Rechtbank Rotterdam, 25-04-2024, ECLI:NL:RBROT:2024:3747, ROT 24/3256
Rechtbank Rotterdam, 25-04-2024, ECLI:NL:RBROT:2024:3747, ROT 24/3256
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Rotterdam
- Datum uitspraak
- 25 april 2024
- Datum publicatie
- 26 april 2024
- ECLI
- ECLI:NL:RBROT:2024:3747
- Zaaknummer
- ROT 24/3256
Inhoudsindicatie
De minister heeft verzoekster gelast een melding te doen als bedoeld in artikel 11 Wet veiligheidstoets investeringen fusies en overnames (Wet vifo) aangaande een verwervingstransactie in het verleden. Indien in de hoofzaak zou worden vastgesteld dat door de minister onterecht een melding is gelast, kan verzoekster een schadeclaim indienen bij de minister. Voorts zal daarmee de grondslag aan een eventueel toetsingsbesluit komen te ontvallen. Bovendien staan tegen een eventueel toetsingsbesluit ook rechtsmiddelen open, waaronder de mogelijkheid om een voorlopige voorziening te vragen. Onder die omstandigheden kan er slechts enig spoedeisend belang als bedoeld in artikel 8:81 lid 1 Awb worden aangenomen als de voorzieningenrechter zonder nader onderzoek kan vaststellen dat de minister evident niet bevoegd is een melding te gelasten en het doen van de melding reeds daarom te belastend is voor verzoekster. Verzoekster wijst er terecht op dat het redelijk vermoeden in artikel 58 lid 1 Wet vifo geen betrekking heeft op de vraag of een transactie onder de reikwijdte van die wet valt. Die vraag moet beantwoord worden voordat het doen van een melding gelast wordt en kan dus niet worden ‘doorgeschoven’ naar de fase nadat de melding is gedaan. Gezien de door verzoekster in deze procedure overgelegde stukken en de daarop gegeven toelichting is voor de voorzieningenrechter duidelijk dat er bij de transactie geen stemrechten zijn overgedragen. De minister was naar het oordeel van de voorzieningenrechter daarom niet bevoegd om een melding te gelasten. Het verzoek zal daarom worden toegewezen en de bestreden besluiten zullen worden geschorst.
Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
Bestuursrecht
zaaknummer: ROT 24/3256
[Naam onderneming] ([verzoekster]), uit [Plaats], verzoekster
(gemachtigde: mr. M. van Wanroij),
en
de minister van Economische Zaken en Klimaat (de minister)
(gemachtigden: mr. drs. K.M. van Leeuwen – Gerkema, mr. dr. D.W.M. Wenders en mr. J.G.A. Struycken)
Inleiding
1. De minister heeft met een besluit van 15 juni 2023 [verzoekster] gelast een melding te doen als bedoeld in artikel 11 van de Wet veiligheidstoets investeringen fusies en overnames (Wet vifo) aangaande de verwervingstransactie die op of omstreeks 2 april 2021 heeft plaatsgevonden.
2. Met een besluit van 18 maart 2024 heeft de minister het bezwaar van [verzoekster] ongegrond verklaard. Op 21 maart 2024 heeft de minister [verzoekster] gelast de melding uiterlijk 29 maart 2024 alsnog te doen.
3. [verzoekster] heeft beroep ingesteld tegen de laatstgenoemde twee besluiten (de bestreden besluiten), die tezamen de heroverweging vormen van het besluit van 15 juni 2023. Voorts heeft [verzoekster] de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
4. Op 16 mei 2024 heeft [verzoekster] haar beroepsgronden ingediend en heeft de minister een verweerschrift ingediend.
5. De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 18 april 2024 op zitting behandeld. Partijen hebben zich laten vertegenwoordigen door hun gemachtigden. Namens [verzoekster] is voorts verschenen [Naam].