Beslissing

Informatie over hoger beroep

Bijlage: Wettelijk kader