Home

Rechtbank Rotterdam, 10-07-2024, ECLI:NL:RBROT:2024:6736, C/10/663593 / HA ZA 23-683

Rechtbank Rotterdam, 10-07-2024, ECLI:NL:RBROT:2024:6736, C/10/663593 / HA ZA 23-683

Gegevens

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
10 juli 2024
Datum publicatie
12 augustus 2024
ECLI
ECLI:NL:RBROT:2024:6736
Zaaknummer
C/10/663593 / HA ZA 23-683

Inhoudsindicatie

Heeft SGR na het faillissment van haar deelnemers ten onrechte de bankgarantie ingeroepen? De curatoren hebben niet aan hun stelplicht voldaan. Daarnaast valt het inroepen van de bankgarantie door SGR na het faillissement van haar deelnemers niet onder het toepassingsbereik van artikel 54 lid 2 Fw.

Uitspraak

vonnis

Team handel en haven

zaaknummer / rolnummer: C/10/663593 / HA ZA 23-683

Vonnis van 10 juli 2024

in de zaak van

1 [eiser 1]

2. [eiser 2]

beiden in hoedanigheid van curator in de faillissementen van OAD Groep Holding B.V., OAD Reizen B.V., Globe Reisburo B.V., Brooks Reisburo B.V., SRC Cultuurvakanties B.V., Reisburo Van Staalduinen B.V. en andere tot die groep behorende OAD-vennootschappen,

beiden kantoorhoudende te Zwolle,

eisers,

advocaat mr. E.H. Bruggink te Zwolle,

tegen

de stichting

STICHTING GARANTIEFONDS REISGELDEN,

gevestigd te Rotterdam,

gedaagde,

advocaat mr. J.D. Drok te Amsterdam.

Partijen zullen hierna de curatoren en SGR genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

-

de dagvaarding van 16 juni 2023, met producties 1 tot en met 17,

-

de conclusie van antwoord, met producties 1 tot en met 25,

-

de brief van de rechtbank van 9 november 2023, waarbij partijen zijn opgeroepen voor een mondelinge behandeling,

-

de nadere productie 18 van de curatoren,

-

de mondelinge behandeling van 4 april 2024, en de daarbij overgelegde spreekaantekeningen van de curatoren en SGR.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

SGR beheert een reisgarantiefonds en maakt het voor de bij haar aangesloten deelnemers mogelijk om aan hun wettelijke verplichting als reisorganisator uit hoofde van artikel 7:512 BW (oud) (thans artikel 7:513a BW) te voldoen. Deze verplichting houdt – kort gezegd – in dat een reisorganisator maatregelen moet treffen ter bescherming van de reiziger bij financieel onvermogen van de reisorganisator.

2.2.

Het doel van SGR is vermeld in artikel 2 lid 1 van haar statuten:

“1. SGR heeft ten doel:

a. Het doen van uitkeringen in de ruimste zin van het woord aan of voor consumenten (natuurlijke personen) die pakketreisovereenkomsten, gekoppelde reisarrangementen of overeenkomsten van vervoer of overeenkomsten van verblijf hebben afgesloten met een deelnemer of door bemiddeling van een deelnemer, indien deze consumenten geldelijke schade lijden in gevallen dat de betrokken deelnemer wegens financieel onvermogen niet presteert;

b. Het treffen van voorzieningen, in de ruimste zin van het woord, teneinde te voorkomen dat de onder a bedoelde uitkeringen noodzakelijk worden”.

2.3.

OAD Reizen B.V., SRC Cultuurvakanties B.V., Globe Reisburo B.V, Reisburo Van Staalduinen B.V. en Brooks Reisburo B.V. (hierna gezamenlijk aangeduid als de Deelnemers) waren op grond van deelnemersovereenkomsten als deelnemer aangesloten bij SGR. Zij behoorden tot een groep vennootschapen waarvan OAD Groep Holding B.V. de moedermaatschappij was (hierna: de OAD Groep). De OAD Groep richtte zich met name op het samenstellen en verkopen van pakketreizen aan consumenten en verkocht die reizen via haar eigen reisbureau Globe Reisburo B.V. en via andere doorverkopers, zoals TUI,

D-Reizen, Raiffeisen Touristic en VakantieXpert.

2.4.

Op de onder 2.3 bedoelde deelnemersovereenkomsten is het Deelnemersreglement van SGR van toepassing. Het Deelnemersreglement luidt voor zover hier van belang:

“(...)

Zekerheidstellingen

Artikel 5

1.1.

