Home

Rechtbank Rotterdam, 17-01-2024, ECLI:NL:RBROT:2024:284, C/10/658219 / HA ZA 23-468

Rechtbank Rotterdam, 17-01-2024, ECLI:NL:RBROT:2024:284, C/10/658219 / HA ZA 23-468

Gegevens

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
17 januari 2024
Datum publicatie
29 januari 2024
ECLI
ECLI:NL:RBROT:2024:284
Zaaknummer
C/10/658219 / HA ZA 23-468

Inhoudsindicatie

Bestuurdersaansprakelijkheid. Geschil over de kwalificatie van een overeenkomst: is sprake van een consignatieovereenkomst of van commissiekoop?

Uitspraak

vonnis

Team handel en haven

zaaknummer / rolnummer: C/10/658219 / HA ZA 23-468

Vonnis van 17 januari 2024

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

BENELUX OVERSEAS B.V. ,

gevestigd te Amsterdam,

eiseres,

advocaat mr. H.F.C. Hoogendoorn te Utrecht,

tegen

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[gedaagde01] ,

gevestigd te Vlaardingen,

gedaagde,

niet verschenen,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[gedaagde02] ,

gevestigd te Vlaardingen,

gedaagde,

advocaat mr. B.R. Kleij te Rotterdam,

3. [gedaagde03] ,

wonende te Vlaardingen,

gedaagde,

advocaat mr. B.R. Kleij te Rotterdam.

Eiseres wordt hierna Benelux Overseas genoemd. Gedaagde 1 wordt [naam bedrijf01] genoemd. Gedaagden 2 en 3 worden gezamenlijk [gedaagden 2&3] genoemd en afzonderlijk [gedaagde02] en [gedaagde03] .

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

-

de dagvaardingen van 12 en 15 mei 2023, met producties 1 tot en met 14;

-

de conclusie van antwoord van [gedaagden 2&3] , met producties 1 tot en met 4;

-

de brief van de rechtbank van 18 juli 2023, waarin een mondelinge behandeling is bepaald op 10 november 2023;

-

de brief van de rechtbank van 5 oktober 2023, met een zittingsagenda voor de mondelinge behandeling;

-

de akte overlegging producties van Benelux Overseas, met producties 15 tot en met 17;

-

de akte overlegging producties van [gedaagden 2&3] , met productie 5;

-

de spreekaantekeningen voor de mondelinge behandeling van Benelux Overseas en [gedaagden 2&3] ;

-

de mondelinge behandeling van 10 november 2023.

1.2.

Aan het einde van de mondelinge behandeling heeft de rechtbank de datum bepaald waarop er vonnis zal worden gewezen.

2 De feiten

2.1.

In februari 2022 heeft de Egyptische vennootschap Egypt Overseas Co. (hierna: Egypt Overseas) zestien containers met elk 1.664 dozen sinaasappels laten verschepen van Egypte naar Rotterdam. Op de vervoersdocumenten is [naam bedrijf01] vermeld als consignee en als notify party .

2.2.

[naam bedrijf01] is de handelsnaam van [gedaagde01] (gedaagde 1, in dit vonnis aangeduid als [naam bedrijf01]). [naam bedrijf01] is opgericht op 24 november 2020. Op het moment van de oprichting was [gedaagde02] de statutair bestuurder en enige aandeelhouder van [naam bedrijf01]. [gedaagde03] is de statutair bestuurder en enige aandeelhouder van [gedaagde02] .

2.3.

In een e-mail van 22 maart 2022 heeft [naam01] (hierna: [naam01] ) namens [naam bedrijf01] het volgende geschreven aan [naam02] (hierna: [naam02] ) van Egypt Overseas:

“(...) Hereby I send you the complete set of all orange containers. We did a payment of € 25.632,16, that is the total amount of advance payments minus all the costs. After this we wait for the final account sale and then make the final calculation. (...)”

2.4.

In een e-mail van [naam01] aan [naam02] van 8 april 2022 staat onder meer het volgende:

“(...) We have received the oranges on consignment, which means that we have to arrange the THC and everything regarding customs clearance and storage and further sell the product at a price that is in line with the market. This is what we did, but the market went down hard. We sold the oranges all on the basis of a down payment after approval by the customer. In most cases, the deposit was € 3 per box. We have now settled all containers on the basis of this down payment with deduction of all costs incurred by us. [naam02] has all 16 settlements in his possession and no significant comments have been made about it. In addition to the down payment, we give our customers a target price, which we want to receive for the Oranges. This price is based on the then prevailing market price and the expectation of what the prices will do. This is normal in the business. This is not a fixed price, which has also been explained to [naam02] several times. After a period of 3 weeks we expect our customers to return a result which we use to make the final statement. This final settlement is indeed taking too long and we are chasing our customers to deliver this quickly. In addition to the price, we also have the piece of VAT that we initially deducted from the first settlement, but which of course will be paid to you after receipt from the tax authorities. We do quarterly declaration, so we will receive the payment back sometime at the end of May. (...)”

