Home

Rechtbank Rotterdam, 24-12-2025, ECLI:NL:RBROT:2025:15215, C/10/693899 / HA ZA 25-132

Rechtbank Rotterdam, 24-12-2025, ECLI:NL:RBROT:2025:15215, C/10/693899 / HA ZA 25-132

Gegevens

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
24 december 2025
Datum publicatie
13 januari 2026
ECLI
ECLI:NL:RBROT:2025:15215
Zaaknummer
C/10/693899 / HA ZA 25-132

Inhoudsindicatie

Vernietiging van (verdelings)overeenkomst tussen man en vrouw ogv artikel 3:196 BW: benadeling voor meer dan 25%. Vrouw heeft de toedeling niet te eigen bate of schade aanvaard (artikel 3:196 lid 4).

Uitspraak

Team handel en haven

Zaaknummer: C/10/693899 / HA ZA 25-132

Vonnis van 24 december 2025

in de zaak van

[eiseres] ,

wonend in Middelharnis,

eiseres,

advocaat: mr. T. Abbo,

tegen

[gedaagde] ,

wonend in Sommelsdijk,

gedaagde,

advocaat: mr. H.A.A. Voermans.

Partijen worden hierna ‘de vrouw’ en ‘de man’ genoemd.

1 De zaak in het kort

1.1.

Partijen zijn na een huwelijk van bijna 23 jaar van elkaar gescheiden. Zij waren gehuwd in algehele gemeenschap van goederen. Partijen zijn in een schriftelijke overeenkomst een verdeling van hun gemeenschappelijk vermogen overeengekomen, op grond waarvan de echtelijke woning (met de daarop rustende hypotheekschuld) en de aandelen in [bedrijf 1] aan de man zijn toegedeeld en de man zich heeft verplicht wegens overbedeling € 150.000,- aan de vrouw te betalen. De vrouw stelt dat zij bij deze verdeling voor meer dan 25% is benadeeld omdat de aandelen op nihil zijn gewaardeerd terwijl deze volgens haar veel meer waard waren. Daarom heeft de vrouw de overeenkomst op grond van artikel 3:196 BW buitengerechtelijk vernietigd. In deze procedure vordert zij primair een verklaring voor recht dat de overeenkomst buitengerechtelijk is vernietigd, subsidiair vernietiging van de overeenkomst. Volgens de man heeft de vrouw afstand gedaan van haar recht om vernietiging te vorderen. Ook kan de overeenkomst volgens de man niet vernietigd worden omdat het een vaststellingsovereenkomst betreft. De man betwist bovendien dat de vrouw bij de verdeling voor meer dan 25% is benadeeld.

1.2.

De rechtbank oordeelt dat de verweren van de man niet slagen en wijst de primair gevorderde verklaring voor recht, voor zover het de verdeling betreft, toe.

2 De procedure

2.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

-

de dagvaarding van 28 januari 2025, met producties;

-

de conclusie van antwoord;

-

de akte houdende productie van de vrouw, met een aanvullende productie 10;

-

de akte houdende wijziging van eis van de vrouw;

-

het door de vrouw als aanvullende productie in het geding gebrachte financieel scheidingsrapport;

-

de mondelinge behandeling op 22 september 2025; en

-

de spreekaantekeningen van de advocaat van de man ter gelegenheid van de mondelinge behandeling.

2.2.

Aan het eind van de mondelinge behandeling heeft de rechter bepaald dat vonnis zal worden gewezen.

3 De feiten

3.1.

Op [datum] zijn partijen met elkaar getrouwd in algehele gemeenschap van goederen.

3.2.

Na een huwelijk van bijna 23 jaar zijn partijen van elkaar gescheiden. Op 4 januari 2023 heeft de rechtbank Amsterdam de echtscheiding uitgesproken. Op 23 januari 2023 is het huwelijk ontbonden door inschrijving van de echtscheidingsbeschikking in de registers van de burgerlijke stand.

3.3.

In het kader van de echtscheiding hebben partijen een mediationtraject gevolgd. Zij hebben afspraken gemaakt over onder andere de verdeling van de huwelijksgemeenschap. Deze afspraken zijn vastgelegd in een overeenkomst getiteld “vaststellingsovereenkomst” (hierna: de overeenkomst), welke door hen is ondertekend op 24 november 2022.