De deelnemer is tegenover de stichting verplicht tot het ten genoegen van het

bestuur stellen van zekerheden en wel,

(i) het stellen van een bankgarantie van een in Nederland gevestigde en onder volledig toezicht staande kredietinstelling gelijk aan 1,5% (anderhalf procent) van de risicodragende omzet, zoals die door het bestuur is vastgesteld, voormeld percentage kan jaarlijks door het bestuur na goedkeuring van de raad van toezicht verhoogd of verlaagd worden;

(ii) het stellen van zodanige bankgaranties boven die onder (i) omschreven of het bovendien afgeven van zodanige verklaringen, als het bestuur nodig zal oordelen in verband met de te verwachten schadehoogte bij financieel onvermogen en/of in het geval niet wordt voldaan aan de in artikel 4 lid 2 onder a vermelde eisen. Onder verklaringen als hierboven bedoeld zijn onder meer te verstaan de zogenaamde moeder/dochterverklaringen en daarmee te vergelijken verklaringen, één en ander ten genoegen van het bestuur.

(...)

Subrogatie

Artikel 7A

In het geval SGR aan of ten behoeve van de consument betalingen verricht, wordt SGR gesubrogeerd in de rechten van de consument jegens de betrokken deelnemer.

(...)”.

2.5.

De verhouding tussen SGR en de reizigers wordt beheerst door de Garantieregeling van SGR. De Garantieregeling (versie 3 juni 2011) luidt voor zover hier van belang:

“(...)

Cessie en subrogatie

Artikel 8

1. In het geval SGR aan of ten behoeve van de consument betalingen verricht, word SGR gesubrogeerd in de rechten van de consument jegens de betrokken deelnemer.

2. De consument is, indien SGR dat verlangt, verplicht mee te werken aan cessie aan SGR van zijn rechten jegens de betrokken deelnemer en/of de al dan niet aan SGR deelnemende betrokken reisorganisator, vervoerder, en/of verstrekker van verblijf. Op eerste verzoek van SGR dient de consument met betrekking tot de hiervoor bedoelde rechten akte(n) van cessie volgens door SGR vast te stellen model(len), ter hoogte van zijn aanspraak op uitkering, te ondertekenen.

3. Zolang de consument de in het voorgaande lid vastgestelde verplichting niet nakomt heeft hij geen aanspraak op uitkering.

(...)”.

2.6.

Op 17 oktober 2011 heeft (de toenmalige) Coöperatieve Rabobank Enschede-Haaksbergen U.A. (hierna: Rabobank) een bankgarantie tot een bedrag van € 7 miljoen verstrekt ten gunste van SGR en voor rekening van (onder meer) de Deelnemers. Deze bankgarantie, waarin Rabobank is aangeduid als ‘Ondergetekende’ en de Deelnemers ieder als ‘deelnemer’, luidt voor zover hier van belang:

“(...)

Ondergetekende stelt zich hierbij, onder afstanddoening jegens SGR van alle rechten en

verweermiddelen aan hoofdschuldenaren en borgen toekomend, bij wijze van zelfstandige verbintenis ten behoeve van SGR garant voor de richtige voldoening door deelnemer van al het geen deze aan SGR verschuldigd is of te eniger tijd zal worden, zulks evenwel tot een maximumbedrag van € 7.000.000,00 (...).

Ondergetekende verbindt zich mitsdien op eerste schriftelijke verzoek en enkele schriftelijke mededeling van SGR dat deelnemer zijn verplichtingen aan SGR niet is nagekomen, onverwijld aan SGR als eigen schuld te zullen voldoen al hetgeen SGR volgens haar schriftelijke opgave van deelnemers te vorderen verklaart te hebben, echter tot voormeld maximumbedrag van € 7.000.000,00 (...)”.

2.7.

Bij vonnissen van 25 september 2013 en 28 november 2013 zijn de vennootschappen van de OAD Groep (waaronder de Deelnemers) in staat van faillissement verklaard met benoeming van onder meer [eiser 2] (eiser sub 2) tot curator. [eiser 1] (eiser sub 1) is op 2 juli 2021 benoemd tot curator.

2.8.

Bij brief van 27 september 2013 aan Rabobank heeft SGR de bankgarantie ingeroepen. Een kopie van deze brief heeft SGR aan de curatoren gestuurd.

Rabobank heeft daarop een bedrag van € 7 miljoen aan SGR uitbetaald.

2.9.

Een e-mail van (een van de) de curatoren aan SGR van 16 juli 2014 luidt voor zover hier van belang:

“(...)

Daarnaast zou ik graag, per faillissement, ontvangen een overzicht van de uitbetalingen door SGR boven de € 10.000,– per schadegeval (tenzij dit nog leidt tot een stortvloed aan

vorderingen; dan moet de drempel van € 10.000,– omhoog).