2.5.

In reactie op een brief van de advocaat van Egypt Overseas heeft [naam01] in een e-mail van 5 mei 2022 onder meer het volgende geschreven:

“(...) * Alle sinaasappels zijn verkocht/16 containers. (...)

* Er heeft veelvuldig overleg plaatsgevonden aangaande allerhande zaken (prijs/betalingscondities/BL/phyto/verpakking/labels/MRL rapportage) (...)

* Er is geen overeenkomst tussen [naam bedrijf01] ([naam bedrijf01]) en Egypt overseas. Deze is nooit tot stand gekomen, aangezien wij een andere visie hebben op hoe de markt werkt. Wij hebben aangegeven te willen werken op basis van commissie en [naam02] wilde met ons een overeenkomst op basis van winstdeling. Ik heb hem meerdere malen uitgelegd dat wij dit niet kunnen accepteren, aangezien er op basis van zijn inkoop gerelateerd aan de

marktprijs, praktisch nooit winst wordt behaald. Wij waren op mijn initiatief dan ook in onderhandeling over een nieuwe manier van werken, aangezien het uien-seizoen voor de deur staat. Onze intentie was om te werken aan een langdurige samenwerking op basis van gelijkwaardigheid. Uitgangspunt was dat wij de nederlandse operatie gingen verzorgen en [naam02] alles van Egypte tot in de haven van Rotterdam. Voor deze activiteiten zouden wij een vaste vergoeding ontvangen per container. (...)”

2.6.

Bij de e-mail van [naam01] van 5 mei 2022 is als bijlage het pdf-document “afrekening 16 containers” gevoegd. In dit document zijn per container onder meer de gemaakte kosten, de aanbetaling en de verkoopprijs vermeld. Ook is per container een “commissie [naam bedrijf01] 8%” vermeld. Onderaan is per container een nader aan Egypt Overseas te betalen bedrag opgenomen. Hieronder staat als voorbeeld een afbeelding van de berekening van de eerste container.

2.7.

In een brief van 19 mei 2022 heeft de advocaat van Egypt Overseas onder meer het volgende geschreven aan [naam bedrijf01]:

“(...) Op 5 mei 2022 ontving ik een e-mail van [naam01] . (...) Als bijlage bij die email bevond zich een PDF-document met als titel "nabetaling per container". Op deze bijlage staan in onderste rij met als naam "Na betaling per container" zestien bedragen genoemd, waarvan er drie rood zijn gearceerd.

Op vrijdag 13 mei 2022 heb ik telefonisch overleg gehad met [naam01] naar aanleiding van deze e-mail en bijlage en hij heeft mij telefonisch bevestigd dat Excel Sheet erkenning van betaling indiceert. Dat staat dus vast. [naam01] zou mij alleen nog laten weten wanneer er betaald zal gaan worden. Hiermee is ook de verschuldigdheid erkend. De drie rood gearceerde zijn overigens ook al eerder betaald. Ook daaruit volgt erkenning van verschuldigdheid. (...)”

2.8.

[naam01] heeft in een e-mail van 23 mei 2022 als volgt gereageerd op de brief van de advocaat van Egypt Overseas van 19 mei 2022:

“(...) Zoals inderdaad reeds eerder aangegeven is er geen reden om de openstaande

bedragen richting Egypt Overseas (...) te betwisten. Wij zijn echter nog in afwachting van een aantal betalingen, waaronder de betaling vanuit de Fiscus. (...)”

2.9.

Op 9 juni 2022 is [gedaagde02] uitgeschreven als statutair bestuurder van [naam bedrijf01]. Op diezelfde datum is [naam03] (hierna: [naam03] ) benoemd tot statutair bestuurder en zijn de aandelen in het kapitaal van [naam bedrijf01] door [gedaagde02] overgedragen aan [naam03] .

2.10.

