Home

Rechtbank Rotterdam, 14-10-2025, ECLI:NL:RBROT:2025:12058, C/10/702762 / KG ZA 25-690

Rechtbank Rotterdam, 14-10-2025, ECLI:NL:RBROT:2025:12058, C/10/702762 / KG ZA 25-690

Gegevens

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
14 oktober 2025
Datum publicatie
15 oktober 2025
ECLI
ECLI:NL:RBROT:2025:12058
Zaaknummer
C/10/702762 / KG ZA 25-690

Inhoudsindicatie

Kort geding. Aanbesteding doelgroepenvervoer. Tussenkomst. Facultatieve uitsluitingsgronden artikel 2.87 lid 1 Aw van toepassing verklaard. Niet (tijdig) deponeren van jaarrekeningen in dit geval geen ernstige beroepsfout. Zelfreinigende maatregelen. Proportionaliteit. Geen reden tot ingrijpen.

Uitspraak

Team handel en haven

Zaaknummer: C/10/702762 / KG ZA 25-690

Vonnis in kort geding van 14 oktober 2025

in de zaak van

[eiseres] , handelend onder de naam [handelsnaam],

gevestigd te [vestigingsplaats 1] ,

eiseres,

advocaten: mrs. P.F.C. Heemskerk en E. de Boer,

tegen

GEMEENTE ROTTERDAM,

zetelend te Rotterdam,

gedaagde,

advocaten: mrs. M. van Rijn en T.M.O. Bottinga,

met als tussenkomende partijen:

[bedrijf A] ,

gevestigd te [vestigingsplaats 1] ,

advocaten: mrs. P.H.L.M. Kuypers en A. Kul,

en:

[bedrijf B] ,

gevestigd te [vestigingsplaats 2] ,

advocaten: mrs. J.W.A. Meesters en I. Boukhedmi.

Partijen worden hierna [eiseres] , de gemeente, [bedrijf A] en [bedrijf B] genoemd.

De zaak in het kort

De gemeente heeft een aanbestedingsprocedure georganiseerd voor de inkoop van doelgroepenvervoer. [eiseres] , [bedrijf A] en [bedrijf B] hebben daaraan deelgenomen. Inmiddels heeft de gemeente het voornemen geuit om de opdracht aan [bedrijf A] te gunnen. [eiseres] en [bedrijf B] zijn op de tweede respectievelijk derde plaats geëindigd.

In dit kort geding gaat het om de vraag of het (structureel) niet of niet-tijdig deponeren van jaarrekeningen een ernstige beroepsfout oplevert, op grond waarvan [bedrijf A] , en in de visie van [bedrijf B] ook [eiseres] , van deelname aan de aanbestedingsprocedure hadden moeten worden uitgesloten. De voorzieningenrechter oordeelt dat geen reden bestaat tot ingrijpen.

1 De procedure

1.1.

Het dossier bestaat uit de volgende stukken:

-

de dagvaarding van 7 juli 2025, met producties 1 tot en met 19,

-

de incidentele conclusie met vordering tot tussenkomst, subsidiair voeging van [bedrijf A] ,

-

de incidentele conclusie houdende vordering tot tussenkomst ex artikel 217 Rv tevens akte overlegging producties van [bedrijf B] , met producties 1 tot en met 3,

-

de conclusie van antwoord, met producties 1 tot en met 7,

-

de akten aanvullende producties van [eiseres] , met producties 20 tot en met 28,

-

de akten overlegging producties van [bedrijf A] , met producties 1 tot en met 8,

-

de akte eiswijziging van [bedrijf B] ,

-

de pleitnota van mr. Heemskerk,

-

de pleitnota van mr. Van Rijn,

-

de pleitaantekeningen van mr. Kuypers

-

de spreekaantekeningen van mr. Meesters.

1.2.

De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 26 september 2025.

1.3.

[bedrijf A] en [bedrijf B] hebben incidenten opgeworpen, die de voorzieningenrechter aan het begin van de mondelinge behandeling heeft behandeld.