Het lijkt mij, voor dit moment, niet nodig kennis te nemen van alle 30.000 claims die bij u zijn ingediend.

(...)”.

2.10.

Een e-mail van de curatoren aan SGR van 24 september 2014 luidt voor zover hier van belang:

“(...) Curatoren moeten binnenkort weer verslag leggen. Wil daarin de vordering van SGR betrokken kunnen worden, zal de vordering van SGR nader dienen te worden gespecificeerd.

Gezien de omvang van het bedrag, willen curatoren nader onderzoek (laten) verrichten ten aanzien van de grondslag van de vordering van SGR. Concreet wordt dezerzijds voorgesteld om aan de hand van uw administratie, steekproefgewijs, een aantal claims te onderzoeken, teneinde aan de hand daarvan vast te stellen of en in hoeverre de vordering van SGR, in de gestelde omvang, bestaat (...)”.

2.11.

Bij brief van 23 oktober 2014 heeft SGR haar vordering in de diverse faillissementen van de OAD Groep ter hoogte van € 17.209.896,16 ingediend bij de curatoren. SGR heeft als bijlagen bij deze brief gevoegd een overzicht van uitkeringen boven € 10.000,00 en een rapport van Lansigt Accountants en Belastingadviseurs B.V., die in het kader van het vaststellen van de jaarrekening van SGR over 2013 de schade voor SGR als gevolg het faillissement van de OAD Groep heeft gecontroleerd.

2.12.

Een brief van SGR aan de curatoren van 6 oktober 2016, in reactie op vragen van de curatoren naar aanleiding van de onder 2.11 vermelde brief met bijlagen, luidt voor zover hier van belang:

“(...)

Op 23 oktober 2014 hebben wij bij de curatoren een voorlopige vordering ad € 24.209.896 ingediend. De uiteindelijk uitgekeerde € 25.657.929 is uitbetaald aan niet vertrokken consumenten (circa 80.000 paxen en 30.000 boekingen) en aan betalingen voor hotels en vluchten die niet betaald waren voor circa 7.000 consumenten op bestemming. Bij de opgave van 23 oktober 2014 hebben wij u een kopie van de accountantsrapportage verschaft naar aanleiding van de opdracht aan de accountant om vast te stellen of de schadeverwerking op legitieme wijze heeft plaatsgevonden en dat derhalve de lasten juist en volledig in de administratie van SGR zijn verantwoord, gezien de omvang van de schade en de af te leggen verantwoording aan de raad van toezicht van SGR. Volledigheidshalve voegen wij de brief plus rapportage van 23 oktober 2014 opnieuw toe als bijlage 7. Naast de accountantsrapportage zijn er protocollen gebruikt bij de afwikkeling van de schades. Deze zijn als bijlage 8 bij deze brief gevoegd.

Een overzicht van alle betalingen gesplitst naar dossiers en vennootschappen die deelnemer waren aan de garantieregeling van SGR is als bijlage 9 bij deze brief gevoegd.

(...)

Op grond van de Garantieregeling en het deelnemersreglement geldt dat wanneer SGR aan of ten behoeve van de consument betalingen verricht, SGR wordt gesubrogeerd in de rechten van de consument jegens de betrokken deelnemer. Dit geldt zowel bij uitkeringen aan consumenten (terugbetaling aanbetaalde reissom) als bij uitkeringen ten behoeve van consumenten (bijvoorbeeld ingeval SGR zorgdraagt voor terugvluchten voor reizigers op de plaats van bestemming indien de deelnemer niet aan de verplichting had voldaan). In de praktijk vindt subrogatie plaats doordat consumenten een schadeformulier tekenen waarin zij akkoord gaan met een overdracht van de vordering aan SGR. Er zijn tijdens de afwikkeling van de OAD schade, afhankelijk van het boekingskanaal, twee typen schadeformulieren gebruikt. Wij hebben deze als bijlage 10 bijgesloten. Indien u de circa 30.000 schadeformulieren wenst in te zien, wordt u hierbij uitgenodigd dat te doen in ons archief te Rotterdam.

(...)”.

2.13.

Bij brieven van 3 november 2017 en 26 februari 2018 heeft SGR naar aanleiding van (verdere) vragen/opmerkingen van de curatoren nader toegelicht dat – kort gezegd – de vorderingen van reizigers op haar zijn overgegaan door subrogatie dan wel cessie.

2.14.

Bij brief van 10 oktober 2018 hebben de (toenmalige) curatoren het onder de bankgarantie uitgekeerde bedrag van € 7 miljoen van SGR teruggevorderd, omdat volgens de curatoren een deugdelijke grondslag voor de vorderingen van SGR ontbreekt.

3 Het geschil

4 De beoordeling

5 De beslissing