Op 15 augustus 2022 heeft (de advocaat van) Egypt Overseas [gedaagde03] persoonlijk aansprakelijk gesteld voor de door haar gestelde schade. In reactie daarop heeft [gedaagde03] in een e-mail van 16 augustus 2022 onder meer het volgende geschreven:

“(...) U pretendeert dat er zogenaamde "katvanger" constructie is opgezet, het is voor mij een compleet raadsel waar dit vandaan komt en ik lees geen onderbouwde reden hiervoor. Laat duidelijk zijn dat de nieuwe eigenaar van [naam bedrijf01] geen nieuwkomer is. [naam03] heeft al geruime tijd binnen [naam bedrijf01] gewerkt en mede daarom bekend van alle ins en outs binnen het bedrijf. In deze kwestie heeft [naam03] herhaaldelijk en veelvuldig zelf contact gehad met uw cliënt aangaande de handel welke tussen deze twee partijen heeft plaatsgevonden.

Dit blijkt alleen al uit de tientallen mails die tussen hun beide zijn gestuurd en de honderden app berichten welke hebben plaatsgevonden. Te meer verbaasd het mij dan dat u aangeeft in uw schrijven dat er geen contact mogelijk is of was. Uw cliënt heeft alle contact gegevens van de heer [naam03] . (...)”

2.11.

In een e-mail van 23 augustus 2022 heeft [naam03] het volgende geschreven aan de advocaat van Egypt Overseas:

“(...) We meet up with [gedaagde03] [opmerking rechtbank: [gedaagde03] ] this morning, he will help to get this information straight shortly together with [naam01] [opmerking rechtbank: [naam01] ].

As [naam02] [opmerking rechtbank: [naam02] ] can explain to you the agreement where made mostly by him with [naam01] , they will be working on it form today on. (...)”

2.12.

Op 26 augustus 2022 heeft [naam03] het volgende gemaild naar de advocaat van Egypt Overseas:

“(...) Ik ben reeds een aantal jaar werkzaam binnen [naam bedrijf01] ([gedaagde01]) en altijd onderdeel van het management geweest. Per 09-06-2022 heb ik het bedrijf overgenomen, ik heb notarieel verklaard dat ik de verantwoording neem voor alle gedane zaken en uiteraard ook voor alle toekomstige deals binnen de onderneming.

Afgelopen week heb ik samen met de oud eigenaar X [gedaagde02] gezeten om samen te kijken of er een korte conclusie kan worden getrokken betreffende gedane zaken met [naam02] . Er zijn daadwerkelijk honderden emails en berichten ontvangen van de man (...) maar we komen er niet uit.

Een voormalig werknemer van [naam bedrijf01] ( [naam01] ) heeft veelal alle communicatie gedaan met uw client en heeft zo ook de nodige documentatie. Wij missen veel essentiele documenten in deze kwestie, er word nu uitgegaan van een excel sheet welke mogelijk is verstuurd. Waar wij naar op zoek zijn is het volgende,

  1. Getekende overeenkomst tussen partijen waarin duidelijk word vermeld op welke condities er zaken word gedaan, zowel ik als de oud eigenaar kunnen niet terug halen dat er een getekende overeenkomst is. Daarnaast zou deze moeten getekend zijn door de oud eigenaar als de overeenkomst voor 9 juni dit jaar is gemaakt, of door mijzelf als deze na 9 juni is opgesteld.

  2. Facturen, wij vinden in onze boekhouding geen enkele factuur welke is verzonden door uw client, wel hebben wij aanbetalingen gedaan op basis van container nummers maar echter nooit facturen mogen ontvangen.

  3. Nu er een overeenkomst mist zijn wij opzoek gegaan in alle whatsapp berichten en emails welke wij hebben ontvangen van uw client, echter maakt dit de zaak nog troebeler, er is werkelelijk waar van alles geopperd en geschreven door uw client, dit zoals een winstdeling, 50% marge ,30% marge ect. Kortom er is geen touw aan vast te knopen.

Laat duidelijk zijn dat ook ik wil werken naar een oplossing, ik stel dan ook voor om samen met uw client op korte termijn aan tafel te gaan. Dit om op deze manier alsnog een overeenkomst te kneden en zo ook naar een afwikkeling te werken. Het spijt mij dat het zo gelopen is en de wens om er samen professioneel uit te komen. (...)”

3 Het geschil

3.1.

Benelux Overseas vordert om bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

  1. [naam bedrijf01] en [gedaagden 2&3] hoofdelijk te veroordelen tot betaling van € 100.000,00;

  2. [naam bedrijf01] en [gedaagden 2&3] hoofdelijk te veroordelen in de proceskosten.

3.2.

[gedaagden 2&3] concluderen tot niet-ontvankelijkverklaring van Benelux Overseas in haar vorderingen of afwijzing van deze vorderingen, met veroordeling van Benelux Overseas, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad, in de kosten van de procedure.

3.3.

Op de relevante stellingen van partijen wordt hierna ingegaan.

4 De beoordeling

5 De beslissing