[bedrijf A] vorderde primair tussenkomst en subsidiair voeging aan de zijde van de gemeente. De gemeente heeft daartegen geen bezwaren geuit. [eiseres] heeft uitsluitend bezwaar gemaakt tegen de gevorderde tussenkomst. Dit bezwaar is afgewezen. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter heeft [bedrijf A] als winnaar van de aanbesteding een belang bij tussenkomst. Zij kan namelijk nadelige gevolgen ondervinden van de uitkomst van dit kort geding. Daarnaast heeft [eiseres] in haar incidentele conclusie voldoende aannemelijk gemaakt dat zij als tussenkomende partij haar belangen beter kan beschermen dan als voegende partij. Als tussenkomende partij kan zij namelijk een zelfstandige positie innemen door onder andere eigen vorderingen in te stellen. De tussenkomst is dan ook toegestaan.

[eiseres] en de gemeente hebben geen bezwaar gemaakt tegen de door [bedrijf B] gevorderde tussenkomst. De voorzieningenrechter heeft de vordering tot tussenkomst, dat verder aan de eisen voldoet, dan ook toegestaan.

1.4.

[bedrijf A] en [bedrijf B] hebben voorafgaand aan de mondelinge behandeling toegang gekregen tot het digitale dossier. Zij hebben evenwel geen kennis kunnen nemen van bedrijfsgevoelige informatie over [eiseres] . Hoewel alle stukken in de beoordeling zijn betrokken, bevat dit vonnis geen bedrijfsgevoelige informatie over [eiseres] .

2 De feiten

2.1.

Op 14 juli 2024 heeft de gemeente de Europese openbare aanbesteding ‘Doelgroepenvervoer’ aangekondigd. Het doel van de aanbestedingsprocedure is het sluiten van een overeenkomst met een opdrachtnemer voor de duur van vier jaar, met een mogelijkheid tot verlenging van tweemaal twee jaar. De opdracht behelst de regie (aanname en planning) en uitvoering van doelgroepenvervoer (hierna: de opdracht). Onder doelgroepenvervoer valt Wmo-vervoer, Jeugdwetvervoer, leerlingenvervoer, werknemersvervoer en gym- en zwemvervoer. De geraamde waarde van de opdracht is € 320 miljoen.

2.2.

Naar aanleiding van bezwaren van de zittende opdrachtnemer [bedrijf C] (hierna: [bedrijf C] ) heeft de gemeente de aanbestedingsdocumenten aangepast. Zij heeft deze op 17 januari 2025 gepubliceerd. De ingangsdatum van de te sluiten overeenkomst is daarbij verplaatst naar 21 juli 2026. Tot de (aangepaste) aanbestedingsstukken behoren het Beschrijvend Document met 22 bijlagen, waaronder het Uniform Europees Aanbestedingsdocument (bijlage 2) en de Toelichting ‘ernstige beroepsfout’ (bijlage 3).

2.3.

Paragraaf 2.1.2 van het Beschrijvend Document bepaalt:

“De inkoopdoelen voor het DGV [vzr: doelgroepenvervoer] luiden als volgt:

1. Veilig, toegankelijk en betrouwbaar vervoer, waardoor Reizigers uit voornoemde doelgroepen, kunnen deelnemen aan de maatschappij;

2. Duurzaam en toekomstbestendig vervoer dat kan anticiperen op (toekomstige) ontwikkelingen;

3. Goed werkgeverschap vanuit de Opdrachtnemer naar personeel en Onderaannemers;

4. Zakelijk partnerschap tussen Opdrachtgever en Opdrachtnemer.”

2.4.

In paragraaf 5.1 van het Beschrijvend Document staat dat inschrijvers bij de inschrijving het Uniform Europees Aanbestedingsdocument moeten invullen. Daarin moeten zij verklaren dat de in dat document van toepassing verklaarde facultatieve uitsluitingsgronden zich niet voordoen. Daarbij gaat het onder andere om de ernstige beroepsfout, de valse verklaring en de onrechtmatige beïnvloeding zoals bedoeld in artikel 2.87 lid 1 sub c, h en i van de Aanbestedingswet 2012 (Aw).