3.4.

Onderdeel van de huwelijksgemeenschap waren de echtelijke woning en 100% van de aandelen in [bedrijf 1] (hierna: de houdstermaatschappij), die (indirect via een stichting administratiekantoor) 50% van de aandelen in [bedrijf 2] (hierna: [bedrijf 2]) hield. [bedrijf 2] hield op haar beurt 100% van de aandelen in [bedrijf 3] en [bedrijf 4]

3.5.

In artikel 21.1 van de overeenkomst staat het volgende over de aandelen in de houdstermaatschappij:

“Partijen komen samen overeen dat de waarde van deze aandelen nihil zijn. Deze waarde is bepaald in overleg en afstemming met de boekhouder/accountant.”

3.6.

In artikel 21.2 van de overeenkomst staat het volgende over de aandelen in [bedrijf 2]:

“Onder [bedrijf 2] hangen 2 B.V.’s ([bedrijf 4] en [bedrijf 3]), waarvan de waarde geconsolideerd is in [bedrijf 2] Partijen komen samen overeen dat deze B.V.’s geen waarde hebben. De waarde is bepaald in overleg en afstemming met de boekhouder/ accountant.”

3.7.

De overwaarde van de woning werd vastgesteld op € 287.877,-. De woning en de aandelen zijn toegedeeld aan de man, en de op de woning rustende hypotheekschuld is toegerekend aan de man. Partijen zijn overeengekomen dat de man wegens overbedeling € 150.000,- aan de vrouw moet betalen volgens een betalingsregeling waarbij de man

vanaf 2 januari 2023 € 30.000,-- en uiterlijk op 31 december 2028 € 120.000,- aan de vrouw moet betalen.

3.8.

In artikel 25.1 van de overeenkomst staat voorts het volgende:

“Finale kwijting

De partijen verklaren hierbij de tussen hen bestaande huwelijksgemeenschap met inachtneming van de maatstaven van redelijkheid en billijkheid te hebben verdeeld en zij verklaren tevens behoudens met betrekking tot de rechten en verplichtingen genoemd in

deze vaststellingsovereenkomst niets meer van elkaar te vorderen te hebben en elkaar algehele en finale kwijting te verlenen, zonder enig voorbehoud. Partijen verklaren dat zij ieder onderhandelingsvaardig zijn geweest en verklaren dat wat ieder belangrijk vond in deze vaststellingsovereenkomst naar tevredenheid is opgenomen.

Partijen verklaren dat de ontbonden gemeenschap van goederen naar wederzijds genoegen is verdeeld en dat in geval dat voor één van de partijen een benadeling in de vermogensverdeling van meer dan een kwart wordt vastgesteld, de partij waarvan wordt vermoed dat hij omtrent deze benadeling heeft gedwaald, deze toedeling niettemin te zijnen baten of laste aanvaardt, waarbij hij voor zover vereist uitdrukkelijk afstand doet van het recht om op deze grond een vernietiging van de verdeling te vorderen.”

3.9.

In september 2024 heeft de vrouw zich tot haar advocaat gewend nadat de man niet aan de betalingsregeling voldeed. Het bestuderen van de stukken door de advocaat leidde tot vragen over de waardering van de aandelen.

3.10.

Bij brief van haar advocaat van 23 september 2024 heeft de vrouw artikel 21 van de overeenkomst, betreffende de verdeling van de aandelen, buitengerechtelijk vernietigd.

3.11.

Op 19 december 2024 heeft Groenewegen & Lukaart Corporate Finance B.V. (hierna: G&L) op verzoek van de vrouw een rapport uitgebracht. Volgens dit rapport “is de

assumptie dat de aandelenwaarde van [bedrijf 2] nihil is niet voldoende onderbouwd en met in achtneming van de cijfers onwaarschijnlijk”. Bij brief van dezelfde dag heeft de advocaat van de vrouw de gehele overeenkomst buitengerechtelijk vernietigd.

4 Het geschil

5 De beoordeling

6 De beslissing