In de Toelichting ‘ernstige beroepsfout’ heeft de gemeente toegelicht wat in het Beschrijvend Document en het Uniform Europees Aanbestedingsdocument onder “ernstige fout in de uitoefening van het beroep” wordt verstaan. De toelichting vermeldt:

“Ter verduidelijking van het begrip “ernstige fout in de uitoefening van het beroep”, zoals bedoeld in het Uniform Europees Aanbestedingsdocument en beschreven in het Beschrijvend Document deelt de Aanbestedende Dienst mee dat hieronder wordt verstaan:

Kwade opzet of nalatigheid van een zekere ernst met betrekking tot het:

(...)

10 het begaan van gedragingen in strijd met specifiek voor het beroep of bedrijf van een Inschrijver relevante wet- en regelgeving, tuchtregels, toezichtregels, gedragsregels of gedragscodes;

(...)

12. alle andere delicten en gedragingen of omstandigheden die naar hun aard zijn aan te merken als ernstige fout in de uitoefening van het beroep.”

Verder staat in de toelichting:

“In verband met het voorgaande behoudt de Aanbestedende Dienst zich zowel gedurende de aanbestedingsprocedure als gedurende de looptijd van de Overeenkomst het recht voor een Inschrijver te screenen indien er op grond van enig signaal dat de Aanbestedende Dienst bereikt, op welke wijze dan ook, een vermoeden rijst dat er sprake is van een ernstige fout in de uitoefening van het beroep.

(...)

Ten aanzien van de uitsluitingsgrond als genoemd in artikel 2.87 lid 1 sub c van de Aanbestedingswet 2012 geldt dat indien een Inschrijver in de uitoefening van zijn beroep een ernstige fout heeft begaan de betreffende Inschrijver in beginsel wordt uitgesloten van verdere deelname aan de aanbestedingsprocedure, tenzij uitsluiting disproportioneel zou zijn.

De betreffende Inschrijver wordt in voorkomend geval in de gelegenheid gesteld om te bewijzen dat hij inmiddels de nodige maatregelen heeft genomen om herhaling in de toekomst te voorkomen en deze maatregelen voldoende zijn om zijn betrouwbaarheid aan te tonen ondanks de toepasselijke uitsluitingsgrond. Als dat bewijs toereikend wordt geacht, wordt de betrokken Inschrijver niet uitgesloten van de aanbestedingsprocedure. Bij het nemen van een besluit om al dan niet tot uitsluiting van deelname aan de aanbestedingsprocedure dan wel tot wijziging, opschorting of beëindiging van de Overeenkomst over te gaan kunnen onder meer de volgende aspecten in de afweging worden betrokken:

▪ de ernst van de overtredingen;

▪ de mate van betrokkenheid bij de overtredingen van leidinggevenden;

▪ de sinds de overtredingen verstreken tijd (de Aanbestedende Dienst betrekt uitsluitend ernstige fouten die zich in de drie jaar voorafgaand aan het tijdstip van het indienen van het verzoek tot deelneming of de inschrijving hebben voorgedaan);

▪ het verband met de onderhavige aanbestedingen;

▪ de wegens overtredingen opgelegde sancties;

▪ de maatregelen die genomen zijn om herhaling te voorkomen;

▪ de omvang van de aanbestede opdracht;

▪ de houding/opstelling van de betreffende Inschrijver.

Tot daadwerkelijke uitsluiting (of ontbinding) wordt slechts besloten indien de Aanbestedende Dienst dat proportioneel acht.”

2.5.

Paragraaf 6.2 van het Beschrijvend Document bepaalt dat de inschrijvingen inhoudelijk worden beoordeeld op basis van de beste prijs-kwaliteitsverhouding. Daarbij kunnen maximaal 300 punten worden toegekend aan het subgunningscriterium prijs en maximaal 700 punten aan het subgunningscriterium kwaliteit. Bij de beoordeling van de kwaliteit wordt gekeken naar de volgende aspecten:

  1. communicatie en klantbeleving (245 punten),

  2. samenwerking met scholen, zorgaanbieders en werklocaties (210 punten),

  3. bejegening passend bij de doelgroep (140 punten),

  4. goed werkgeverschap en social return (105 punten).

De inschrijvers dienen per kwaliteitsaspect een plan van aanpak in. Dat wordt beoordeeld met een uitmuntend, goed, voldoende onvoldoende of slecht, afhankelijk van de mate waarin het betreffende plan beantwoordt aan het betreffende kwaliteitsaspect. Daarbij worden er naar rato punten toegekend. Zo kunnen bij het derde kwaliteitsaspect (bejegening passend bij de doelgroep) 140 (uitmuntend), 105 (goed), 70 (voldoende), 35 (onvoldoende) of 0 (slecht) punten worden gegeven.

2.6.

[eiseres] , [bedrijf A] , en [bedrijf B] hebben met nog twee andere partijen ingeschreven op de aanbesteding. [eiseres] heeft ingeschreven met [bedrijf C] als onderaannemer.

2.7.

Op 3 juni 2025 heeft de gemeente aan de inschrijvers laten weten dat [bedrijf A] met 1000 punten de winnende inschrijver is en dat zij daarom voornemens is om de opdracht aan [bedrijf A] te gunnen (hierna: het gunningsvoornemen). [eiseres] en [bedrijf B] zijn volgens de gemeente op de tweede respectievelijk derde plaats geëindigd.

2.8.

Bij brief van 13 juni 2025 heeft [eiseres] bezwaar gemaakt tegen het gunningsvoornemen. [eiseres] meent dat [bedrijf A] had moeten worden uitgesloten van deelname aan de aanbestedingsprocedure omdat zij zich schuldig heeft gemaakt aan een ernstige beroepsfout. [bedrijf A] heeft haar jaarrekeningen over de afgelopen zes boekjaren niet of niet-tijdig gedeponeerd (2023 was ten tijde van de inschrijving nog niet gedeponeerd, 2022 vijf maanden te laat, 2021 anderhalf jaar te laat, 2020 twee jaar te laat en 2019 en 2018 drie jaar te laat). [eiseres] vermoedt dat [bedrijf A] hierover ook niets heeft verklaard in het Uniform Europees Aanbestedingsdocument. Daarmee doen zich volgens [eiseres] de uitsluitingsgronden valse verklaring en onrechtmatige beïnvloeding eveneens voor. Ten slotte maakt [eiseres] bezwaar tegen de beoordeling van de kwaliteitsaspecten bejegening passend bij de doelgroep en goed werkgeverschap en social return. De motivering is volgens [eiseres] op deze punten onbegrijpelijk, onvoldoende en onjuist.

2.9.

Bij brief van 1 juli 2025 heeft de gemeente aan [eiseres] geschreven dat zij na een zorgvuldige afweging heeft besloten om niet tot uitsluiting van [bedrijf A] over te gaan. Volgens de gemeente heeft [bedrijf A] haar jaarrekeningen de afgelopen zes boekjaren te laat gedeponeerd en levert dit een economisch delict op. Zij meent echter dat geen sprake is van een ernstige beroepsfout, omdat de fout geen direct of inhoudelijk verband houdt met het voorwerp van de opdracht, maar een administratieve fout betreft. De fout geeft daarmee geen aanleiding om te twijfelen aan de capaciteiten van [bedrijf A] bij de uitvoering van de opdracht en haar professionele integriteit. Omdat geen sprake is van een ernstige beroepsfout, hoefde [bedrijf A] dit ook niet te melden bij het invullen van het Uniform Europees Aanbestedingsdocument. Verder merkt de gemeente op dat [bedrijf A] de meest recente jaarcijfers (2023) inmiddels heeft gedeponeerd en vrijwillig een aantal administratieve maatregelen heeft doorgevoerd.

3 Het geschil

3.1.

[eiseres] vordert dat de voorzieningenrechter bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis:

primair:

  1. de gemeente gebiedt het gunningsvoornemen binnen drie dagen na het wijzen van dit vonnis in te trekken, althans hier geen verdere uitvoering aan te geven en de gemeente verbiedt met [bedrijf A] op basis van het gunningsvoornemen te contracteren,

  2. de gemeente gebiedt over te gaan tot uitsluiting van [bedrijf A] ,

  3. de gemeente gebiedt de opdracht aan [eiseres] te gunnen voor zover de gemeente de opdracht nog wenst te vergeven,

subsidiair:

  1. de gemeente gebiedt het gunningsvoornemen binnen drie dagen na het wijzen van dit vonnis in te trekken, althans hier geen verdere uitvoering aan te geven en de gemeente verbiedt met [bedrijf A] op basis van het gunningsvoornemen te contracteren,

  2. de gemeente gebiedt de inschrijvingen opnieuw te laten beoordelen door een nieuw samen te stellen, onafhankelijke beoordelingscommissie, conform het bepaalde in het Beschrijvend Document en met inachtneming van hetgeen in dit vonnis over de herbeoordeling wordt bepaald,

  3. de gemeente gebiedt om, indien en voor zover zij de opdracht nog wenst te vergeven, een nieuw gunningsvoornemen te nemen onder vermelding van een bezwaartermijn van in ieder geval twintig kalenderdagen,

meer subsidiair:

  1. de gemeente gebiedt het gunningsvoornemen binnen drie dagen na het wijzen van dit vonnis in te trekken, althans hier geen verdere uitvoering aan te geven en de gemeente verbiedt met [bedrijf A] op basis van het gunningsvoornemen te contracteren,

  2. de gemeente gebiedt het gunningsvoornemen binnen twee weken na het wijzen van dit vonnis deugdelijk te motiveren, met inachtneming van hetgeen voortvloeit uit de wet en jurisprudentie ter zake van een deugdelijke motivering (effectieve rechtsbescherming) en met inachtneming van dit vonnis en daarbij inschrijvers opnieuw een bezwaartermijn van twintig kalenderdagen te bieden waarbinnen [eiseres] zich op het nieuw te nemen gunningsvoornemen kan beraden en zo nodig rechtsmaatregelen kan treffen,

uiterst subsidiair:

  1. de gemeente gebiedt het gunningsvoornemen binnen drie dagen na het wijzen van dit vonnis in te trekken, althans hier geen verdere uitvoering aan te geven en de gemeente verbiedt met [bedrijf A] op basis van het gunningsvoornemen te contracteren,

  2. de gemeente gebiedt tot heraanbesteding over te gaan, voor zover zij nog tot contracteren wenst over te gaan,

in alle gevallen:

een dwangsom oplegt van € 10.000,00 per dag met een maximum van € 100.000,00 en de gemeente veroordeelt in de proceskosten, te vermeerderen met wettelijke rente.

3.2.

De gemeente voert verweer en concludeert tot afwijzing van de vorderingen, met veroordeling van [eiseres] in de proceskosten, vermeerderd met wettelijke rente.

3.3.

[bedrijf A] concludeert tot afwijzing van de vorderingen van [eiseres] . Zij vordert dat de voorzieningenrechter bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis:

1. de gemeente gebiedt om haar gunningsvoornemen te handhaven en tot uitvoering te brengen, en,

zo begrijpt de voorzieningenrechter, voor het geval het tot heraanbesteding zou komen,

2. de gemeente gebiedt om ook andere inschrijvers die hun jaarrekening te laat hebben gedeponeerd, waaronder [eiseres] , uit te sluiten van de aanbesteding.

In het incident en in de hoofdzaak vordert [bedrijf A] de veroordeling van [eiseres] in de proceskosten, te vermeerderen met wettelijke rente.

3.4.

Ook [bedrijf B] concludeert tot afwijzing van de vorderingen. Zij vordert, zo begrijpt de voorzieningenrechter, dat de voorzieningenrechter bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis:

-

primair de gemeente verbiedt de opdracht te gunnen aan [bedrijf A] of [eiseres] , en gebiedt de opdracht voorlopig te gunnen aan [bedrijf B] voor zover de gemeente de opdracht nog wenst te vergeven,

-

subsidiair de gemeente verbiedt om de opdracht aan [eiseres] te gunnen, gebiedt de inschrijving van [eiseres] te herbeoordelen met inachtneming van de bezwaren van [bedrijf B] inzake het te laat vaststellen en/of deponeren van jaarrekeningen en met inachtneming daarvan een nieuw gunningsvoornemen te nemen.

In het incident en de hoofdzaak vordert [bedrijf B] de veroordeling van [eiseres] en de gemeente in de proceskosten, te vermeerderen met wettelijke rente.

4 De beoordeling

5 De beslissing